Dolle honden in Siberië

Menigeen weet dat de eerste kosmonaut niet Joeri Gagarin was maar een hond met de symbolische naam Laika, het 'blaffertje'. Haar portret was indertijd voortdurend in de Sovjet-media te zien, hoewel ze niet levend op aarde is teruggekeerd. De hond was enorm populair in die jaren. Nu is de hond dat weer. Om een andere reden evenwel.

In de Toepolev-154 van Moskou naar Novosibirsk zitten 134 passagiers en elf honden. Honden van verschillend ras: van bulldog tot takshond en nog enkele andere soorten vliegen via Novosibirsk naar het Verre Oosten. Deze honden moeten hun leven beëindigen in de particuliere Koreaanse restaurants van Vladivostok en Chabarovsk. Het eten in deze restaurants voor bijzonder rijke gourmands is niet goedkoop. Daarom mogen de smulpapen niet alleen zelf een levende hond uitkiezen maar ook het ras, waarna die volgens de wetten van de Koreaanse keuken wordt klaargemaakt.

De meisjes Rita en Natasja, die de honden in Moskou kopen en daarna begeleiden van Moskou naar Blagovesjtsjensk, voeren deze reis twee tot drie keer per maand uit. De kosten van de honden, afhankelijk van leeftijd en ras: drie- tot vijftienhonderd dollar.

Rusland is niet zomaar een enorm land. Op de ene plek van deze geopolis doen ze wetenschappelijke experimenten met honden, op de andere vinden ze het normaal chique gerechten uit hondenvlees te bereiden, bevestigt Rita. “Van beroep ben ik dierenarts. Ik hou van honden, hoewel ik weet aan wie en waarvoor ik ze verkoop. Maar ik voel me toch meer een herder, die weet dat hij zijn kudde vroeg of laat naar het slachthuis moet brengen. Dat betekent niet dat ik minder liefde voor de dieren voel.”

Halverwege Moskou en Vladivostok, in West-Siberië, kijken ze er ook zo tegenaan. Zij het dat de rijke mensen hier geen honden eten, maar gebruiken voor gevechten. In Kemerovo, een stad die bekend is door de stakingen van de mijnwerkers in de Koezbass, worden bijvoorbeeld regelmatig gevechten georganiseerd tussen pitbulls. Nabij de stad, niet ver van de kolchoze 'Leninka' is in het bos een speciaal terrein ingericht voor deze gevechten.

Het strijdtoneel lijkt op een Romeinse gladiatoren-arena. De honden heten ook 'gladiatoren'. De ring is alleen toegankelijk voor toeschouwers die zijn uitgenodigd, via de telefoon of kennissen. Het ingewijde publiek zet geld in op de honden.

Gokken om geld, waarbij de dood van een mens of een dier het resultaat kan zijn, is in Rusland echter verboden en dus alleen illegaal mogelijk. Maar het is in de praktijk onmogelijk om zo'n misdrijf te bewijzen, omdat het geld niet openlijk rondgaat en de totalisator alleen mondeling weddenschappen sluit.

In Rusland zijn deze hondengevechten entertainment voor de 'nieuwe Russen', voor de bandieten en mafiosi. Een bewoner van kolchoze 'Leninka' zegt: “We zijn het al gewend dat deze stoere jongens een of twee keer per maand in hun chique auto's hierheen komen en sjaslik, bier en wodka regelen en intussen hartstochtelijk naar de hondengevechten kijken. Wij zijn er niet bij. Bij ons in het dorp proberen we honden uit elkaar te halen als ze vechten. Deze bandieten jutten de honden juist op. Soms wordt er ook geschoten. Zij zijn nog erger dan dolle honden.”

Niet alleen de plaatselijke bevolking, ook de politie weet van de hondengevechten. Maar de verkeerspolitie bestraft de 'stoere jongens' alleen voor te hard rijden. “Ze rijden niet langzamer dan honderd waar je niet harder dan zestig mag”, aldus een inspecteur van de verkeerspolitie. “Ze hebben hun business, wij de onze.”

De 'nieuwe Russen', 'bandieten' of 'ingewijden' komen niet alleen naar het gevecht. Ze nemen hun vrouwen, minnaressen en zelfs kinderen mee. Voor hen is dat een uitje, zoals een harde Amerikaanse film voor kleinburgers. De kinderen en vriendinnetjes eten ijsjes, de 'ingewijden' sjaslik en drinken bier of wodka zodra de honden gaan vechten tot ze er bij neervallen. De aanblik daarvan vermindert de eetlust kennelijk niet.

