Gorilla's

Je wist het natuurlijk al jaren. Met de popmuziek, het eigentijds grootschalig entertainen, is iets aan de hand dat met de oorspronkelijke betekenis van populair en vermaak niet in overeenstemming valt te brengen. Fans die hun idool de kleren van het lijf rukken, elkaar kwaad doen, terwijl het wel en wee van wereldconcerns verbonden is met de impact die het volgende album van hun artiest zal hebben: dat geheel is bijna zo oud als de grammofoon en de radio zelf zijn. Op zekere leeftijd gekomen geloof je het wel.

Je beseft dat terzijde van je eigen wereld er nog een bestaat, vol leven en bewegen, maar je hebt er niets meer mee te maken. Een paar weken geleden is Nat Gonella gestorven; negentig geworden. Prachtige trompettist, en zanger als ik me niet vergis. Een van zijn nummers zou ik meteen voor u kunnen zingen: The Spider and the Fly. Of was dat niet van Nat Gonella? Daar heb je het al. In ieder geval, in mijn universum van toen was hij een ster - of is het nog, want zo'n universum gaat nooit verloren.

Nu is het centrum van het Nederlandse universum Marco Borsato. Ik heb gelezen dat er een nieuwe plaat van hem is verschenen waarvoor sommige winkels 's nachts zijn opengebleven, tot woede van andere winkels. Intussen waren er weer andere winkels die de cd al meteen tegen lagere prijs hebben verkocht, tot woede van alle andere winkels. Ik gun de artiest zijn succes en de fans hun genot, al doet de winkeloorlog meer denken aan de grofste vroeg-kapitalistische bloeddorst. Ik zou er niet meer aan hebben gedacht, als ik niet in de Haagse Post van deze week een foto van Marco Borsato had gezien. Het bijschrift luidt: 'Vrijdag 14 augustus, 1.15 uur. Aankomst Marco Borsato op Utrecht C.S.' De fotograaf is Roel Visser.

Eerst keek ik naar de foto; en ik hoop dat de lezer me gelooft. Natuurlijk had ik weleens een foto van Marco Borsato gezien, maar nooit beseft dat hij het was. In het centrum van dit beeld loopt een jongeman - leren jek, krullend haar. Hij glimlacht, maar aan zijn ogen zou je zeggen dat het hem niet van harte afgaat. Links en rechts van hem lopen breedgeschouderde mannen, ongeveer even oud, die helemaal niet glimlachen. Op de uiterste flanken nog twee van hetzelfde type, in driedelig pak met das. Die vier komen me veel bekender voor. Loopt dit kwartet ook niet altijd naast premier Netanyahu? Heb ik ze niet onlangs nog in de buurt van president Chirac gezien?

Het is december 1957. President Eisenhower is in Parijs, gaat de andere regeringsleiders ontmoeten in het Palais de Chaillot. Uw verslaggever is ter plaatste, ziet de reeks auto's van de machtigste man ter wereld met zijn gevolg arriveren. Uit twee lange limo's springen plotseling keurig geklede mannen die naast de auto van de president tientallen meters meedraven. 'Aha!' zegt mijn geroutineerde collega. 'Nog meer gorilla's dan de vorige keer!' Voor het eerst van mijn leven had ik de gorilla's gezien. Het was wel te begrijpen dat er geen risico's konden worden genomen. De Koude Oorlog woedde. Nòg een aartshertog Ferdinand kon de wereld niet gebruiken. Zes jaar later is trouwens gebleken dat gorilla's voor een president geen hermetische garantie bieden.

Er zijn allerlei manieren om, door het volgen van de veranderingen in één fenomeen, de lijn van de geschiedenis te beschrijven. Zo'n fenomeen is de gorilla. In de vroegste tijden heette hij lijfwacht en was voorbehouden aan de allerhoogst geplaatsten. Die hadden en hebben vanzelfsprekend vijanden; dat ligt in hun loopbaan besloten. Toen kreeg je Rudolph Valentino. Hij had een lijfwacht die hem moest beschermen, niet tegen mensen die hem mores wilden leren, maar tegen de talrijke vrouwen die hun eigen bewondering niet de baas konden.

Ik ga met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis. Na de oorlog ontstaat de cultuur van de popmuziek. Die verspreidt zich over de wereld. Ongeveer tegelijkertijd worden het recht op roem en het geweld gedemocratiseerd. Het geweld gaat zich behalve tegen de macht ook tegen de roem richten. Hoe dat komt weten we niet. Er is nog geen verklaring voor. Reconstructies van het motief, de gedachtegang en de daad van agressie tegen de roem zijn in redelijkheid niet te geven. Maar het feit blijft: er zijn messentrekkers tegen schilderijen, mensen die het op schrijvers of zangers voorzien hebben. En dan krijg je zo'n foto: de ster met zijn gorilla's. Een fotografisch meesterstukje omdat het iets zo absurds laat zien dat ik er geen ander woord voor weet dan: krankzinnig. Het meest absurde is dat we zo'n tafreeltje eigenlijk gewoon vinden, en heel verstandig dat Marco Borsato zich door parate gorilla's laat omringen.