Mens en identiteit

Soms bekruipt me de gedachte dat ik de Mens achter de Politicus helemaal niet wil kennen. Van alle media is vooral de televisie erop gebrand de politicus te laten zien als strandloper of wielrenner, soepkookster of saxofonist - kortom: als Mens. Maar meestal zijn het geregisseerde plaatjes die de politicus reduceren tot schertsfiguur. En wat is daar in vredesnaam zo interessant aan?

Thom de Graaf, de fractieleider van D66 die gisteravond bij Sjors Frölich te gast was in Het reces, lijkt dat met mij eens te zijn. Gelukkig zijn wij in dit land geneigd het privé-leven van politici los te zien van hun werk, zei hij, als reactie op de Clinton-affaire, en evenmin vinden wij het van belang of zo iemand gescheiden of getrouwd is. De das die hij droeg, had hij trouwens zelf gekocht.

Frölich wil echter, op zo'n avond in de NCRV-tuin, de politieke gespreksonderwerpen graag afwisselen met wat human interest. Zo informeerde hij naar de gedichten die De Graaf blijkbaar in zijn vrije tijd schrijft, en vroeg hem daaruit iets voor te lezen. De Graaf weigerde; als ze goed genoeg zouden zijn, zou hij ze wel uitgeven. Dat leek me een punt in zijn voordeel. Ook viel me op, dat zijn gezin buiten schot bleef. Tot zo ver slaagde de politiek leider van D66 er dus behoorlijk in zich niet als Mens te vertonen.

Maar toch bleek ook hij concessies te hebben gedaan aan de eisen van het moderne mediabedrijf. Het reces mocht hem filmen terwijl hij uitwaaide op het strand van Bergen en een versje van Roland Holst over “onrust en verlangen” citeerde, en daarna schoof een vriend aan met wie hij laatst nog een paar dagen naar Parijs was geweest - geweldig, ze waren er even helemaal uit geweest. Uit een korte compilatie van archieffragmenten bleek bovendien, dat De Graaf ook wel degelijk het boomzagen en polsstokspringen heeft beoefend in Sterrenslag.

Wat wij als onderdanen met dat soort trivialia opschieten, weet ik niet. Geef mij maar de politieke vragen. Frölich, die een alert ondervrager kan zijn, maakte het De Graaf echter op politiek terrein niet bepaald lastig. Zodat er uiteindelijk een nogal onopmerkelijke uitzending restte, waarin de Politicus noch de Mens uit de verf kwam.

Eerder op de avond herinnerde de IKON-rubriek Het andere gezicht eraan, dat het onderscheid tussen de publieke figuur en de privé-persoon wèl wegvalt als het over vorstelijke personen gaat. Vooral iemand als prinses Diana, die in de Britse monarchie nu eenmaal niet beschikte over een afgepast takenpakket, kon alleen Iemand worden door zich te profileren als persoon. Zij had, als ze in het openbaar verscheen, alleen zichzelf.

In een warrig relaas over de troostende werking van rituelen en iconen werd Diana vergeleken met de Heilige Maria. Want was niet ook Diana een heilige geworden? Van de bedevaartsplaats Scherpenheuvel, waar katholieke kaarsjes worden gebrand, verplaatste de handeling zich via een korte tussenstop bij het Anne Frank Huis (want Anne Frank wordt óók als heilige vereerd) naar Londen. De ene agoog-theoloog na de andere cultuurhistoricus trapte op zalvende toon open deuren in. Alleen een Engelse maatschappelijk werkster gaf ontnuchterend tegengas. Diana is geen heilige, zei ze: “Heiligen sterven niet in een Mercedes na een diner in de Ritz.”

De programmamaaksters Mary Michon en Margje de Koning lieten zich daardoor niet van hun stuk brengen, al werd hun betoog er gaandeweg niet duidelijker op. Volgzaam gingen ze zelfs mee met de zieleroerselen van een “feministisch theoloog” die ooit diepe troost had gehad van de film Gebroken spiegels. Wat dàt er nu weer mee te maken had, deed er niet toe. Prompt kregen we fragmenten uit die film te zien, waarover uiteindelijk ook nog de beeltenissen van Maria en Diana werden geprojecteerd. En uiteindelijk kwam er ook nog een soort conclusie: Diana's ster zal verbleken, maar Maria is niet kapot te krijgen.

Mijn hemel, het lijkt mij niet eenvoudig om bij de IKON een identiteitsbepalend programma te moeten maken.