Birma

Met verbazing las ik de inleiding bij de fotoreportage over Birma in het Zaterdags Bijvoegsel van 8 augustus. Het volk mort niet, staat daarin vermeld. Die constatering doet geen recht aan een aantal belangrijke gebeurtenissen uit de recente geschiedenis van Birma. Ook negeert het de onvrede over de politieke en economische situatie die vrijwel elke buitenlandse bezoeker van de Birmese bevolking - zij het meestal in bedekte termen - doorgespeeld krijgt.

De verkiezingen van 1990 resulteerden in een massaal nee tegen de junta. Ondanks alle pogingen tot intimidatie door de autoriteiten stemde meer dan zestig procent van de Birmese bevolking voor de partij van oppositieleidster Aung San Suu Kyi, de Nationale Liga voor Democratie. Zodra het huisarrest van Aung San Suu Kyi in 1995 werd opgeheven trokken Birmezen bij duizenden naar haar huis om haar hun steun te betuigen. Hoewel de aanwezigheid iedere bezoeker op ten minste zeven jaar gevangenisstraf kon komen te staan, was University Avenue elk weekeinde afgeladen met luisteraars uit alle lagen van de bevolking. De opnames van Suu Kyi's toespraken vonden hun weg naar alle delen van het land totdat de autoriteiten de bijeenkomsten in 1996 verboden. Kort daarop gingen de studenten opnieuw de straat op en hielden dagenlange protesten in het centrum van Rangoon. Tot zover de meest zichtbare uitingen van protest tegen de onderdrukking en het economische wanbeleid. Het ogenschijnlijk rustige Birma kent echter een voor buitenlanders onbekende onderstroom van politiek verzet. De overvolle gevangenissen vormen daarvan een pijnlijk tastbaar bewijs. Inmiddels is een nieuwe volksbeweging opgericht: People's Power 21 waarbij duizenden studenten en monniken aangesloten zijn.

Deze beweging steunt Suu Kyi die de autoriteiten opgeroepen heeft voor 21 augustus een dialoog met de oppositie aan te gaan. Vrijwel dagelijks hebben in Rangoon guerrilla strikes plaats, kleine demonstraties die plotseling opduiken en even zo snel weer verdwijnen. In verschillende steden verschijnen leuzen en pamfletten die hun steun betuigen aan het ultimatum van Aung San Suu Kyi. Wie denkt dat deze activiteiten niets met de meerderheid van de Birmese bevolking die uit boeren en dagloners bestaat van doen heeft vergist zich. Hoewel de demonstraties van 1988 in gang gezet werden door studenten, marcheerden een luttel aantal weken later miljoenen arbeiders, huisvrouwen en overheidsbeambten door de straten. Toen Suu Kyi onlangs nadat zij zes dagen in haar auto vastgezeten had, gedwongen werd terug te keren, braken in een arme wijk in Rangoon spontane protesten tegen die behandeling uit die twee dagen duurden. Tijdens mijn talloze bezoeken aan het land kwam ik voortdurend in aanraking met Birmezen die hun kritiek op het bewind uitten en die - hoe kleinschalig ook - hun eigen daden van verzet pleegden. Frenk van der Linden is van die situatie op de hoogte getuige zijn eerdere artikel van 7 augustus. Waar de zin 'Maar het volk mort niet' vandaan komt, is mij dan ook een raadsel.