Bondgenoten tonen begrip, Jeltsin niet

ROTTERDAM, 21 AUG. De bondgenoten van de VS hebben de aanvallen in Soedan en Afghanistan toegejuicht, of althans 'begrip' getoond. Maar de Russische president Jeltsin reageerde kwaad, net als de Arabische en islamitische wereld.

Veel media, ook Westerse, sugge- reerden dat de acties kunnen zijn bedoeld om de aandacht af te leiden van het seksschandaal waarin president Clinton is verwikkeld.

Jeltsin zei “verontwaardigd” te zijn over de “terroristische daden” van de VS: “Mijn reactie is negatief, zoals altijd jegens zaken als terrorisme, militaire inmenging of het nalaten problemen door overleg op te lossen.” Hij zei het “onfatsoenlijk” te vinden dat Clinton hem niet tevoren op de hoogte heeft gesteld van de acties.

De Britse premier Blair, wel door Washington tevoren geïnformeerd, liet weten de acties van de VS “krachtig te steunen”. “Terroristen moeten weten dat democratische regeringen doortastend optreden om hun boosaardige misdaden te voorkomen.” Spanje, Duitsland, Israel, Australië en Nieuw Zeeland lieten zich in dezelfde zin uit. Andere regeringen stelden zich terughoudender op. China brak een lans voor “respect voor het internationale recht bij de bestrijding van terrorisme”. De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Van Aartsen heeft “de overtuiging dat de VS voldoende grond voor hun actie hebben”. Parijs nam slechts “kennis” van de Amerikaanse acties.

In de Arabische en islamitische wereld domineert de afkeuring. De Libische leider Gaddafi leidde in Tripoli een fel anti-Amerikaanse demonstratie. De Palestijnse Autoriteit bestempelde de Amerikaanse bombardementen als ineffectief. “Ik denk dat deze acties de wereld terugbrengen tot de wetten van de jungle”, zei een woordvoerder, die een veroordeling van de acties vermeed. Analisten zeggen dat PLO-leider Yasser Arafat zich zo'n veroordeling niet kan permitteren, omdat hij Amerikaanse steun nodig heeft in het haperende vredesproces met Israel.

In Afghanistan veroordeelde het Talibaan-regime de Amerikaanse aanval. Maar een woordvoerder van de radicaal-islamitische beweging in New York zei bereid te zijn te praten over uitlevering van Osama Bin Laden als Washington “geloofwaardige bewijsstukken” over diens terroristische acties overlegt.

In Iran liet een hoge geestelijke - ayatollah Jannati - weten dat de Amerikaanse acties passen in een “oorlog tegen de islam”. Irak meldde “klaar te staan om met enig Arabisch of ander land samen te werken bij de confrontatie met het vijandige beleid van de VS”.

Een “verontwaardigd” Pakistan veroordeelde de Amerikaanse schending van “de soevereiniteit van een islamitisch land”, Afghanistan, en liet weten dat het terrorisme veroordeelt, maar zich “zorgen maakt” over schendingen van grenzen bij de bestrijding van terrorisme. De aanval is “een bron van grote zorg voor het Pakistaanse volk”.