Zuid-Afrika staat aarzelend in de storm

Nu Congo, het grootste land van Midden-Afrika, uiteen dreigt te vallen, staat Zuid-Afrika, de sterkste staat bezuiden de Sahara, voor de lastigste klus in zijn post-apartheidsbestaan.

JOHANNESBURG, 21 AUG. Een Afrikaanse Renaissance: de uitdrukking lag de Zuid-Afrikaanse vice-president Thabo Mbeki in de mond bestorven. De filosofisch ingestelde Mbeki mocht op fora en partijen graag wegdromen over een wederopstanding van een continent, politiek én economisch.

Nog maar drie maanden geleden, op een topconferentie van de Zuidelijk-Afrikaanse Ontwikkelingsgemeenschap (SADC) in Namibië, leek de regio een rozentuin. Laurent-Désiré Kabila, president van de jongste lidstaat van de SADC, de Democratische Republiek Congo, werd ingehaald als een held. Weliswaar waren er enkele vraagtekentjes over de mensenrechten in het nieuwe Congo, maar Kabila stal in aandoenlijk Engels de show.

Hoe anders is de situatie nu. De regering van Kabila staat op het punt onder de voet te worden gelopen door Tutsi-rebellen. Congo dreigt in stukken uit elkaar te vallen, waarmee een lange periode van instabiliteit zou kunnen aanbreken. Weg Renaissance, einde van Mbeki's droom.

De regering van Mbeki en zijn president Nelson Mandela staat in feite voor de zwaarste internationale taak in haar vierjarige bestaan, nu de burgeroorlog in Congo dreigt te escaleren in een conflict tussen Midden- en Zuidelijk Afrika en een scheuring is ontstaan binnen de SADC, waarvan Zuid-Afrika momenteel voorzitter is. Mandela en zijn ministers stelden de afgelopen dagen koortsachtige pogingen in het werk vredesbesprekingen op gang te brengen in het gebied van de Grote Meren. Minister van Buitenlandse Zaken Alfred Nzo en zijn ambtgenoot van Defensie, Joe Modise, kwamen gisteren terug van een rondreis door het oorlogsgebied. In zijn verslag aan het parlement waarschuwde Nzo voor een “militair conflict van ongekende schaal in Afrika bezuiden de Sahara”. Nzo vermeed angstvallig partij te kiezen in het conflict. Hij verwees slechts zijdelings naar de beschuldigingen van Kabila en andere SADC-leiders dat Oeganda en Rwanda de rebellen met troepen steunen: “Het conflict is niet louter een interne aangelegenheid.” Nzo verwoordde het standpunt van zijn regering: “Een militaire oplossing voor dit probleem is uit den boze.”

Maar intussen hadden de andere SADC-staten niet stil gezeten. Namibië stuurde Kabila wapens en Zimbabwe liet de sabels kletteren. De Zimbabweaanse president Mugabe heeft tot groot ongenoegen van Pretoria troepen gestuurd naar de Congolese hoofdstad Kinshasa om Kabila hulp te bieden. De Zuid-Afrikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken, Aziz Pahad, probeerde gisteren de tegenstellingen te bagatelliseren door te zeggen dat binnen elke statengemeenschap verschil van mening bestaat. Maar binnen de SADC is het verschil wel erg groot en ligt de ruzie op straat. Robert Mugabe zei gisteren met zoveel woorden dat Zuid-Afrika 'zijn bek' moest houden en dat hij het volste recht had te doen wat hij nodig achtte. Mandela haastte zich Mugabe de hemel in te prijzen als een “zeer competente leider” en heeft een spoedberaad van de SADC voorgesteld over Congo. Maar Zuid-Afrika lijkt de controle over de situatie kwijt te zijn.

Pretoria en Harare vechten een competentiestrijd uit, waarvan de ontstaansgeschiedenis stamt uit de tijd van de apartheid. Zimbabwe was in de jaren tachtig leider van de zogenoemde 'Frontlijnstaten' - buurlanden van Zuid-Afrika die een gezamenlijk front vormden tegen de blanke minderheidsregering in Pretoria. Na de vreedzame politieke overgang in Zuid-Afrika, in 1994, trad het toe tot de SADC. In 1996 richtte de SADC een intern lichaam op onder de naam: Orgaan voor Politiek, Defensie en Veiligheid. Robert Mugabe kreeg, als beloning voor het leiderschap van de Frontlijnstaten, het voorzitterschap van het semi-autonome orgaan in de schoot geworpen, voor een jaar. Maar als Mugabe eenmaal op een stoel zit, blijft hij zitten; hij is nog steeds voorzitter. In die hoedanigheid heeft Mugabe de bevoegdheid beslissingen te nemen voor de SADC-landen op militair gebied. Mugabe kwam deze week tot de conclusie dat Congo als lidstaat van de SADC is binnengevallen door twee niet-leden, Rwanda en Oeganda, en dat rechtvaardigt, overeenkomstig de SADC-statuten, militaire hulp aan Kabila.

Wat zich in de huidige crisis wreekt, is dat Zuid-Afrika, dat in alle opzichten - economisch, militair en qua democratisch gehalte - hoog uittorent boven de andere landen in de regio, onder Mandela heeft nagelaten de leidersrol op te eisen, zelfs nu het voorzitter is van de SADC. De eerste post-apartheidsregering wilde per se een laag profiel houden in zijn buitenlandse politiek. Sleutelwoorden: beleefdheid, iedereen te vriend houden, niet de Big Brother spelen. Mandela en Mbeki zijn er nu met een schok achtergekomen dat politiek in Afrika zo niet werkt. Zuid-Afrika is het enige werkelijk democratische land in de regio. Maar meteen over zijn grenzen is het aloude opleggen van dictaten nog in zwang. Door na te laten zijn 'natuurlijke' stempel te drukken op Zuidelijk Afrika heeft Zuid-Afrika een politiek vacuum gecreëerd. En Pretoria heeft het aan de gretige Little Brother Robert Mugabe overgelaten om dat op te vullen.