Bilderdijk (2)

Niet alleen is Atte Jongstra de laatste jaren niet in het Bilderdijkmuseum geweest (volgens Dr. W. Heijting, Boeken 14-8-98), er valt bovendien aan te twijfelen of hij wel voldoende op de hoogte is van Bilderdijks (liefdes)leven.

Volgens Jongstra (Boeken 7-8-98) verliet Bilderdijk zijn eerste echtgenote omdat 'zij de warmste onder de huwelijksplichten niet nakwam'. Na zijn huwelijk op 21 juni 1785 met Catharina Rebecca Woesthoven (zij baarde reeds op 8 september daaraanvolgend hun eerste kind) lag zij in het voorjaar van 1789 voor de vierde maal in het kraambed. Als hij op 26 maar 1795 zijn vrouw verlaat, laat hij haar met twee kinderen achter. Hoezo verzaking van huwelijksplichten?

Tevens weet Jongstra te melden dat Bilderdijk dol was op zijn jongere vrouw en omdat hij zich schuldig voelde, reden voor hem zijn vrouw te verzoeken zich in het buitenland bij hem te voegen.

Schuldig kon hij zich zeker voelen. Maar dan in financiële zin. Na zijn vertrek (via Leiden, Amsterdam, Groningen, Hamburg naar Londen) bleken zijn schulden in het laatst van mei 1795 te zijn opgelopen tot 18.000 gulden. Mevrouw Bilderdijk moet haar inboedel verkopen, kleiner gaan wonen en een beroep doen op haar familie. Een erfenis van 5000 gulden bracht uitkomst om tot een vergelijk met de schuldeisers te komen.

Bij Jongstra's bewering dat Bilderdijk graag zijn vrouw bij zich wilde hebben zijn dan ook de nodige vraagtekens te plaatsen. Volgens Koldewijn (Bilderdijk, zijn leven en zijn werken, 1891) aan wie bovenstaande gegevens ontleend zijn, was in het begin in het geheel geen sprake van een dergelijke wens.

Als Bilderdijk in juli 1795 in een ogenblik van vertedering de wens uitspreekt dat zij naar Hamburg komt, lucht Catharina nog eens flink haar hart: 'God weet of wij elkander ooit wederzien, en zo ja, hoop ik gelukkig. Ik heb tien jaar in uwe echt gekwijnt en ongelukkig geweest, omdat gij de liefde niet kende en nooit zult kennen'.

De reis naar Hamburg wil zij niet maken en zij laat hem o.a. weten: 'Wees gelukkig; ik ben 't nooit geweest en kan het na 't geen tusschen ons gepasseert is, met U nimmer zijn'.

Ook in december 1795 of januari 1796 blijkt Catharina nog weinig verzoenlijk: 'Maar dan moet ik nu de schult van alles hebben van de verteeringe, van de gemaakte schulde, want gij zelf hebt het hun geklaagt en zie daar de reden van mijn onverzoenelijk haat en wraak op u'. Wellicht is Bilderdijks verlangen zijn vrouw weer te zien mede ingegeven door haar mededeling onder het diepste geheim dat er uitzicht bestond op een erfenis van een verre bloedverwant ter grootte van 12.000 gulden. Over de brief waarin zij hem dit meedeelde was Bilderdijk in de wolken.

Hereniging van beiden zit er echter niet in. In december 1795 ontmoet de 39-jarige Bilderdijk voor het eerst de bekoorlijke 19-jarige Katharina Wilhelmina Schweickhardt. Zijn verhouding met haar leidt ertoe dat zijn vrouw in briefwisseling wordt gebracht met zijn nieuwe geliefde. Uiteindelijk schreef mevrouw Bilderdijk haar man zich maar 'over tegeven aan hare (Wilhelmines) vriendschap en liefde' en sprak van een onheelbare verwijdering. Een verwijdering die pas in 1802 zal uitmonden in een definitieve scheiding. Inmiddels had het nieuwe paar drie kinderen gekregen, van wie er één overleden was.