Burgerlijke normen en waarden

Hij kwam eerder bij onze voordeur aan. Zijn vrouw, die wij niet kenden, was een meter of tien achter gebleven, om iets te bekijken. Met een brede armzwaai wees hij naar haar en zei bij wijze van introductie: 'En daar komt een huisvrouw uit Amstelveen.' Geen prettig aandoende manier van voorstellen. Hij liet zich daarmee kennen als het prototype van de burgerjongen die het gemaakt heeft in de grote wereld en nu vindt dat het meisje uit zijn eigen milieu met wie hij vroeger is getrouwd, niet meer bij hem past. 'Zij is niet met mij meegegroeid', heet het dan. Niet lang daarna zijn ze gescheiden.

Vergeten hoe zij toch een belangrijk aandeel heeft gehad in zijn sociale stijging, de voorwaarden ervoor heeft helpen creëren. Vergeten haar baantjes, zodat hij kon blijven studeren. Vergeten de schone overhemden en het eten op de onmogelijkste tijden. Twintig jaar ondergeschikt gemaakt aan zijn carrière en weinig dank voor de bewezen diensten.

Wat bij dergelijke mannen verbaast is het totale gebrek aan zelfironie. Natuurlijk is de galeriehoudster bij wie hij nu zijn kunstaankopen kan doen spannender dan de echtgenote van jaren. De stewardess uit de Royal Class en de journaliste die hem zo pittig interviewde ook. En het nieuwe huwelijksleven verloopt allicht zonniger. Geen financiële zorgen, geen kinderen die de bewegingsvrijheid belemmeren. Tenzij er een zogeheten liefdesbaby van komt - waarbij de kinderen uit de eerste echt voortaan wat afsteken als banaal broedsel - maar geld genoeg voor een kinderjuf.

En natuurlijk is een man aan de top aantrekkelijk vanwege zijn macht. Was het Dorien Pessers die onlangs in een artikel de redenering omdraaide? Mannen streven naar de top, omdàt zij dan toegang hebben tot veel vrouwen. Al moet je daarvoor ver in de evolutie teruggaan, ik denk wel dat ze gelijk heeft en dat er nog steeds een naijl-effect te bespeuren is. Fraai voorbeeld daarvan is het 'move on, this is your president' van de Amerikaanse president Johnson tegen een in een hotelbed slapende jonge vrouw, lid van zijn delegatie op een buitenlandse reis. En duidt het open laten van haar kamer toch ook niet op een onbesefte hoop van haar kant?

Ik moest aan het scènetje bij onze voordeur terugdenken bij het lezen van enkele publicaties deze zomer in diverse serieuze dag- en weekbladen waarin werd gemeld dat het vaker dan voorheen voorkomt dat topmanagers gaan scheiden. Nu is dat feit op zichzelf beschouwd volledig hun eigen zaak en alleen belangrijk voor de direct betrokkenen. Maar er was iets in die teksten dat het belang verder deed reiken. En wel het volledig ontbreken van enige afkeuring, ja eerder werd het beschreven als een blijk van vooruitgang. Het verst hierin ging HP/de Tijd. Hoe achterlijk waren niet 'zwaar christelijke bedrijven, zoals het katholieke bolwerk C&A' of sterk hiërarchische, zoals ABN Amro en Shell. Voor de bestuurders aan de top was echtscheiding not done en wie het toch deed werd geacht te vertrekken. 'Maar de tijden zijn veranderd en de tolerantie in het bedrijfsleven jegens scheidende toplieden en nieuwe affaires is de afgelopen jaren flink toegenomen.'

In plaats van dit als vooruitgang te zien lijkt het me een zorgelijke ontwikkeling. Dat zulke dingen gebeuren is één, het gewoon of zelfs prachtig vinden, is iets anders. De individuele praktijk mag zwak zijn, als de algehele moraal maar gewillig blijft. Als dat niet zo is, lijkt me dat een sterkere ondermijning van de samenleving dan bijvoorbeeld de zo gekritiseerde erotische grachtentocht tijdens de Gay Games. Een samenleving moet het hebben van de burgerlijke normen van de grote middenmoot. Dan kan zij heel wat verdragen aan losbolligheid, extravagantie, bohémienne, desnoods decadentie van kleine subgroepen ter weerszijden zonder uit elkaar te vallen. Maar als in het 'gewone' midden het gevoel voor hoe-het-eigenlijk-zou-moeten-zijn met trouw en betrouwbaarheid gaat vergelijken, pas dan is een pessimistische kijk op de Nederlandse beschaving op z'n plaats, zoals verwoord door Gerry van der List in de Volkskrant.

In dit laatste verband is verschillende keren - en ook door Van der List - de kinderpornografie als voorbeeld genoemd. Ik weet niet of dat terecht is. Dat is toch nog wel iets waarover brede afschuw bestaat.

Maar neem nu de kwestie van de directeuren van Ajax en Feyenoord, die een verhouding met elkaar hebben. De algemene terreur in de berichtgeving was dat men wel begrip kan hebben voor de bedrijfsbezwaren die daaraan vastzitten, maar dat in het algemeen het zakelijke en het privé domein toch gescheiden moeten worden bezien. Wat ik in de commentaren miste is wat dit egocentrisme betekent voor een liefdesrelatie. Als je van iemand houdt, wil je hem of haar toch zoveel mogelijk narigheid besparen. Als ik weet dat mijn bedrijf iets gaat doen wat voor de positie van mijn man in zijn bedrijf schadelijk is, wil ik hem toch waarschuwen? Wat heeft mijn genegenheid voor hem anders voor waarde? Als ik dus op een plek terecht dreig te komen waar ik dat niet meer kan, wil ik daar toch weg?

Dit soort kleine tekenen van de verandering van moraal grijpen dieper in dan erotische pretoptochten van een minderheid binnen de homowereld.

En waar we vooral voor moeten oppassen is dat we bezorgdheid over het afbrokkelen van algemene burgerlijke normen en waarden niet ten onrechte gaan projecteren op een kleine groep extravagante zondebokken.