IOC komt met 'strijdmacht' tegen doping

ROTTERDAM, 21 AUG. Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) gaat een bureau oprichten dat zich wereldwijd met de bestrijding van doping in de sport bezighoudt. De werknemers van deze 'strijdmacht' zullen vooral controles uitvoeren op het gebruik van verboden prestatiebevorderende middelen buiten de competitie om.

IOC-voorzitter Juan Antonio Samaranch legt het idee begin februari, bij een zogenaamd wereldcongres tegen doping in Lausanne, aan de 35 internationale olympische sportfederaties voor. De Spanjaard heeft “een olympische beweging tegen doping” met uniforme richtlijnen voor ogen.

Sinds 1994 bestaat er al wel een medische code met voorschriften over doping, compleet met testmethoden, een lijst verboden middelen en sancties. Tot dusver hebben de meeste internationale bonden echter hun eigen manier van controleren en straffen. De onderlinge verschillen daarbij zijn groot.

Of de dopingstrijdkrachten - de zwembond FINA lanceerde hetzelfde plan begin dit jaar bij de WK in Perth - ook hun werk kunnen doen in landen als China blijft de vraag. “We hopen van wel”, zei Samaranch. Hij vertelde dat de op te richten organisatie wordt gefinancierd met geld dat het IOC ontvangt voor tv-rechten. Die rijke bron moet ook helpen bij het opzetten van meer, hooggekwalificeerde dopinglaboratoria. Samaranch vertelde na de bijzondere vergadering dat het IOC een mobiel laboratorium wil inrichten. Dat zal worden ingezet in landen die niet beschikken over goedgekeurde faciliteiten. Samaranch onderstreepte dat hij niets voelt voor een versoepeling van het dopingreglement, laat staan van het vrijlaten van nu verboden middelen.