Chinese sentimenten

Li Rui: Zilverstad. Vertaald uit het Engels door Peter Out. Prometheus, 274 blz. ƒ 34,90

Zilverstad van de relatief onbekende Chinese schrijver Li Rui vertelt het verhaal van de glorie en het verval van een clan met de familienaam Li in een fictieve stad aan de bovenloop van de rivier de Yangtze. Het grootste deel van de handeling speelt zich af gedurende de Republikeinse periode (1911-1949), een tijd van grote politieke onrust en maatschappelijke veranderingen. De belangrijkste personages zijn het clanhoofd Li Naijing, die met alle macht zijn traditionele gezag in de gemeenschap probeert te handhaven, en de moderne zakenman Bai Ruide, die door middel van financiële manipulaties de gevestigde orde probeert te breken. Daarnaast wordt de roman bevolkt door tientallen anderen, voor het merendeel leden van de Li-clan, en reikt het tijdsverloop uiteindelijk bijna tot aan het heden.

Ondanks de onvermijdelijke vergissingen die ontstaan wanneer een literair werk niet wordt vertaald maar hervertaald (de aardigste was deze keer de vertaling van 'the Warring Kingdoms' (de Strijdende Koninkrijken) met 'de koninkrijken van Warring'), is Zilverstad een prettig boek om te lezen, met name voor wie wat meer afweet van de Chinese cultuur en literatuur. Li Rui's stijl is tamelijk subtiel en hij heeft, anders dan sommige andere moderne Chinese schrijvers, bij de schepping van zijn origineel duidelijk geen enkele rekening gehouden met een eventuele niet-Chinese lezerskring. Het boek is doorspekt met verwijzingen naar andere werken uit de moderne Chinese literatuur. Zo worden de ontluikende maatschappijkritische ideeën van het personage Li Naizhi, die hij opdoet door het lezen van het werk van de beroemde schrijver Lu Xun, weergegeven in een aantal dagboekpassages die sterk doen denken aan Lu Xuns beroemde Dagboek van een Gek (1918). Wanneer hetzelfde personage bijna een halve week later, tijdens de Culturele Revolutie, in een kamp als veehoeder te werk gesteld wordt en tegen zijn favoriete stier (Oude Gele) aan loopt te praten, wordt de lezer onmiddellijk herinnerd aan het werk van Zhang Xianliang (X.L. Zhang). Mede door dit soort verwijzingen slaagt Li Rui erin om zijn personages bijzonder raak te typeren en weet hij de sfeer van de verschillende historische perioden die hij doorkruist fraai te tekenen.

Ik was vooral onder de indruk van het vermogen van de auteur om het gemoed en de sentimenten van de oudere karakters, zoals clanhoofd Li Naijing, uit te drukken. Gezien de enorme afstand tussen de klassieke en de moderne Chinese literatuur is het allesbehalve vanzelfsprekend dat een moderne Chinese schrijver zich op meer dan oppervlakkige wijze door de traditie laat beïnvloeden. Li Rui is wat dit betreft een uitzondering. De passages waarin Li Naijing in zijn favoriete paviljoen geniet van dichtregels en natuurschoon en in zwaar moralistische vormen converseert met zijn oude raadgever, behoren tot de beste van het boek.

Wie al lezende steeds meer gaat meeleven met Li Naijing en de traditionele waarden waar hij voor staat, wordt onvermijdelijk geschokt door de wijze waarop de clan na de communistische machtsovername aan zijn einde komt. Aan de andere kant laat de uitgebreide aandacht voor de vrouwelijke personages er geen twijfel over bestaan dat aan de harmonie van het premoderne Chinese leven een strenge hiërarchie ten grondslag lag. Het symbool van die ongelijkheid is het personage Li Zihen, die haar eigen gezicht verminkt opdat haar jongere broer kan gaan studeren. (Wie deze logica niet kan volgen moet het boek maar lezen). Dat Li Rui erin slaagt zijn gecompliceerde gevoelens van nostalgie met puur literaire middelen uit te drukken en nergens een duidelijke 'boodschap' laat doorklinken is het beste bewijs van de kwaliteit van deze uitstekende moderne Chinese roman.