Angst en hebzucht

Heeft het volkskapitalisme na Amerika en Engeland nu ook zijn heerschappij in Nederland gevestigd? Twee miljoen Nederlandse huishoudens zijn beleggers, zo heeft het marktonderzoekbureau Nipo vorige week becijferd. Alleen al de afgelopen jaren steeg het aantal particuliere beleggers met een half miljoen.

In de jaren tachtig probeerde de Britse minister-president Thatcher met een agressief beleid van de verkoop van staatsbedrijven tegen aantrekkelijke prijzen een nieuwe klasse te vormen: die van de aandelenbezitters. Haar opzet slaagde: toen zij in 1990 aftrad, overtrof het legioen particuliere beleggers het aantal vakbondsleden. Bezitsvorming moest de Britten een direct eigen belang geven in Thatchers nieuwe enterprise culture, waarin ondernemers persoonlijke rijkdom mochten vergaren en daarmee en passant de welvaart voor de natie gingen vergroten.

Onder het eerste paarse kabinet van ex-FNV-voorzitter Kok is een vergelijkbare verschuiving in Nederland opgetreden. De beleggers zijn ook hier het aantal vakbondsleden (1,8 miljoen) inmiddels gepasseerd. Het aantal eigenwoningbezitters (bijna 3 miljoen huishoudens) is overigens nog wat verder verwijderd.

De cijfers van het Nipo overtreffen alles wat tot nu toe van particuliere beleggers in Nederland bekend was. De beurzenorganisatie AEX doet gek genoeg geen onderzoek naar haar klantenkring, maar banken, verzekeraars en de belastingdienst wel. Het laatste cijfer van het Centraal Bureau voor de Statistiek (gebaseerd op informatie van de belastingdienst, per 1996) repte van 840.000 huishoudens. Vermogensbeheerder Robeco kwam eerder dit jaar met een aantal van 1,3 miljoen beleggende huishoudens. Vijf verzekeraars en een bank sponsorden het Nipo-onderzoek waaruit de twee miljoen is gerold. Het onderzoek is goed nieuws voor de “vakbond” van beleggers, de Vereniging van Effectenbezitters. Met nog geen 18.900 leden heeft de vereniging een heel wat lagere penetratiegraad binnen haar doelgroep dan de reguliere vakbeweging.

Het legioen van twee miljoen omvat alleen nog maar de particulieren die zelf op de beurs of in beleggingsfondsen beleggen. Meer dan negentig procent van de Nederlandse werknemers behoort dankzij de (in veel gevallen verplichte) aansluiting bij een pensioenfonds al jaren tot het legioen aandeelhouders, al realiseren weinigen zich dat. De pensioenfondsen hebben een belegd vermogen van meer dan 700 miljard gulden, waarvan inmiddels eenderde in aandelen is gestoken.

In tegenstelling tot Thatcher heeft Paars I geen enkele bijdrage geleverd aan de opmars van de aandelen bezittende klasse. Het woord volkskapitalisme heeft in Den Haag nooit warme gevoelens losgemaakt. Privatisering en beursnotering van overheidsbedrijven zijn nooit in zwang gekomen. De momenten van bombarie (beursgang DSM in 1989 en van KPN in 1994) waren te ver van elkaar verwijderd en te spaarzaam om het grote publiek te binden. De lokkertjes voor de “kleine” aandeelhouder waren te klein: bij de verkoop van staatsaandelen KPN tegen een prijs van 49,75 gulden per stuk kreeg de particulier een knaak korting.

In Nederland zit geen ideologie achter de opmars van de particuliere beleggers, maar angst en hebzucht. De koersstijgingen op de Amsterdamse effectenbeurs, die al jaren tot de best presterende markten ter wereld behoort, zijn fenomenaal en bovendien belastingvrij te incasseren. De angst voor versobering van de AOW en de pensioenen doet de rest.

In Amerika heeft het fanatisme waarmee de babyboomers hun pensioen proberen veilig te stellen tot een massale run op beleggingsfondsen en de beurs geleid. De waarde van hun aandelen is zo'n 40 procent van de bezittingen (verminderd met schulden) van het gemiddelde Amerikaanse huishouden, becijferde analist B. Biggs van de zakenbank Morgan Stanley Dean Witter onlangs. Ter vergelijking: in Frankrijk ligt dat percentage op 20, in Italië en Duitsland tussen 8 en 10.

Brengt de ongekende groei van de beleggersschare nieuwe tweedelingen in de maatschappij met zich mee, waarop politiek Den Haag een antwoord moet verzinnen? Aandeelhouders versus niet-aandeelhouders bijvoorbeeld? Grote en kleine beleggers zien graag dat de belastingwet wordt versoepeld, zodat bedrijven goedkoper eigen aandelen kunnen inkopen. Door zo'n inkoop van eigen aandelen blijft de nettowinst van het bedrijf onveranderd, maar het aantal aandelen daalt. Daardoor stijgt de winst per aandeel en dat heeft over het algemeen een positieve invloed op de beurskoersen. Voor de politiek heeft deze maatregel ondanks pressie van Nederlandse multinationals tot nu toe echter geen prioriteit.

De echte tweedeling heeft zich al voltrokken: binnen de bezittende klasse zelf. De eigen woningbezitters versus de beleggers met aandelenlease. Uit het Nipo-onderzoek komt naar voren dat 13 procent van de beleggende huishoudens gebruik maakt van effectenlease, een financiering die banken tot voor kort alleen aanboden aan rijkelui.

De belegger koopt daarbij aandelen op krediet en maakt gebruik van de fiscale aftrekbaarheid van rente op geleend geld. Een vergelijkbaar fiscaal douceurtje krijgen de kopers van een eigen huis. Van gelijke behandeling is binnenkort geen sprake meer. De onaantastbaarheid van de aftrekbaarheid van de hypotheekrente voor het eerste eigen huis heeft de PvdA op verzoek van de VVD vastgelegd in een bijlage van het regeerakkoord, maar de beleggers in aandelenlease zijn het haasje.

Staatssecretaris Vermeend (PvdA) van Financiën wil zo snel mogelijk een eind maken aan dit soort financiële constructies. Om hoeveel gemist belastinggeld gaat het? Niemand die het weet. Bezitsvorming op basis van een eigen woning is politiek correcte ideologie, bezitsvorming met aandelenlease is verdacht kapitalistisch.