Ziekenhuis Gent

In het artikel 'In Godsnaam niet naar Gent' (NRC Handelsblad, 7 augustus) wordt het verhaal van mevrouw Van Leeuwen over haar bevalling van een tweeling in het Universitair Ziekenhuis in Gent op een uiterst eenzijdige en negatieve wijze voorgesteld. Dit ziekenhuis, en in het bijzonder de vrouwenkliniek, behandelt jaarlijks honderden Nederlandse vrouwen. De redenen hiervoor zijn dat enerzijds de Nederlandse zorgverstrekking ontoereikend of te restrictief is, en anderzijds dat Nederlanders de gastvrijheid en toegankelijkheid van de Vlaamse ziekenhuizen erg waarderen.

Op 30 mei 1998 kreeg ons ziekenhuis een telefonische aanvraag van collegae uit Leiden die ons verzochten mevrouw Van Leeuwen op te nemen, een vrouw die in hun ziekenhuis geobserveerd werd omdat ze zwanger was van een tweeling die te vroeg geboren dreigde te worden. De reden voor hun verzoek was dat er in Nederland nergens plaats was op de neonatale intensive care units. Leiden zou het transport organiseren. Om 3 uur 's nachts arriveerde mevrouw Van Leeuwen per ambulance in ons ziekenhuis. Onmiddellijk werd zij door de arts van dienst onderzocht. Gezien de korte zwangerschapsduur werd vervolgens al het mogelijke gedaan om de bevalling uit te stellen. Dit is 10 dagen lang gelukt, tot zij uiteindelijk op 10 juni beviel van twee vroeggeboren kinderen. Ter informatie willen wij hieraan toevoegen dat, bij deze korte zwangerschapsduur, een winst van 10 dagen de kansen op een gezonde baby aanmerkelijk verhoogt.

In de loop van het verblijf van mevrouw Van Leeuwen heeft het medische en verpleegkundige team alles gedaan om het haar zo aangenaam mogelijk te maken, temeer omdat iedereen begaan was met deze vrouw die onverwacht, in emotioneel moeilijke omstandigheden, uit haar vertrouwde omgeving werd weggerukt en 'in den vreemde' moest verblijven.

Zoals reeds gezegd kwam de patiënte aan om 3 uur 's nachts, een tijdstip waarop onze hoteldiensten inderdaad gesloten zijn en we niemand een maaltijd kunnen voorzetten. De volgende morgen heeft zij, net als alle andere patiënten, een normaal ontbijt gehad, en geen droge boterham van een andere patiënte. Telefoneren naar het buitenland is ook geen probleem als je een telefoonkaart koopt. Mevrouw Van Leeuwen heeft dat geweigerd. Uit empathie met haar en haar echtgenoot hebben wij voorzover mogelijk een bed ter beschikking gesteld aan haar echtgenoot, die minstens vier maal gratis is blijven overnachten, terwijl er normaliter 1.000 Belgische francs per nacht voor in rekening worden gebracht.

Een patiënt heeft in België net als in Nederland heel wat inspraak. Onze gynaecologen hebben dan ook naar alle mogelijke efficiënte middelen gezocht om de bevalling zo lang mogelijk uit te stellen in het belang van de kinderen. Het is normaal en begrijpelijk dat patiënten het daar wel eens moeilijk mee hebben en in emotioneel geladen omstandigheden de behandeling wensen te beëindigen. Wij kunnen slechts informatie geven en vervolgens met instemming van de betrokkenen - nooit tegen hun wil - een therapie instellen. Als patiënten voor een andere weg kiezen, is dat hun goed recht, maar ze doen dat wel op eigen verantwoordelijkheid. Een ziekenhuis is er tenslotte om mensen te helpen. Het is geen gevangenis.

Bij de bevalling waren welgeteld 9 en geen 20 mensen aanwezig, wat trouwens geen overbodige luxe is bij de vroegtijdige bevalling van een tweeling. Per kind staat een team van twee neonatologen klaar en de bevalling zelf wordt door twee gynacologen geleid. Verder zijn er verloskundigen en een verpleegster aanwezig. Na de eerste opvang op de verlosafdeling werden Kevin (1310 g) en Mitchell (1110 g) naar de afdeling neonatologie overgebracht. De artsen gaven ruime informatie over de gezondheidstoestand van de kinderen, over de apparatuur, het medische beleid en de evolutie van de baby's. De contacten tussen ouders en kind zijn er ongelimiteerd. Ze worden onmisbaar geacht in de totaalzorg van ouder en kind. Deze contacten worden zelfs sterk gestimuleerd en omvatten zowel tactiele, auditieve als visuele contacten. Huidcontact door strelen wordt aangemoedigd, rekeninghoudend met de toestand van de baby. Kangoeroën wordt aanbevolen als de kinderen stabiel beschouwd worden. De algemene regel is dat de kinderen pas uit de couveuse mogen vanaf een gewicht van 1250 gram.

Op 16 juni 1998 zijn de kinderen van het echtpaar Van Leeuwen overgebracht naar Leiden en heeft ook mevrouw Van Leeuwen het ziekenhuis verlaten. Daags voordien heeft zij een curettage gehad omwille van bloedverlies als gevolg van een stukje placenta dat was blijven zitten. Mevrouw Van Leeuwen beweert dus ten onrechte dat het hier de hele placenta betrof. Een niet-afgestoten placenta is vaak oorzaak van bloedverlies na een bevalling. Indien dit tijdig wordt onderkend, zoals bij mevrouw Van Leeuwen, kan het met een eenvoudige revisie van de baarmoeder verholpen worden. Als gevolg van opeenvolgende 'obstakels' zijn de frustaties bij deze ouders hoog opgelopen, wat te begrijpen is. Hun verwachtingen waren in het begin van deze zwangerschap duidelijk anders dan uiteindelijk is geschied. Vele moeders en vaders laten op dat ogenblik enkel hun hart en gevoel spreken en zien alles door een zwarte bril. Wat ze ervaren kan blijkbaar niet meer positief benaderd worden.

Het overgeorganiseerde Nederlandse gezondheidssysteem dat efficiëntie en kosten-batenanalyses hoog in het vaandel draagt, kan blijkbaar geen of onvoldoende hulp bieden aan een aantal van zijn burgers die al dan niet noodgedwongen hulp zoeken over de grens. Naar verluidt heeft de rigide toepassing van het ziektekostensysteem in Nederland tot gevolg dat zodra het voorziene budget is opgebruikt, bepaalde zorg niet meer kan worden verstrekt. Gezien dergelijke structurele beperkingen in toegankelijkheid en gebruik van gezondheidsvoorzieningen inderdaad leiden tot 'met weeën de grens over' moet in Nederland ook eens in eigen boezem gekeken worden, en een oplossing gezocht worden voor de problemen in plaats van ze te exporteren naar de buren.

Tot slot, dankzij de goede medische zorgen heeft mevrouw Van Leeuwen twee gezonde kinderen kunnen meenemen naar Gouda, iets waarvoor we in België gewoonlijk 'dankuwel' zeggen.