Invaliden

In zijn bijbel-exegese (CS 7-8) probeert de heer Maarten 't Hart de lezer wijs te maken dat God invaliden zou verafschuwen. Vanwege de engelen zou iemand die een kerk betreedt zelfs zijn of haar bril af moeten zetten.

Eerst iets over die engelen. De engelen zijn de spieders van God, die er op toe moeten zien dat de erediensten waardig verlopen.

Wat betreft de invaliden en andere onreinen, het volgende.

In de wet van Mozes, Leviticus 21, de verzen 17 tot en met 24, gaat het om het offeren. Ter ere van God, moest dat wat geofferd werd volmaakt en rein zijn. Daarom mochten kreupelen of mensen behept met een besmettelijke ziekte, niet in de buurt van de offerdieren of spijzen komen. Als extra garantie werd het voorhangsel opgetrokken. Achter dit voorhangsel mochten alleen de priesters komen die voorgingen in de schaduwdienst (= offerdienst).

Lees echter Mattheus 27 vers 51 (het sterven van Jezus): 'en zie, het voorhangsel van de tempel scheurde van boven tot beneden in tweeën (-)' Met de kruisdood van Jezus is ook de schaduwdienst afgeschaft. Daarmee zijn niet alleen de scheidslijnen tussen volmaakte en invalide mensen teniet gedaan, maar ook die tussen joden en Grieken en joden en andere volkeren.

Ondanks het feit dat Maarten 't Hart met zijn bijbelexegese de plank keer op keer misslaat, lees ik zijn schrijfselen (hoofdschuddend) met plezier.