Bilderdijk (3)

Met zijn boek Hogere sferen pretendeert Joris van Eynatten een nieuw fundament te leggen onder het Bilderdijk-onderzoek. De bespreking van Atte Jongstra toont echter, dat dit fundament als een moderne tijdbom heeft gewerkt: Bilderdijks ergste tekortkoming was zijn strenge conservatisme, waardoor hij zich in zijn eeuw niet thuis voelde. Hogere sferen is volgens Jongstra een ontluisterend boek geworden over de in de negentiende eeuw onmatig bewierookte dichter en denker Willem Bilderdijk. Inderdaad geeft de compositie van het boek van Van Eynatten, die de vleugels van Bilderdijk voortdurend kortwiekt, aanleiding tot Jongstra's conclusie.

Omdat Bilderdijk volgens Van Eynattens analyse zijn ideeën niet op de moderne tijd heeft afgestemd, mogen wij hem geen grootheid toedichten. Wie bepaalt dat? Nietzsche vond intellectuelen die in harmonie met de geest van hun tijd leefden juist klein.

De parallel die Jongstra tussen het oordeel van Multatuli en dat van Van Eynatten trekt, is veelzeggend. Multatuli hekelde Bilderdijks armoede van geest, omdat hij daarmee velen om de tuin geleid zou hebben. En die bewonderaars verklaarden die armoede van geest nog zalig ook. Maar Multatuli had schik in het plat slaan van Bilderdijk. Van Eynatten oordeelt iets milder.

Jongstra's introductie van Multatuli, die door Van Eynatten niet genoemd wordt, roept de vraag op met welk criterium grootheid eigenlijk gemeten moet worden. Blijkens zijn pseudoniem zag Multatuli in het lijden de kern van zijn bestaan. Dit gold mijn mening voor Bilderdijk ook, al vindt Van Eynatten dat Bilderdijk zijn lijden in stilte had moeten dragen. Dit criterium herinnert aan de maatstaf van Nietzsche. Die ziet grootheid bepaald voor de hoeveelheid lijden die iemand aan kan en in samenhang daarmee de hoeveelheid verleden tijd die iemand weet te omspannen. Deze norm zet het intellectuele formaat van de lijdende conservatief Bilderdijk in een geheel ander licht.