De achterbuurt van de filmmarkt; Nederlands filmaanbod valt ten prooi aan boekhouders

De laatste film van Woody Allen is voorlopig niet in Nederland te zien. Hetzelfde geldt voor de nieuwe Oliver Stone en de nieuwe Spike Lee. “In 1997 werden er in België tweemaal zo veel films uitgebracht als in Nederland.”

Niet bekend

Volgende week, op 28 augustus, is in het Rotterdamse Museumpark in een openluchtvoorstelling U-turn te zien, de nieuwe film van Oliver Stone, met in de hoofdrollen Sean Penn, Jennifer Lopez, Nick Nolte en Jon Voight. Het is geen voorpremière, maar de enige openbare vertoning van de film in Nederland. U-turn bracht de distributeur namelijk in Amerika niet het verwachte succes, dus ziet men er van af het in een aantal Europese landen zelfs maar te proberen. Nederland, met zijn geringe aantal bioscoopdoeken per hoofd van de bevolking, is dan een van de eerste 'territories' die afvallen.

Zeker is inmiddels dat de laatste twee speelfilms van Spike Lee, Get on the Bus en He Got Game, de Nederlandse bioscopen zullen overslaan. Zelfs een uitbreng op video is nog onzeker. Misschien komt het er nog eens van dat je om bij te blijven op filmgebied moet uitwijken naar België, Duitsland of Parijs.

Want de lijst is eenvoudig uit te breiden. Op het overzicht van verwachte films dat de Nederlandse Federatie voor de Cinematografie tweewekelijks verspreidt (de laatste versie loopt tot in maart 1999), ontbreekt een van de winnaars van de Gouden Palm van Cannes 1997 (Abbas Kiarostami's The Taste of Cherry), van de Gouden Palm 1998 (Theo Angelopoulos' The Eternity and One Day) en van de Gouden Camera voor het beste debuut in Cannes 1998 (Marc Levins Slam). Over elke titel valt een apart verhaal te vertellen. Neem Kiarostami's Palmwinnaar, die inderdaad slecht past in het pakket van de grootste onafhankelijke filmdistributeur in Nederland, RCV Film Distribution. Ook de arthouse-bioscopen onder de afnemers van RCV liepen niet bepaald over van enthousiasme voor The Taste of Cherry. Dus bood de gesubsidieerde distributeur Contact Film Cinematheek, gespecialiseerd in de Iraanse cinema, RCV aan de film te slijten aan de filmhuizen. RCV stelde als voorwaarde dat Contact er een paar andere titels bij zou nemen, waaronder in ieder geval John Sayles' Spaanstalige Men with Guns. Dat was een film waar Contact weer weinig brood in zag, dus ketsten de onderhandelingen af en blijven beide films voorlopig op de plank bij RCV, die toch al overvol is.

Ook grote Amerikaanse producties, waarvan de rechten bij de Nederlandse filialen van de grote studio's liggen, worden domweg tegengehouden door het hoofdkantoor, soms zelfs op het laatste moment. Zo besloot Warner Bros. deze zomer, een week voor de Nederlandse première, de thriller Mad City van Costa-Gavras, met John Travolta en Dustin Hoffman, uit de bioscoop te houden en toch maar liever direct op video uit te brengen. De redenen zijn onduidelijk: vermoedelijk wil Warner zichzelf - en de sterren - niet bloot stellen aan de schande van een mogelijke flop, zoals in Amerika. Columbia hield de originele sciencefictionfilm Gattaca (met een Oscar-nominatie voor de art direction van Jan Roelfs) tegen. Disney zag voor Nederland weinig in Kundun, Martin Scorsese's biografie van de Dalai Lama. Maar die werd overgenomen door RCV (en wordt in oktober uitgebracht), nadat dezelfde firma veel succes had gehad met Seven Years in Tibet.

