Fabulous Baker Boys

The Fabulous Baker Boys (Kloves, 1989, VS). Belg.1, 21.45-23.39u.

Een debuut als dat van Steve Kloves zou iedere regisseur zich wensen. Vier Oscarnominaties (camera, montage, muziek en de vrouwelijke hoofdrol van Michelle Pfeiffer), een redelijk commercieel succes en de eerste plaats op menige top-10 van filmcritici in 1990, vormden de beloning voor zijn doorzettingsvermogen; hij had net zo lang gedramd in Hollywood tot hij zijn script zélf mocht regisseren. In de handen van een andere regisseur zou er misschien veel minder terecht zijn gekomen van The Fabulous Baker Boys, een subtiel spel met showbusiness-clichés, gesitueerd in een morsig Seattle.

Twee broers (gespeeld door de echte broers Jeff en Beau Bridges) vormen al 31 jaar een pianoduo, dat routineus de weinig geïnteresseerde bezoekers van cocktail lounges vergast op hun interpretatie van Feelings en My Funny Valentine. Aan de jongste broer (Jeff Bridges) is een getalenteerd jazzpianist verloren gegaan, die zich uit loyaliteit aan zijn broer en diens hypotheek vernedert tot het spelen voor brood op de plank. Totdat de samenwerking bedreigd wordt door de komst van een zangeres, voormalig call-girl (Pfeiffer), die het publiek en het gevoel voor eigenwaarde van Jeff wakker kust.

Kloves weet dat zijn verhaal net zo clichématig is als de liedjes op de geluidsband, maar hij weet aan beide een originele draai te geven. De grootste attractie van The Fabulous Baker Boys is het gevoel mensen boven zichzelf uit te zien stijgen, en versleten materiaal een nieuwe glans te zien krijgen.

De vormgeving is even opwindend als de hardgekookte dialogen. Iedereen herinnert zich Pfeiffer, in een lange rode jurk Makin' Whoopee zingend, bovenop Jeffs vleugel, maar de film zit vol minstens zo enerverende subtiliteiten, ook in de opbouw van de liefdesrelatie tussen twee partners die denken de romantiek in hun leven wel zo ongeveer gehad te hebben.

Cameraman Michael Ballhaus leeft zich uit op fantastische kraanopnamen, het licht is al even hyperrealistisch en de acteurs, vooral de lijzige, kettingrokende en zichzelf zwijgend bespottende Jeff Bridges, zijn fantastisch.

Een Hollywoodfilm over artistieke integriteit is een witte raaf. Met Kloves is het sindsdien niet zo goed gegaan. Hij regisseerde slechts nog Flesh and Bone (1993), een nog excentrieker film die in Nederland niet eens is uitgebracht. Maar hij is geen verzoeknummers gaan spelen en komt ongetwijfeld ooit nog eens sterk terug.