Pan

De jongen liep in de Vijfzinnenstraat. Wat was die lang. Hij moest een pan halen voor z'n moeder. Die had ze gekocht in Barcelona en meteen uitgeleend. Een vriendin wilde ook wel eens paella maken in zo'n zware pan. Pa-el-ja, hij wist hoe je het uitsprak, omdat ze van de zomer in Spanje waren geweest.

Een paella dat was rijst en vis en vlees en heel veel olijfolie. De jongen had helemaal geen zin die pan te halen. Maar hij moest wel. Z'n moeder had beloofd vanavond een paella te maken en die smaakt in zo'n Franse pan het lekkerst.

Er kwam geen eind aan de Vijfzinnenstraat. Paella, het water liep hem in de mond. Hij moest vlug aan iets anders denken, niet aan al dat lekkere eten, anders hield hij het niet vol. Waaraan dan?

Hij keek naar een huis. Nog wel zo'n driehonderd nummers moest hij lopen. Toch was de Vijfzinnenstraat een leuke naam. Z'n moeder had gezegd dat het op de vijf zintuigen sloeg. Kijken, luisteren, ruiken, voelen en wat had het nog meer, o ja proeven natuurlijk. Hij kreeg er zo'n dorst van dat hij ergens aanbelde en om een las water vroeg. Gulzig dronk hij het op. Een paella, die proefde je natuurlijk. Kon je hem ook zien? En hoe!. Hij kon hem ruiken en horen als z'n moeder hem in de keuken klaar maakte. Voelen, dat sprak helemaal vanzelf, een gamba of een stukje kip mocht je gewoon met je handen pakken.

Het leek net of hij in de Vijfzinnenstraat de paella al te pakken had gekregen. Elk zintuig werkte mee. Weer keek hij naar een huisnummer. Nog even en dan was hij er. Dat kon niet missen. Wat stond er op het bordje van die zijweg?

Zesde zintuiglaan. 't Was of de hele Vijfzinnenstraat in elkaar stortte. Zesde zintuig? Daar had z'n moeder niets over gezegd. En waar zat dat dan? In de buurt van z'n handen of z'n ogen of vlakbij z'n oren of z'n mond.

Hij belde aan. De vriendin deed open. Wist zij soms wat het zesde zintuig was? Even dacht ze na. Jullie eten toch vanavond paella? Met het zesde zintuig weet je nu al hoe het proeft zonder dat je een hap in je mond steekt.