Faillissement

Na het faillissement in mei van de onafhankelijke Nederlandse distributeur Concorde Film, aangevraagd door leverancier Miramax, is RCV nog de enige grote distributeur die niet in handen is van een Hollywoodmaatschappij. Die ontwikkeling is op zichzelf al een kleine ramp voor de diversiteit van het aanbod. Internationale filmverkopers klagen steen en been over de Nederlandse markt, waar ze nog maar met één grote partij zaken kunnen doen; gebrek aan concurrentie is altijd slecht voor de keuzemogelijkheid van de consument.

De films waarvan Concorde de rechten verworven had, lijken, tenzij een inmiddels in gang gezette reddingsoperatie lukt, nu ook nog eens aan Nederland voorbij te gaan: het al genoemde Deconstructing Harry van Woody Allen, David Mamets The Spanish Prisoner, Agnieszka Hollands verfilming van Henry James' Washington Square en Abel Ferrara's The Blackout, om het bij de meest in het oog springende filmmakers te laten.

En dan zijn er de titels waar de internationale rechthebbenden zulke hoge garantiebedragen voor vragen, dat niemand het aandurft. Een goed voorbeeld is Theo Angelopoulos' The Eternity and One Day. De Benelux-rechten berusten bij een firma die minstens 50.000 gulden wil zien voor de Nederlandse bioscoopdistributie. Aan filmhuur levert een dergelijke titel in Nederland hooguit de helft op. De geïnteresseerde distributeurs, in dit geval vooral het Nederlands Filmmuseum, wachten rustig af tot de prijs zakt naar een redelijker niveau. Maar soms gebeurt dat nooit, zoals bij veel Franse titels en bij de laatste film van Michelangelo Antonioni uit 1992, Al di là delle nuvole (Beyond the clouds).

Ongemak

Hoe divers al deze problemen ook zijn (koudwatervrees van de grote Amerikaanse maatschappijen, een te groot aanbod van RCV, te hoge distributiegaranties), ze hebben een specifiek Nederlands ongemak gemeen. Er zijn in Nederland minder bioscoopdoeken per hoofd van de bevolking dan in de meeste andere Europese landen. In Amsterdam en in de arthouse-sector is het gebrek het grootst. Investeringen in nieuwe bioscopen komen moeizaam op gang. Hoewel het bioscoopbezoek de laatste twee jaar sterk aantrekt, zijn comfort en keuzemogelijkheden nog steeds gering. Bovendien leidt de greep van de grote Amerikaanse maatschappijen ertoe dat steeds meer kopieën van dezelfde succesfilms tegelijkertijd worden uitgebracht. Die verstoppen dan weer de doekcapaciteit voor de kleinere films. Nederland telt ongeveer 420 bioscoopzalen. Als een Disney-film in honderd kopieën wordt uitgebracht en Titanic in 70 zalen draait, blijft er weinig over.

Dertig jaar geleden verschenen met grote regelmaat in de kranten lijstjes van films die ten onrechte niet in Nederland uitgebracht werden, met als gevolg de oprichting van de filmhuizen en een 'alternatief circuit'. Vanaf het begin van de jaren zeventig beschikte Nederland over een zeer gevarieerd bioscoopaanbod en was het opstellen van lijstjes van niet-gedistribueerde films nauwelijks zinnig meer.

