Tekort experts remt strijd tegen fraude

De Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst en de Economische Controle Dienst gaan meer samenwerken in de strijd tegen financiële fraude. Die strijd wordt voortdurend bemoeilijkt door een gebrek aan fraude-experts.

UTRECHT, 21 AUG. “Financiële fraude is lucratief en moeilijk te traceren”, zegt directeur C. Schouten van de Economische Controledienst (ECD). “Wil je daar als opsporingsambtenaar iets tegen beginnen, dan moet je goed de weg weten in de financiële wereld. Alleen experts kunnen uit de voeten met ingewikkelde materie als oplichting of manipulaties met BV's.”

Maar zulke experts zijn schaars. De ECD, de Fiscale Inlichtingen- en Opsporings Dienst (FIOD), de Centrale Recherche Informatie (CRI) en accountantskantoren jagen allemaal op forensisch specialisten, deskundigen op het gebied van financiële fraude. Goede mensen aantrekken valt niet mee, zegt Schouten. “We vissen allemaal in dezelfde vijver.”

Die vijver is betrekkelijk klein. “Kandidaten moeten economisch onderlegd zijn, ze moeten weten wat ze wel en niet mogen en het is ook belangrijk dat ze een beetje een neus hebben voor het herkennen van fraude.”

Niet elke boekhouder is geschikt als rechercheur, volgens Schouten. “Je moet ook een geldstroom kunnen volgen en weten hoe witwassen werkt. Een stukje verder kijken dan alleen naar de cijfertjes in de boekhouding, dus.”

De FIOD heeft weinig personele problemen, volgens een woordvoerder. “Wij houden ons alleen bezig met fiscale fraude. Daarbij staan 30.000 deskundige ambtenaren van de Belastingdienst tot onze beschikking. Uit dat reservoir kunnen wij mankracht putten.”

Bij de ECD ligt dat anders. In haar vorige week gepubliceerde jaarverslag stelt de dienst dat een tekort aan mensen, naast gebrekkige samenwerking met het openbaar ministerie en andere opsporingsdiensten, een van de belangrijkste oorzaken is van het moeizame verloop van het onderzoek naar de Amsterdamse beursfraude.

Aan oplossing van die problemen wordt inmiddels gewerkt. In de Nota Integriteit Financiële Sector kondigt minister Zalm (Financiën) maatregelen aan. Dat heeft onder meer geleid tot het gisteren gesloten convenant tussen ECD en FIOD, waarin ze afspreken hechter samen te werken. Verder komt er een expertisecentrum dat onder leiding van het openbaar ministerie bijstand zal verlenen bij de opsporing van fraude. De personele problemen worden aangepakt door de ECD en de FIOD met 95 medewerkers uit te breiden.

“Vanaf september beginnen we met werven”, zegt B. Hoekman, Hoofd Financieel Economische Recherche van de ECD. Hij verwacht dat het aantrekken van goede mensen moeilijk zal worden. De ECD mikt vooralsnog niet op academisch geschoolde forensische accountants, maar op HBO'ers met vakkennis. “Academici kunnen in het bedrijfsleven meer verdienen dan bij ons, daar kunnen wij niet tegenop. We nemen wel enkele van zulke specialisten in dienst, maar de meeste werknemers zijn HBO'ers die we zelf intern op een hoger niveau proberen te brengen.”

Naast financieel-economische kennis krijgen nieuwkomers vooral recherchevaardigheden bijgebracht. Bij de sollicitatieprocedure wordt getest of ze daarvoor aanleg hebben. “Iemand kan immers nog zo'n mooie CV hebben, als hij niet stevig in zijn schoenen staat, hebben we er niks aan.”

Een van de 'boosdoeners' die financiële experts zou wegkopen bij opsporingsdiensten van de overheid is accountantskantoor KPMG. De forensische afdeling van KPMG houdt zich eveneens bezig met opsporing van fraude, maar doet dat niet primair met het doel fraudeurs voor de rechter te krijgen. Een forensische accountant licht bedrijven door om fraude of corruptie boven water te krijgen of om malversaties in de toekomst te vermijden.

KPMG heeft, net als opsporingsdiensten als ECD en CRI, moeite met het vinden van goede financiële experts. “Maar het is niet zo dat wij mensen bij hen 'wegkopen' of iets dergelijks”, zegt directeur Forensische Accounting J. ten Wolde van KPMG. “In de praktijk komt er sporadisch wel eens een oud-CRI-rechercheur bij ons werken, of stapt een KPMG'er over naar de CRI, maar dat houdt elkaar wel in evenwicht. Iedere instelling krijgt uiteindelijk toch waar zij recht op heeft.”

Wie toch overstapt doet dat volgens Ten Wolde niet voor het geld. “De salarissen ontlopen elkaar niet veel, wij bieden hooguit wat meer extra's. Daar staat tegenover dat bij ons tempo en werkdruk hoger liggen en de kans op ontslag groter is, omdat je twee keer per jaar afgerekend wordt op je prestaties.”

Toch denkt Ten Wolde dat een forensische accountant liever in de marktsector werkt dan bij een overheidsdienst. “Daar is de onzekerheid te groot, je weet nooit wat het beleid op de lange termijn zal zijn en of het project waar je mee bezig bent wel wordt voortgezet.”

Een ander minpunt is de gebrekkige afwikkeling van opgespoorde delicten. De ECD klaagt hierover ook in haar jaarverslag. “Het vergt steeds weer behoorlijk wat energie en afstemming om zaken bij het OM op de rails te krijgen, op de rails te houden en tot het eindstation (vervolging) te brengen.”

“Kennisgebrek zit heel diep bij de overheid”, zegt Ten Wolde (KPMG). “Vooral aan de top, bij rechters, officieren van justitie en de leiding van politiekorpsen. Zij zijn te weinig economisch en administratief onderlegd voor dit soort zaken.” Advocaten daarentegen zijn vaak wel gespecialiseerd in fiscale of economische delicten. Dat leidt er vaak toe dat zij het openbaar ministerie bij de rechtbank aftroeven. “Justitie huurt ons ook regelmatig zelf in als ze kennis of capaciteit tekortkomt. We hebben een raamcontract met justitie, zodat we snel inzetbaar zijn als dat nodig is”, aldus Ten Wolde.

Volgens ECD-directeur Schouten zijn overheidsinstellingen daar wel terughoudend mee. “Dat ligt nogal gevoelig, want wij willen en mogen onze informatie natuurlijk maar met zo weinig mogelijk derden delen.” Ten Wolde stelt dat de forensische afdelingen van accountantskantoren juist zorgvuldiger met informatie omgaan. “Daar wordt tenminste niet gelekt.”