Gif moet uit hout klimrek en vlonder

ROTTERDAM, 21 AUG. Het gebruik van zogenoemde wolmanzouten bij de productie van verduurzaamd hout moet drastisch worden beperkt. Deze chemische stoffen - verbindingen van arseen, chroom en koper - zijn schadelijk voor het milieu en in sommige gevallen voor de volksgezondheid.

Ook komt er mogelijk een verbod om met deze stoffen (ook bekend als CCA-middelen) geïmpregneerd hout te gebruiken voor speeltoestellen voor kinderen. Dit blijkt uit een recent besluit van het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) in Wageningen.

Het besluit, dat mogelijk nog voor het eind van het jaar van kracht wordt, betekent een belangrijke doorbraak waarop milieubeschermers al vele jaren hebben aangedrongen. Arseen en chroom zijn giftige stoffen die volgens Nederlandse en Europese regelgeving niet in het milieu mogen komen. Arseen is in de jaren tachtig al verboden als bestrijdingsmiddel, maar was toegestaan als bestanddeel van wolmanzouten.

De Tweede Kamer heeft twee keer, in moties in 1991 en 1996, tevergeefs gevraagd om een verbod van wolmanzouten in hout. Behalve voor speeltoestellen wordt hout dat met deze chemische stoffen is geïmpregneerd veel gebruikt voor tuinhuisjes, palen voor afbakening in tuinen en voor de bouw van vlonders, schuttingen en dergelijke. Het gaat meestal om grenen- of vurenhout dat kort na de bewerking groen kleurt door het koper in de chemische stoffen waarmee het is behandeld.

Het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen, een zelfstandig overheidsorgaan, bepaalde begin juli dat hout dat is verduurzaamd met wolmanzouten alleen nog mag worden gebruikt voor hout “dat niet bestemd is voor verwerking of gebruik door particulieren”. Ook mag dergelijk verduurzaamd hout niet worden gebruikt “in direct of indirect contact met grond (inclusief oeverbeschoeiing)”. Wolmanzouten blijven (voor beperkt gebruik, in de professionele bouw) tot 1 juni 2000 toegestaan, aldus het besluit van het CTB, dat op 2 juli in de Staatscourant is gepubliceerd. Tegen het besluit kunnen de producenten van wolmanzouten een bezwaarprocedure aanhangig maken.

Pagina 2: Kamer wil al jaren verbod schadelijke zouten in tuinhout

Tegen het besluit het gebruik van wolmanzouten verregaand in te perken, kunnen de producenten bezwaren en/of nieuwe gegevens aanvoeren. Na de behandeling daarvan kan het verbod definitief ingaan - “wellicht nog voor het einde van dit jaar”, aldus CTB-woordvoerder C.M.A. Verkleij.

Of met wolmanzouten verduurzaamd hout “op milieugronden” ook voor speeltoestellen wordt verboden, moet eveneens na afloop van de hoorprocedure worden beslist. Het CTB houdt de mogelijkheid open dat er geen verbod komt, maar dan moeten de producenten voor 1 juli 1999 specifieke gegevens aan het college leveren, zoals over “daadwerkelijke opname van werkzame stoffen (vooral arseen) uit grond (rond speeltoestellen) door kinderen”.

Milieuorganisaties dringen al jaren aan op beperking of uitbanning van wolmanzouten die door ruim dertig bedrijven in Nederland worden toegepast om hout te inpregneren. “Het CTB-besluit is een belangrijke stap vooruit”, aldus Marc Koene van de Stichting Natuur & Milieu. Ook het PvdA-Kamerlid en milieuspecialist Ferd Crone spreekt van een “enorme” doorbraak.

In 1991 nam de Tweede Kamer voor de eerste keer een motie aan waarin om een verbod van wolmanzouten bij het impregneren van hout werd gevraagd. Het CTB dat toen nog onder het ministerie van Volksgezondheid ressorteerde, beraadde zich een jaar later over een verbod, maar nam geen besluit. In mei 1993 werd de toelating van de wolmanzouten met vijf jaar verlengd. Toenmalig minister Alders (Milieubeheer) liet toen weten dat een verbod niet mogelijk was “omdat onaanvaardbare nevenwerkingen bij de huidige c.q. aan te scherpen toepassingen niet aantoonbaar zijn”. Alders die wel andere nog gevaarlijker geachte impregneermiddelen verbood, liet ook weten dat gewolmaniseerd hout chemisch afval is, behalve als het vrijkomt als bouw- en sloopafval (dat zonder bijzondere voorzorgsmaatregelen mag worden gestort en verbrand).

Volgens veiligheidsdeskundige ing. A. van Rooij in het Brabantse Sint-Oedenrode werd destijds van een verbod van wolmanzouten afgezien onder druk van de chemische industrie, die “chemisch afval omzet in wolmanzouten en vervolgens legaal in het milieu dumpt”. Van Rooij voert sinds 1988 actie tegen het gebruik van wolmanzouten voor houtverduurzaming.

In 1996 nam de Tweede Kamer opnieuw een motie tegen de wolmanzouten aan. Binnen de Europese Unie werd inmiddels gewerkt aan de zgn. biocide-richtlijn (voor niet-landbouwbestrijdingsmid- delen). Deze richtlijn werd eind vorig jaar aangenomen en op grond daarvan introduceerde het ministerie van VROM op 18 januari in de Staatscourant nieuwe criteria voor de toelating van bestrijdingsmiddelen. Het CTB kreeg daardoor meer armslag: toelating van een bestrijdingsmiddel wordt niet alleen, zoals voorheen het geval was, getoetst vanuit het oogpunt van (volks)gezondheid, maar ook vanuit dat van het milieu in het algemeen.

In het 35 pagina's tellende CTB-besluit staat over de schadelijke gevolgen onder meer, dat particuliere gebruikers van met gewolmaniseerd hout “waarschijnlijk geen risico's voor de gezondheid” lopen, en dat kinderen die spelen op en bij - vooral nieuwe - speeltoestellen van met CCA's geïmpregneerd hout, daarentegen wel risico lopen.

Over de gevolgen van verontreiniging van het milieu met wolmanzouten is het CTB-rapport duidelijk: “Omdat koper, chroom en arseen in meer dan geringe mate in de bodem terecht komen is er sprake van onaanvaardbare accumulatie en dienen de toepassingen waarbij direct of indirect contact met de bodem mogelijk is, te worden beëindigd.” Rijkswaterstaat gebruikt overigens al jaren niet-gewolmaniseerd hout voor beschoeiingen van oevers van waterwegen wegens het gevaar van uitloging.

Met wolmanzouten geïmpregneerd hout als afval zou volgens veel deskundigen als “gevaarlijk afval” moeten worden behandeld, dus in speciale installaties moeten worden verwerkt. Naar schatting de helft van afgedankt gewolmaniseerd hout wordt in open haarden verbrand. Volgens een onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) komt bij dergelijke ongecontroleerde verbranding circa 50 procent van het arseen in de lucht terecht. In de elektriciteitscentrale EPON in Nijmegen wordt al geruime tijd bij wijze experiment afvalhout, waaronder gewolmaniseerd hout, 'bijgestookt' tijdens de productie van stroom.