De scheidsrechter of het baasje van de hond kan het gevecht beëindigen. Maar dat gebeurt zelden omdat de baas in werkelijkheid de trainer is die niet alleen in de zege geïnteresseerd is, maar zeker ook in een goede voorstelling. Dan kan hij een nieuwe vechthond krijgen van de fabriek waar ze die soort fokken. Zo'n fabriekje heeft Igor uit Novosibirsk. Hij heeft in deze onderneming al driehonderdduizend dollar gestoken om een terrein te kunnen huren en in Amerika apparatuur, hokken en de pitbulls zelf te kopen.

Vechthonden worden klaargestoomd als sportlieden: er zijn gewichtscategorieën, fitness-toestellen, vitaminepillen, trainingsschema's en diëten. Maar alleen een unieke pitbull houdt het maximaal tien gevechten uit. In de praktijk gebeurt het nooit dat een hond een andere doodbijt. Gevaarlijk wordt het voor de hond pas ná het gevecht. Hij kan sterven aan zijn verwondingen of oververhitting, als tenminste het kwade baasje / trainer de verliezende hond niet en plein plublic zelf neerknalt. Dat laatste gebeurt nogal eens omdat de 'ingewijden' niet alleen veel geld bij zich hebben, maar ook wapens. Want als de hond zijn best niet heeft gedaan, niet professioneel is geweest, kan het baasje hem doodschieten om het publiek te gerieven.

“Deze honden zijn geboren strijders”, aldus Igor. “Hun het vechten verbieden is net zo onmenselijk als een hazewindhond of spaniël niet meenemen op de jacht. Als ze niet mogen vechten, leven ze in permanente stress. Natuurlijk is zo'n voorstelling niet geschikt voor mensen met een zwak hart, maar ze is wel gebaseerd op bloed en liefde.”

Tijdens de 45 minuten durende strijd vechten de honden in razernij zonder een kik te geven. Daarmee onderscheiden ze zich van hun baas / trainer en de andere 'ingewijden' die om de haverklap schreeuwen: “Vooruit, zoontje! Grijp hem bij zijn strot!” De trainers kruipen om de hond heen, zwetend van de spanning en de passie. Als een hond neervalt, valt de trainer ook neer en roept: “Vooruit liefje! Sta op! Rust een beetje, zoontje, en sta op.” Als de hond dat niet kan, bedreigt hij hem: “Sta op, klootzak of ik vermoord je zelf!” En dan lachen en klappen de toeschouwers meer voor de trainer dan voor de hond.

De honden hebben twaalf seconden pauze om met koud water gewassen en een beetje gemasseerd te worden. Waarna het gevecht weer opnieuw begint, totdat een van de beesten het spoor bijster raakt.

Hier heeft iedereen het recht om de uitslag van het gevecht van commentaar te voorzien. In de ring vechten Ray (trainer Dima) en Candor (trainer Serjozja). Op de tribune zit een man die met vrouw en dochter uit Kemerovo is gekomen. “In Moskou gaat het er veel harder aan toe”, weet hij. “Daar kost een gevecht de baas tien- tot vijftienduizend dollar, hier maar vijf- à tienduizend. Dat komt doordat daar meer geld omgaat. Ik heb bijvoorbeeld vier meier op Ray gezet en als hij wint verdien ik, omdat er zo weinig toeschouwers zijn, hooguit het dubbele. Daar mogen m'n kinderen dan een ijsje van kopen. In Moskou kun je van je winst een auto voor je vrouw of vriendin kopen.”

Hier wordt niet gesproken over humaniteit. Dat is niet fatsoenlijk. Hier mag je alleen praten over honden en geld. De toeschouwers lijken zo een beetje op voetbalfans, met dat verschil dat hun geliefde afgoden meestal slachtoffers zijn. Daarom zeggen ze ook: “Herinner jij je Moechtar nog, dat was nog eens een hond!”

Na dertig minuten gevecht is duidelijk dat Sandor gaat verliezen. Vaker en vaker laat hij zijn bloedende pens tegen de touwen van de ring drukken. Eén keer probeert hij er zelfs overheen te springen, hetgeen gelach aan het publiek ontlokt. Uiteindelijk valt hij zonder enig geluid neer. Ray wordt tot winnaar verklaard. Zijn trainer schreeuwt hysterisch en zoent zijn gewonde bast. Iemand uit het publiek suggereert hem wodka te geven, maar de trainer geeft hem een pijnstillende injectie.

Zulke injecties kunnen Sandor niet meer redden. Serozja zou vermoedelijk in huilen zijn uitgebarsten als hij zich niet omringd wist door de rauwe ogen van de 'ingewijden'. Want Serozja heeft niet alleen zijn hond verloren maar ook zijn geld.