Srebrenica (1)

In NRC Handelsblad van 17 augustus stond een artikel van Ed Ribbink met de strekking dat de leiding van het bataljon Dutchbat pro-Servisch zou zijn geweest. Toch is er m.i. gerede aanleiding om daar sterk aan te twijfelen. Wie enig inlevingsvermogen heeft op grond van ervaringen met mensen met een oorlogssituatie weet dat de commandant niet handelde op grond van sym- of antipathieën, doch strikt de situatie beoordeelde op grond van de (beperkte) mogelijkheden.

Voor wat betreft de doelstelling van zijn manoeuvreren stond de opdracht voorop dat hij voor alles het verlies van Nederlandse levens moest voorkomen. Het was toch een vredesmissie, nietwaar? Zonder brandstof, levend op noodrantsoenen, geen verbinding of steun via de lucht, geen aflossing die zou komen. Als dit de omstandigheden zijn waaronder je je plan moet trekken, dan is er niet veel ruimte om een grote broek aan te trekken en je tegenstander tegen je in het harnas te jagen. Dat een pantserwagen over lichamen reed, is onder de omstandigheden die verhaald worden, geen afkeurenswaardige zaak. Dat sommigen daarmee zitten achteraf, is heel begrijpelijk. Doch mogelijk hebben ze hun leven te danken aan die beslissing van een enkeling op dat moment. Kortom, ik heb er behoefte aan te verklaren dat ik bewondering heb voor de leiding van Dutchbat die onder moeilijke omstandigheden, toch allen, minus een enkeling die door Bosniërs werd gedood, behouden heeft doen terugkeren. Stank voor dank is echter het loon.