Geweest of niet geweest

Robert Nye: The Late Mr. Shakespeare. Chatto & Windus, 400 blz. ƒ 67,65

Robert Nye heeft behalve de poëzie die hij als zijn hoofdwerk beschouwt (Collected Poems, 1955-1988) een aantal romans op zijn naam met historische en legendarische hoofdpersonen: Gilles de Rais, Faust, Falstaff. Nu is Shakespeare aan de beurt gekomen, in de vorm van memoires van een fictieve oude acteur die zich Pickleherring noemt. Ik werd als jongen in Cambridge door meneer Shakespeare ontdekt, legt Pickleherring uit, en meegenomen naar Londen waar ik carrière maakte in vrouwenrollen voor het Globe Theatre; dat was 70 jaar geleden, wij leven in 1665 en ik zal eens vertellen wat ik allemaal van hem weet.

Behalve wat hij weet vertelt Pickleherring veel over Shakespeare dat hij verzonnen heeft, en met overtuiging: 'A man's life does not just consist of facts.' Sommige van zijn verzinsels zouden waar gebeurd kunnen zijn; andere noemt hij zelf onwaarschijnlijk, en dat vindt hij geen bezwaar, integendeel.

Er zijn ook stukken van het boek waar Shakespeare uit het zicht raakt en Pickleherring zijn eigen leven schetst. Wie een ander wil beoordelen hoort zichzelf tegelijkertijd beschikbaar te stellen voor beoordeling, redeneert hij. Het is een gezond idee dat gelukkig niet algemeen door biografen tot leidraad wordt genomen. Laat Pickleherring een uitzondering blijven; hij vertelt even vrijmoedig en vindingrijk over zichzelf als over zijn grote protector.

De mooiste verhalen die Nye ons door deze tussenpersoon laat aanpraten hebben gewoonlijk een warme erotische inslag. Hij is daar een lustige en kleurrijke meester in. Pickleherring werkt op een kamertje boven een bordeel met een gat in de vloer waardoor hij nu en dan zijn onderbuurvrouw bekijkt: dat werkt zowel zinnen- als lachspierprikkelend. Even doorleefd beschrijft hij de bezoeken van Shakespeare aan het luxe bordeel van Lucy Negro, de zwarte vrouw die volgens hem degene was die als de Dark Lady wordt aangeduid in de sonnetten. Zij was het, geen twijfel aan; of anders was zij het niet, met zulke tegenstrijdigheden heeft Pickleherring geen moeite.

Erotische taferelen zijn een specialiteit van Nye, en een voornaam bestanddeel van zijn boek; zij zijn niet de hoofdzaak. Telkens wanneer de lezer net de smaak beet heeft, verandert hij van toon en komen er soms grillige, soms sobere geleerde hoofdstukken die de gedichten en toneelstukken ontleden op zoek naar biografische gegevens. Die laten zich minder licht verteren, en Nye verwacht van zijn lezers bovendien een bescheiden belangstelling voor de literaire kritiek van Shakespeareteksten. Bijna iedereen zal af en toe ook nog een beroep moeten doen op het woordenboek, om op te helderen wat galligaskins without points to truss them up zijn of wat hit the clout at twelve score betekent.

Meer dan aan de meeste romans moet aan dit boek van Robert Nye tijd en ruimte gegund worden, om de veelstemmigheid ervan tot zijn recht te laten komen. En wat dan na die tijd en ruimte, zou de vraag kunnen zijn: wat heeft het voor zin om een schijnbiografie te lezen waarin historische gegevens en verzinsels op gelijke voet behandeld worden? Het is niet dat wij in plaats van een ware Shakespeare tenminste een levensechte Pickleherring leren kennen; de persoonlijkheid van de zeventiende-eeuwse racounteur gaat bij herhaling verloren wanneer hij de toon overneemt van Robert Nye de twintigste-eeuwse Shakespeare-kenner.

Wat wij van Nye leren is dat ook in biografische kwesties de letterlijke waarheid niet altijd het laatste woord hoeft te hebben. Van consciëntieuze levensbeschrijvingen kan zelden gezegd worden dat zij hun hoofdpersoon tot leven laten komen; gewoonlijk moeten wij ons vergenoegen met de juistheid van de gegevens en de zorgvuldigheid van de interpretatie. In historische romans wordt de onzekerheid van het verleden overstemd door de waarschijnlijkheid van de fictie. Pas wanneer een denkbeeldige biograaf zoals Pickleherring aan het beschikbare materiaal onverbloemde verzinsels toevoegt, omdat ze hem aannemelijk lijken of alleen omdat ze wel bij het onderwerp passen, raakt de lezer nauw betrokken bij het onderzoek. Er ontstaat een beeld van een vroeger leven dat op allerlei punten ongeloofwaardig is; trek er dan af wat misplaatst lijkt, en maak het verlies desgewenst goed met eigen veronderstellingen. Zo kennen wij onze eigen vrienden en bekenden gewoonlijk ook, uit oppervlakkige indrukken aangevuld met half-geloofwaardige verhalen en enkele vermoedens en verzinsels. Nyes beeld van Shakespeare komt op een verwante manier tot stand - ongebruikelijk in boeken, vertrouwd van de dagelijkse praktijk.

Daarbij krijgen wij dan nog de gedeeltelijke Pickleherring, die aan het slot op zijn bovenverdieping staat terwijl de Grote Brand van Londen (1665) het huis beneden al aan het verteren is. Het geeft niet, zegt hij, want meneer Shakespeare heeft van mij een Ariel gemaakt. 'I am a spirit, I can fly away!'

Wie alleen meesterwerken wil lezen, moet niet bij deze Pickleherring aankomen, daar is hij te wisselvallig voor. Wie door een boek lang verwonderd en geactiveerd wil worden, zal tevreden over hem zijn.