Mijn eigen paradijsje

Adreswijziging: per heden woon ik aan de Afrikaanse Straat nummer 85, De Tuine, Johannesburg. Ik tik deze regels op mijn schootcomputertje in de werkkamer van mijn nieuwe huis. Door de ramen heb ik uitzicht op een helderblauwe lucht en de weelderig begroeide tuinborder. Rozen, agaven, zonovergoten bananenbomen en palmen, het is een pracht. Maar achter de bosschages staat een muur van drie meter hoog en op die muur zitten zes elektrische draden met een spanning van 5.000 volt.

Verhuizen van een appartement naar een vrijstaand huis in Zuid-Afrika heeft zijn consequenties. Grootstedelijke Zuid-Afrikanen gaan heel ver om hun huizen te beschermen. Is dat ook nodig? Afgaande op de misdaadcijfers wel. Volgens het Amerikaanse instituut Kroll Associates komt Johannesburg op de vierde plaats op de ranglijst van gevaarlijke steden. Koploper is Algiers, gevolgd door de Zuid-Amerikaanse drugscentra Bogotá en Caracas, maar welk fatsoenlijk mens gaat daar naar toe?

In de provincie Gauteng, waarvan Johannesburg het hart vormt, wonen 7,5 miljoen mensen. Jaarlijks komen gemiddeld 6.000 van mijn provinciegenoten door moord en doodslag om het leven. Ter vergelijking: in Nederland wonen 15 miljoen mensen; het aantal moorden op jaarbasis bedraagt er minder dan 300.

Zuid-Afrikaanse criminelen hebben bovendien een nare karaktereigenschap: misdaad zonder geweld vinden ze niks. Maakt de klassieke inbreker rechtsomkeert als hij merkt dat zich in het huis mensen bevinden, de Zuid-Afrikaanse 'Ome Gerrit' geeft er juist de voorkeur aan mensenvlees aan te treffen. Vrouwelijke bewoners, of ze dertien of tachtig zijn, worden verkracht, mannen die zich verzetten afgemaakt. Met een beetje geluk laten de schavuiten hun slachtoffers gekneveld achter, maar executie is niet ongebruikelijk. Alles onder het motto: een opgeruimde getuige is geen getuige.

Hoe is mijn huis bewapend tegen onwelkome gasten? Ik heb naar goed gebruik in Johannesburg een meervoudige defensielinie aangelegd. Eerst de drie meter hoge muur. Daar bovenop de elektrische omheining - aanraking ervan activeert het alarm (een gillende sirene) en zorgt voor een fikse schok, die niet dodelijk is. “Helaas”, volgens de verkoper, “tenzij men niet loslaat.”

Achter de stroomdraden ligt ring drie, het Nato-prikkeldraad. Verder zijn alle ramen en deuren afgezet met schuifsloten en voorzien van 'burglar bars', een soort tralies. Ten slotte is het woongedeelte door middel van een traliedeur gescheiden van de slaapvertrekken.

Veel huizen in Johannesburg hebben nog een zesde verdedigingsring: een valse hond. Of soms een zevende: infrarood camera's binnenshuis die elke beweging signaleren en het alarm in werking zetten.

Voorlopig heb ik voor deze beide opties nog even gewacht. Wel is mijn tuin verdeeld in vier sectoren, van elkaar gescheiden door muren en gietijzeren tuindeuren. En op strategische plaatsen hangen schijnwerpers die 's nachts branden.

Maar wat als het alarm afgaat? Wie gaat op jacht naar de inbrekers? Daar zijn in Zuid-Afrika zwaar bewapende particuliere bewakingsdiensten voor, Armed Response geheten, waar men zich voor circa honderd gulden per maand op abonneert. De mijne heet Paramed Security. Vertegenwoordiger Brendan Fourie legt uit waarom zijn bedrijf zo handig is: de bewakers schieten niet alleen de inbrekers voor me dood, ze ruimen ook de rommel op en passen als dat nog nodig is eerste hulp toe. Handig, want in de zes minuten die men nodig zegt te hebben om te verschijnen, kan aardig wat bloed vloeien.

Het systeem werkt als volgt. Mijn alarm is verbonden met de centrale van Paramed. Als iemand mijn elektrische draden aanraakt gaat de sirene loeien en belt Paramed mij ogenblikkelijk op. Wordt de telefoon niet opgenomen, dan komt men. Antwoord ik wel, dan vraagt men naar mijn pincode. Dit laatste is, legt Fourie uit, indien inbrekers mij onder schot houden, in dat geval kan ik een verkeerde code doorgeven zodat Paramed weet dat het niet pluis is. In huis zijn panic buttons geplaatst, draadloze apparaatjes met een rode knop die bij indrukken eveneens Paramed in actie brengt. Ik heb alles getest en het werkt.

Het grote voordeel van de elektrische omheining is dat elke aanraking wordt geregistreerd, het nadeel is dat ook een zwiepende tak of een vogel het alarm kan activeren. Gevolg is dat de buurt 's nachts, als iedereen de installatie aan heeft staan, geniet van een concert van gillende sirenes, aangevuld met blaffende honden voor de ondertonen.

Het mag allemaal overdreven voorkomen, het is het niet. Elke dag staan er verhalen in de krant over mensen die zich niet hadden beveiligd of ergens een lek hadden laten zitten. Dood! Angstaanjagend zijn berichten over burgers die zich aan alle kanten hadden ingedekt en toch nog sneuvelden. Niet verder aan denken. Het aantal geweldsdelicten in Zuid-Afrika loopt volgens de statistieken overigens langzaam terug. Dat zal niet in de laatste plaats te danken zijn aan de metamorfose van huizen in kastelen. Maar men blijft natuurlijk kwetsbaar, vooral bij het naar buiten gaan en dat is wel eens nodig. Een groot deel van de overvallen en schietpartijen heeft plaats wanneer mensen hun auto in of uit de garage rijden. Hier heb ik het gemakkelijk: ik rij zelf niet, taxi's zijn mijn veilige vervoermiddel. De chauffeur weet de weg en fungeert als bodyguard.

Hoeveel veiligheidsmaatregelen zijn voldoende? Dat weten Zuid-Afrikanen zelf ook niet, voor alle zekerheid schaffen velen zich daarom ook nog een schietwapen aan. “Wat doe jij als ze bij je inbreken”, vraag ik een Nederlandse collega in het naburige Pretoria. “Ik schiet ze hartstikke dood”, zegt hij.

“Heb jij dan een wapen?” “Jazeker, een 9 mm pistool en ik kan er mee omgaan ook, ik ben schietinstructeur in het leger geweest.”

Zucht, hij wel. Nee, zover ben ik nog niet. Te vaak lees ik over klungels die met hun eigen pistool worden afgeschoten of over wapens die per ongeluk afgaan. Ik hou het op een hockeystick onder het bed. En ik heb een schuilplaats: de gangkast - sleutel aan de binnenkant - die in noodgevallen dient als mijn laatste bastion, een onderduikadres waar geen booswicht mij kan krijgen.

Zo leeft men in Johannesburg 1998. 's Nachts in bed luister ik naar de pulsen van het elektrische hek. Het geluid mengt zich met het tsjilpen van de krekels. Deuren vergrendeld, panic button op armlengte, telefoon op het nachtkastje, hockeystick onder handbereik. Mijn nachthemd is een T-shirt met een plaatje van een AK-47, in Johannesburg hoogstpersoonlijk gekregen van de heer Kalasjnikov zelf. Misschien schrikt het af, wie weet.

Ging daar mijn alarm af of dat van de buren?