Bloed stroomt waar het maar gaan kan; Het Westen volgens Cormac McCarthy

Cormac McCarthy: Cities of the Plain. Volume Three of the Border Trilogy. Picador, 290 blz. ƒ 67,60 (geb.)

Cormac McCarthy: Meridiaan van bloed. Uit het Amerikaans vertaald door Ko Kooman. De Arbeiderspers, 313 blz. ƒ 59,90

De paarden die de haver verdienen krijgen ze niet, en zo is voor goede schrijvers niet altijd erkenning weggelegd. Het lijkt dan ook een zeldzaam voorbeeld van hemelse gerechtigheid dat Cormac McCarthy de afgelopen jaren is uitgegroeid tot een bestsellerauteur. De publiciteitsschuwe Amerikaan, bijgenaamd 'de kluizenaar van El Paso', gold al sinds zijn debuut in 1965 als een van de grote stilisten in de verhalende traditie van Melville en Faulkner. Maar het was pas met All the Pretty Horses (1992, bekroond met National Book Award en National Book Critics Circle Award) dat het grote publiek hem in de armen sloot. De door-en-door Amerikaanse road novel over een jonge ruiter die in het Mexico van de jaren veertig zijn onschuld verliest, ging in honderdduizenden exemplaren over de toonbank en verzekerde McCarthy van een goede ontvangst voor de volgende delen van zijn 'Border Trilogy': de indrukwekkende cowboy-odyssee The Crossing (1994) en het deze zomer verschenen Cities of the Plain.

In Nederland is het succes heel wat bescheidener. Hoewel uitgeverij De Arbeiderspers ook enkele van McCarthy's inktzwarte vroege romans over het Diepe Zuiden heeft laten vertalen, wordt hij hier toch vooral als westernschrijver gezien. Dat is ongeveer vergelijkbaar met het afdoen van Dostojevski als thrillerauteur of Faulkner als streekromancier. De recente boeken van Cormac McCarthy spelen zich af in het (Wilde) Westen en hebben cowboys en outlaws als hoofdpersonen; maar het zijn in de eerste plaats ontwikkelingsromans die zich kenmerken door ambitieuze thema's (trouw, noodlot, vrijheidsdrang, verlies van beschaving) en een lyrische stijl die de compactheid van Hemingway kruist met de poëtische kracht van het Oude Testament.

In Cities of the Plain - de titel verwijst naar de bijbelse steden Sodom en Gomorra die voor hun wetteloosheid gestraft werden met totale vernietiging - brengt McCarthy de hoofdpersonen van zijn twee vorige romans samen op een ranch bij El Paso, in het grensgebied van New Mexico en Mexico. John Grady Cole, de romantische avonturier uit All the Pretty Horses, en Billy Parham, die in The Crossing als zestienjarige vergeefs Mexico doorkruiste op zoek naar de moordenaars van zijn familie, zijn ouder maar niet veel wijzer. Billy is de eeuwige zwerver, die maar niet kan wennen aan het leven als gevestigd cowboy, terwijl John Grady voor de tweede keer in zijn leven hopeloos verliefd wordt op een Mexicaanse vrouw die hem in het verderf zal storten. Het jaar is 1952, de vlaktes rondom El Paso worden opgekocht als oefenterrein voor het Amerikaanse leger, en de vrije jongens van het voormalige Wilde Westen worden in hun bestaan bedreigd.

De teloorgang van de frontier, de grens van de beschaving waar boeren en veehouders in harmonie met de natuur leefden, is het overkoepelende thema van de 'Border Trilogy'. Maar er is meer dat Cities of the Plain verbindt met All the Pretty Horses en The Crossing: de lyrische beschrijvingen van de jacht op wilde dieren, de gedetailleerd weergegeven wreedheden waar John Grady en Billy mee te maken krijgen, de ongedwongen filosofische gesprekken die de hoofdpersonen voeren ('When you're a kid you have these notions about how things are going to be (...) I think you wind up just tryin to minimize the pain'), en bovenal de bijna absurdistisch beknopte dialogen.