Intussen is het filmhuizencircuit min of meer gelijkgeschakeld met de gewone bioscopen. Het grootste knelpunt zijn echter niet de kleine, kunstzinnige films, die voor het grootste deel vooralsnog wel een publiek weten te bereiken, maar de publieksfilms met een gemiddeld budget, die door grote, veelal Amerikaanse firma's verspreid worden, zoals die van Woody Allen en Spike Lee. In dat marktsegment heerst de willekeur van buitenlandse boekhouders. Zij bekijken de cijfers uit Nederland, die achterbuurt van de Europese filmmarkt, en concluderen dat ze hun geld liever besteden aan extra publiciteit voor de komedie Mafia! dan aan de uitbreng van Robert Duvalls The Apostle of Michael Winterbottoms I Want You. Voorzover het Nederlandse filiaal nog wat in de melk te brokkelen heeft, is men soms gevoelig voor pressie van de filmpers. Zo brengt PolyGram Harmony Korine's Gummo toch uit, nadat de film in Rotterdam de prijs van de Kring van Nederlandse Filmjournalisten had gewonnen. Ook Deep Rising, de hit van het laatste Weekend of Terror, werd door RCV in weerwil van een eerdere beslissing alsnog in distributie genomen.

Een snelle uitbreiding en kwaliteitsverbetering van het bioscoopbedrijf zou de keuzemogelijkheid vergroten. En in een markt met veel megaplexbioscopen (minimaal twaalf doeken), zoals in België, Duitsland, Frankrijk of Groot-Brittannië, kan een film die niet direct in het eerste weekeinde goed loopt, rustig een tweede kans krijgen. Of de megaplexen meer ruimte bieden voor de kunstzinnige film, is onduidelijk. De kans is even groot dat Disney's nieuwe animatiefilm Mulan dan niet in honderd, maar in tweehonderd kopieën uitgebracht zou worden.

Het is een feit dat er in 1997 in België tweemaal zoveel films werden uitgebracht als in Nederland. Het is een mening dat de lijst van ruim tweehonderd wel in België en niet in Nederland uitgebrachte films betrekkelijk weinig interessante titels bevatten. De meeste zijn Frans, omdat Brussel nu eenmaal gelijk met Parijs de meeste Franse films in première vertoont.

Misschien moet de filmliefhebber wennen aan de gedachte dat de bioscoop niet meer de plek bij uitstek is om belangwekkende nieuwe films te bekijken, behalve in het kader van een filmfestival. Die gedachte stemt ongemakkelijk. De markt dicteert het aanbod, en daar is niemand op tegen. Maar wie van film houdt heeft weinig keuze, wanneer in meer dan tachtig procent van de filmzalen het beperkte aanbod van de monopolisten draait. Hoeveel moed en moeite mag worden geëist van de Nederlandse consument, hoe ver moet hij gaan om zijn voorkeur te bevechten voor een 'kleine' film, desnoods met Belgische ondertitels?

Films die niet in Nederland in de bioscoop komen

The Apostle (Robert Duvall)

Dark City (Alex Proyas)

Fallen (Gregory Hoblit)

First Love, Last Rites (Jesse Peretz)

Gattaca (Andrew Niccol)

Get on the Bus (Spike Lee)

He Got Game (Spike Lee)

Hoodlum (Bill Duke)

Lolita (Adrian Lyne)

Mad City (Costa-Gavras)

My Son the Fanatic (Udayan Prasad)

Nil by Mouth (Gary Oldman)

Oscar and Lucinda (Gillian Armstrong)

U-Turn (Oliver Stone)

Under the Skin (Carine Adler)

Films waarvan de Nederlandse bioscoopuitbreng onzeker is

The Blackout (Abel Ferrara)

Bulworth (Warren Beatty)

Central do Brasil (Walter Salles)

Ceux qui m'aiment prendront le train (Patrice Chéreau)

La classe de neige (Claude Miller)

Deconstructing Harry (Woody Allen)

Eternity and a Day (Theo Angelopoulos)

The General (John Boorman)

I Want You (Michael Winterbottom)

Lulu on the Bridge (Paul Auster)

Men with Guns (John Sayles)

Slam (Marc Levin)

Sliding Doors (Peter Howitt)

The Spanish Prisoner (David Mamet)

Tango (Carlos Saura)

The Taste of Cherry (Abbas Kiarostami)

Washington Square (Agnieszka Holland)

Wildman Blues (Barbara Kopple)

Zero Effect (Jake Kasdan)