Srebrenica (2)

De bijdrage van de historicus Ed Ribbink aan het nationale Srebrenica-debat kenmerkt zich door ongefundeerde beweringen en onheuse verwijten. Inderdaad waren de moslims bij Dutchbat-3 nu niet bepaald populair. Daar had een groot aantal van hen het dan ook alleszins naar gemaakt.

Ribbink geeft daarvan zelfs verscheidene voorbeelden. De kern van de problemen was de onwil zich te laten ontwapenen, zodat binnen de in naam gedemilitariseerde enclave de facto een moslimstrijdmacht bleef bestaan (uiteindelijk zelfs met een officiële status). Door de Bosnische Serviërs werd dit - terecht - als een schending van de bestandsovereenkomst gezien. De aversie jegens de moslims was binnen het bataljon in brede kring en van laag tot hoog te vinden. De suggestie dat een andere opstelling van de leiding van het bataljon daaraan ook maar iets zou hebben kunnen veranderen is absurd. Indoctrinatie van hogerhand wint het op den duur nu eenmaal nooit van persoonlijke ervaringen en de dagelijkse realiteit.

Met betrekking tot de gebeurtenissen tijdens en na de val van de enclave raken de door Ribbink geuite harde en persoonlijke verwijten aan het adres van toenmalig commandant Karremans kant noch wal. In de eerste plaats was toen al geruime tijd duidelijk, dat de meeste enclaves op den duur niet als 'safe areas' zouden kunnen worden gehandhaafd. Dat de verantwoordelijke superieuren van Karremans hem voor dat geval niet tijdig hadden voorzien van duidelijke en gedetailleerde instructies, is dan ook te duiden als ernstig plichtsverzuim; het geeft geen pas iets zó wezenlijks over te laten aan het improvisatievermogen van een uitgeputte bataljonscommandant. Eventuele verwijten dienen derhalve primair niet te worden gericht aan Karremans, maar aan zijn militaire VN-meerderen in Sarajevo (UNPROFOR) en Zagreb (UN Peace Force). In de tweede plaats gaat Ribbink er voetstoots vanuit, dat wat nú over het lot van de mannelijke moslims bekend is, ook bij de val van de enclave al door de bataljonscommandant had kunnen of moeten worden vermoed. Maar historici hebben achteraf gemakkelijk praten!

    • P.C. Dijkgraaf
    • Res.Majoor-Arts Kon. Landmacht