'Mornin cowboy', begint een gesprekje tussen John Grady en Billy; Mornin. What happened to the windshield? Owl. Owl? Owl.

Het minimalisme viert hoogtij in Cities of the Plain - alleen op humor en emotionele zeggingskracht is niet bezuinigd. Meer dan deel 1 en 2 van de 'Border Trilogy' nodigt deel 3 uit tot hardop grinniken, terwijl de gedoemde poging van John Grady om een Mexicaans hoertje uit de klauwen van haar pooier te redden juist tragische proporties krijgt. Veel verhaal is er overigens niet in Cities of the Plain; wie na All the Pretty Horses en The Crossing opnieuw een grimmig-picareske roman verwacht, komt bedrogen uit. Het is de melancholie die de boventoon voert, het dromen over een wereld die nooit bestaan heeft en de berusting in het onontkoombare feit dat 'niemand krijgt wat hij wil' - als hij al zou weten wat hij wil.

Voor een sterk plot kun je beter terecht bij Meridiaan van bloed, de dit jaar gepubliceerde vertaling van de roman die als McCarthy's meesterproef wordt gezien (Blood Meridian, 1985). Het is een epos dat geworteld is in de western-traditie, maar dat lak heeft aan de conventies die daar - zelfs in de revisionistische films van Sam Peckinpah en Clint Eastwood - mee gepaard gaan. In Meridiaan van bloed, dat zich afspeelt rond 1850 op de grens van Texas en Mexico, is niet alleen de scheidslijn tussen goed en kwaad onvindbaar, maar ook de zin van het leven. De zwerftochten en de wreedheden dienen geen enkel doel, niemand wordt door bloed of desillusies gelouterd. Niet voor niets luidt de laatste zin van het boek: 'Dan trekken ze allen weer verder.'

Hoofdpersoon van Meridiaan van bloed, of het avondrood in het Westen is 'de jongen', een zwerver met 'een hang naar redeloos geweld' die zich aansluit bij een wild bunch van premiejagers op zoek naar Apachen-scalps. De troep wordt aangevoerd door de even ondoorgrondelijke als angstwekkende 'rechter': sterk als een beer, wreed als Attila, orakelend als een boetepreker, en respect afdwingend met zijn kennis van filosofie, paleontologie en etiquette. Zijn conflict met 'de jongen', uitgevochten tot het bittere eind, is de kern van Meridiaan van bloed, dat en passant een beeld geeft van de genocide op de indianen (die overigens bepaald niet afgeschilderd worden als nobele wilden).

'The ugly fact is books are made of books' heeft Cormac McCarthy ooit gezegd - en in het geval van Meridiaan van bloed zijn dat Heart of Darkness en de Bijbel. De rechter is een literaire reïncarnatie van Mr. Kurtz en de nietsontziende koningen uit het Oude Testament. En McCarthy's lyrische proza, vol moeilijke woorden en uitwaaierende zinnen, is schatplichtig aan dat van Joseph Conrad en de Heilige Geest. Weinig andere auteurs zouden het lef hebben om een landschapsbeschrijving af te sluiten met: 'en in de lange rode zonsondergang lagen de waterspiegels op de vlakte onder hen als getijdenpoelen van voorwereldlijk bloed.'

Stijl is het fundament van McCarthy's oeuvre, maar de kracht van Meridiaan van bloed zit ook in de panorama's van het ongerepte Zuid-Westen en in het soms misselijkmakend gedetailleerd beschreven leven in ongeciviliseerd gebied. Het bloed stroomt waar het maar gaan kan: dit is een wereld waarin rouwdouwers hun bebloede handen afvegen aan hun haar en niet opkijken wanneer er wormpjes krioelen in een beenwond. Een apocalyptisch visioen waarop Johannes de Evangelist jaloers zou zijn.

'Geen mens kan de hele wereld in een boek stoppen,' zegt een scalpjager die de rechter aantreft met een schets- en aantekenboek op zijn schoot; 'net zo min als alles in een boek de wereld is.' Het lijkt een waarheid als een koe, maar wie zich onderdompelt in McCarthy's geschiedenis van het Westen, wordt op z'n minst aan het twijfelen gebracht.