Asielbeleid Europa blijkt nationale zaak

Hoewel de komst van vluchtelingen en asielzoekers de landen van de Europese Unie, en met name die van het verdrag van Schengen, gezamenlijk aangaat, is er geen eensluidend beleid. Ieder land vindt opnieuw het wiel uit. De asielzoeker heeft daar baat bij.

ROTTERDAM, 22 AUG. Terwijl de Nederlandse overheid haar geweten pijnigt over de toelating van asielzoekers nemen andere landen strenge maatregelen. Duitsland, dat in het begin van de jaren negentig de aantallen asielaanvragen nauwelijks aan kon, heeft de afgelopen jaren de instroom van vluchtelingen door strengere richtlijnen ingedamd. In juni nog nam de Bondsdag sancties aan tegen asielzoekers die hun paspoort moedwillig vernietigen.

De grotere Duitse strengheid heeft direct haar weerslag op de Nederlandse instroom. Sinds maart stuurt de Duitse regering vluchtelingen uit Bosnië naar hun land van origine terug. Voor de Duitse regering geldt Bosnië grotendeels als veilig land en kunnen de vluchtelingen zich er vestigen. De Nederlandse regering worstelt nog met de vraag of Bosniërs verplicht moeten worden tot terugkeer, als ze wel in eigen land maar buiten hun vroegere dorp kunnen wonen. Het gevolg van de Nederlandse aarzeling is dat de stroom Bosnische vluchtelingen naar Nederland en Zweden sterk is toegenomen, terwijl Duitsland vorig jaar slechts honderd nieuwe Bosniërs meldde aan het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties. Nederland had vorig jaar negenhonderd Bosnische vluchtelingen. De eerste helft van dit jaar alleen al kwamen er 1.406 de grens over.

Veel Bosnische vluchtelingen komen rechtstreeks uit Duitsland naar Nederland. Als hun eerder verblijf in het buurland kan worden aangetoond, worden ze teruggestuurd. Bosniërs die eerst langs 'af' gaan en uit Duitsland via hun eigen land naar Nederland komen, worden wel als asielzoeker toegelaten. De gegevensuitwisseling en coördinatie tussen de opvanglanden is onvoldoende om dergelijke 'dubbel-dippers' te onderscheppen. Duitsland geeft wel vingerafdrukken door aan de Nederlands autoriteiten. Elke asielzoeker laat in het aanmeldcentrum zijn vingerafdrukken nemen.

De Schengenlanden met onderlinge open grenzen, onder andere de Benelux, Italië, Frankrijk en Duitsland, hebben een centraal informatiesysteem, maar dat bevat alleen namen. Over het gebruik van vingerafdrukken van vluchtelingen om dubbel dippen te voorkomen wordt nog gediscussieerd.

De landen van de Europese Unie proberen al langere tijd hun asielbeleid te harmoniseren, maar tot nu toe zonder veel succes, klagen ook de vluchtelingenorganisaties. Sommige lidstaten maken wel gebruik van de mogelijkheid tot een versnelde uitzettingsprocedure, andere niet. Zo mag in België en Nederland een asielzoeker in vrijwel alle gevallen de uitkomst van zijn beroep daar afwachten, in Frankrijk wordt er veel eerder tot uitzetting overgegaan.

Prof.dr. Kay Hailbronner, directeur van het onderzoekcentrum voor internationaal en Europees recht voor buitenlanders en asielzoekers van de universiteit van Konstanz, voorziet dat al deze Europese afspraken niet snel en stipt zullen worden uitgevoerd. Landen met een grote toestroom van vluchtelingen, zoals Duitsland en Nederland, hebben belang bij coördinatie. Frankrijk en Italië, die veel minder asielzoekers opvangen dan Nederland, houden alles liever in eigen hand.

Asielopvang is grotendeels een nationale zaak. Elk land moet bijna op zijn eentje het wiel opnieuw uitvinden, elke immigratiedienst moet expertise over de hele wereld hebben. In elk land begint het verhaal van de asielzoekers opnieuw. Het is lucratief om na afwijzing in het ene land nog een gokje in het andere te wagen in de wereldwijde loterij.

Voor de opvang van Afghanen en Noord-Iraakse Koerden zijn er verschillende richtlijnen in Nederland en Duitsland. Vluchtelingen uit beide groepen komen vaak met hulp van mensensmokkelaars via Duitsland naar Nederland. Afghanen worden in Duitsland niet als asielgerechtigden erkend. Ze lopen misschien wel gevaar in eigen land maar worden niet persoonlijk vervolgd door een overheid en dat is volgens de Duitse rechtspraak de norm. Afghanen krijgen in Duitsland wel een verblijfsvergunning maar komen minder in aanmerking voor gezinshereniging dan in Nederland. Het gevolg is dat Nederland sinds kort grotere aantallen Afghaanse vluchtelingen over de grens krijgt dan Duitsland, het historische opvangland voor Afghanen.

Vijftien procent van de Noord-Iraakse Koerden wordt in Duitsland erkend. De meesten worden gedoogd. Volgens de Duitse regering hebben de Noord-Iraakse Koerden een binnenlands vluchtalternatief (namelijk door Koerdische guerrillabewegingen gecontroleerde gebieden), de Nederlandse regering heeft over die kwestie nog geen standpunt bepaald en stuurt voorlopig niet terug. Het aantal Koerdische vluchtelingen naar Nederland groeit. Een groot aantal Noord-Iraakse Koerden gaat jaarlijks met vakantie naar het eigen land, hetgeen niet verenigbaar is met hun vluchtelingenstatus.

De burgeroorlog in Kosovo brengt een nieuwe stroom vluchtelingen. De meeste gevluchte Kosovaren zijn nog in Albanië of schuilen met grote aantallen in huizen. De stroom Kosovaren naar Nederland groeit echter. De EU zal de opvang van dit soort tijdelijke vluchtelingen uit Albanië bekostigen, zo heeft de ministerraad in 1995 en in 1996 besloten. Het eerste halfjaar kwamen er 609 uit Klein-Joegoslavië, in de maand juli alleen al waren het er 378, van wie tachtig procent Kosovaren.

Niet alleen Nederland krijgt met de grotere stroom te maken. Volgens een Belgische functionaris bij de Vreemdelingendienst is in België het aantal asielzoekers uit Kosovo inmiddels al groter dan dat uit voormalig Zaïre. Het Verenigd Koninkrijk is vooral populair onder de Kosovaren, als zij in België blijven hangen is dat 'bij gebrek aan beter': als ze daar worden ontdekt kunnen ze het Verenigd Koninkrijk niet in.

Ook Kosovaren in Nederland willen doorreizen naar Engeland, dat net als Nederland stijgt op de ranglijst van opvanglanden. Net als alle andere aardbewoners zijn vluchtelingen calculerende burgers en het gebrek aan Europese coördinatie maakt het calculeren des te gemakkelijker.