Aanslag in Omagh keerde zich tegen daders

Ondanks het groeiende optimisme bungelde het Noord-Ierse vredesproces het afgelopen jaar vaak aan een zijden draadje. Maar intussen lijkt de vrede tegen een stootje te kunnen, als zelfs na de gruwelijke aanslag in Omagh, waarbij 28 doden vielen, het akkoord standhoudt.

ROTTERDAM, 22 AUG. Omagh is voorbij. De slachtoffers zijn begraven en naar de daders wordt nog gezocht. Noord-Ierland gaat langzaam over tot de orde van de dag en haalt opgelucht adem. De bom die zaterdag aan 28 mensen het leven kostte, lijkt het vredesproces niet dodelijk te hebben getroffen. Noord-Ierland maakt cynisch.

Het perspectief in deze kleinste Britse provincie is het afgelopen jaar voortdurend verschoven. Optimistische berichten volgden op krantenkoppen die uitlegden dat het vredesproces aan een zijden draadje hing. Nog maar vier maanden geleden ondertekenden katholieke en protestantse politici een vredesakkoord dat een einde maakte aan dertig jaar troubles. Nog maar drie maanden geleden gaf driekwart van de Noord-Ieren steun aan dat akkoord en nog maar twee maanden geleden kozen ze hun eigen parlement. Binnenkort zullen politieke leiders van beide gemeenschappen gezamenlijk een ministerraad presenteren, waarin zelfs Sinn Féin, de politieke tak van het verboden Ierse Republikeinse Leger, zitting zal nemen.

Intussen onderschepte de politie zowel in Ierland als in Noord-Ierland regelmatig een auto vol springstof, werd af en toe een winkel of een huis opgeblazen en vereffenden terroristen oude rekeningen. Ook waren onschuldige burgers het doelwit van terreur, het liefst degenen die de sektarische grens aan hun laars lapten. En vorige maand werd Noord-Ierland een paar dagen volledig ontwricht omdat een groep protestanten per se over een katholieke straat in Portadown wilden paraderen, iets wat de katholieken ter plaatse per se níet wilden. Die ruzie werd gelukkig nog net op tijd gesmoord door een brandbom die aan drie katholieke broertjes het leven kostte, de oudste was tien jaar. Het is waar, Noord-Ierland maakt cynisch.

De overige 'omstreden marsen' verliepen zonder noemenswaardige incidenten en op dominee Ian Paisley na, bij wie de haat tegen katholieken in de genen lijkt te zitten, was iedereen het er over eens dat Noord-Ierland het eerste marsseizoen na het vredesakkoord glansrijk had doorstaan.

En toen, op een onbewaakt moment, sloegen de tegenstanders van dat akkoord opnieuw hard toe, harder zelfs dan ooit tevoren. De meeste Noord-Ieren hielden al geen rekening meer met dit soort aanslagen. Zeker niet die in Omagh, waar katholieken en protestanten al jaren relatief vredig naast elkaar leven.

Sinds het akkoord van april is iedere Noord-Ierse terreurdaad in de eerste plaats een aanslag op het vredesproces, een poging om het optimisme te smoren. Want de Britse premier Tony Blair roept wel steeds dat de meeste Noord-Ieren willen dat het vredesproces voortgaat, het wantrouwen tussen beide geloofsgemeenschappen is nog groot. Na ondertekening van het akkoord bestond er even een euforie, bij het referendum stemde dan ook driekwart van de bevolking vóór. Maar een maand later behaalden de voorstanders van het akkoord nog maar net voldoende steun voor een werkbaar parlement.

Toch lijkt het akkoord intussen tegen een stootje te kunnen, als zelfs de aanslag van Omagh het niet om zeep kan helpen. Of was het nou juist de gruwelijke omvang ervan die heeft voorkomen dat het vredesproces in elkaar donderde? Ook dat is het cynisme van Noord-Ierland. Als het aantal slachtoffers kleiner was geweest, had de Real IRA, die zich verantwoordelijk heeft gesteld voor de aanslag, vast geen bestand afgekondigd. De organisatie zou gewoon door zijn gegaan en protestantse terreurgroepen zouden, murw geslagen door zoveel uitdagingen, toch weer met geweld hebben gereageerd.

De aanslag lijkt zich tegen de daders te hebben gekeerd. De Real IRA voelde zich genoodzaakt tot een staakt-het-vuren, ook al is het halfslachtig: geweld wordt “opgeschort” om na te denken of de methode niet moet worden herzien. De Britse en Ierse regering doen het bestand, zoals te verwachten viel, af als een hypocriete poging van de Real IRA om de huid te redden. Maar andere, minder fanatieke republikeinen zullen er genoegen mee nemen. En dat is voor de organisatie voorlopig het belangrijkste. Want als de grote broer van de Real IRA, de provisional IRA, zich min of meer openlijk tegen de organisatie zou hebben gekeerd, was die waarschijnlijk binnen de kortste keren ontmanteld.

De Real IRA is over zijn grens gegaan en dat geldt in Noord-Ierland als een doodzonde. De partijen weten precies hoe ver ze kunnen gaan, zonder door anderen binnen de eigen gelederen op de vingers worden getikt. Dat geldt voor terreurorganisaties, dat geldt zeker voor politici. Sinn Féin besloot tot een krachtige veroordeling van de aanslag, iets wat de partij nooit eerder heeft gedaan. Maar vice-voorzitter Martin McGuinness ging niet zo ver om katholieken die meer weten over de daders (en dat zijn er velen, onder wie waarschijnlijk ook hijzelf) aan te sporen naar de politie te stappen. De partij voelt zich op de vingers gekeken door zijn IRA-achterban, bij wie het terroristische bloed ondanks het bestand nog niet geheel uit de aderen is verdwenen. Binnen de IRA zelf schijnen ze ook te walgen van de aanslag. Niet eens zozeer vanwege de daad zelf, maar omdat de plegers zo dom zijn geweest onschuldige burgers te treffen. Zelf heeft de IRA altijd een voorkeur gehad voor militairen, politie-agenten en anderen die in hun ogen direct betrokken waren bij de oorlog met de Britse bezetter.

Zelfs na Omagh kennen Gerry Adams en de zijnen dus hun grens. Ze mogen wel veroordelen, maar moeten vooral zwijgen over ontwapening van de IRA. Terwijl de protestantse leider David Trimble ongetwijfeld gelijk had toen hij deze week zei: “Laat er geen misverstand over bestaan, deze bom zou niet zijn gemaakt of afgegaan als Sinn Féin/IRA zijn explosieven en wapens had ingeleverd”. Op zijn beurt durft Trimble niet te roepen dat de Royal Ulster Constabulary (RUC), de Noord-Ierse politie, met voorrang moet worden gereorganiseerd. Terwijl het protestantse karakter van de RUC veel katholieken ervan weerhoudt om met de politie samen te werken, wat de aanpak van het terrorisme ernstig belemmert.

Omagh is voorbij. Maar zolang de politici in Noord-Ierland hun traditionele grenzen niet verleggen, laat staan over te steken, zolang ze elkaar niet recht in de ogen durven te kijken en handen durven te schudden, ligt een nieuw Omagh op de loer.