Verhalen van vluchtelingen heel lastig te controleren

Verhalen van asielzoekers over hun vlucht worden vaak in hun eigen land gecontroleerd. Dat gebeurt niet altijd behoorlijk, rapporteerde de Ombudsman gisteren. Over vervalste papieren en niet-bestaande straten.

DEN HAAG, 20 AUG. Een asielzoekster beweert in eigen land in een gevangenis te hebben gezeten. De lokale vertrouwensman van de Nederlandse ambassade aldaar wordt op onderzoek uitgestuurd. De gevangenis blijkt geen vrouwenafdeling te hebben.

Niet bekend

Ombudsman M. Oosting geeft enkele van deze voorbeelden in zijn gisteren verschenen rapport over de zogenoemde individuele ambtsberichten (1.250 stuks in 1997). De kritiek van politici, rechters, advocaten en asielzoekers op deze controle van vluchtverhalen en op de authenticiteit van documenten in de landen van herkomst door Buitenlandse Zaken en Justitie, is groot.

Maar de kritiek van de Ombudsman is deze keer mild, zegt men bij Justitie. “Die richt zich vooral op het ministerie van Buitenlandse Zaken”, aldus een woordvoerder. Dat is wel eens anders geweest. Eerder liet de Ombudsman zich vernietigend uit over de kwaliteit van tolken en ambtenaren, ingezet door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Deze dienst, verantwoordelijk voor de afhandeling van asielaanvragen, valt onder het ministerie van Justitie.

De ombudsman oordeelt in zijn gisteren verschenen rapport op een aantal punten: “Niet behoorlijk”. Zo verlaat Buitenlandse Zaken zich te vaak op één bron, verder gebruikt de lokale onderzoeker soms derden buiten medeweten van de ambassadeur om en kunnen de asielzoeker en zijn advocaat wegens geheimhouding geen inzage krijgen in het individuele ambtsbericht. Daardoor kunnen zij zich niet verweren.

De samenwerking tussen de departementen van Justitie en Buitenlandse Zaken verloopt ook niet glad. De IND formuleert vaak nauwelijks vragen voor de ambassades. Het ministerie van Buitenlandse Zaken daarentegen formuleert wel eens haar eigen vragen. Zo vroeg de IND in de zaak van een minderjarige asielzoeker naar de opvang in eigen land, en verzon Buitenlandse Zaken zelf nog vragen die betrekking hadden op de leeftijd en het vluchtrelaas. In enkele gevallen onderzocht Buitenlandse Zaken zelfs een zaak zonder dat daar door Jusitite om was gevraagd.

De klachten van de advocatuur op de individuele ambtsberichten zijn talrijk. Vluchteling-advocaat N. Vermolen, tevens bestuurslid van VluchtelingenWerk, verhaalt in het onderzoek over een asielzoeker die volgens een informant niet op het opgegeven adres had gewoond. De asielzoeker had gelogen, oordeelde Justitie daarop, met als gevolg geen verblijfsvergunning.

Vermolen: “Later kreeg ik een brief van de betrokken huisbaas waarin hij aangaf dat er een 'witneus' aan de deur was geweest, maar dat hij niets had losgelaten, omdat hij het niet vertrouwde.” VluchtelingenWerk pleit nu, na het onderzoek van Oosting, voor heropening van de zaken van asielzoekers die op basis van een individueel ambtsbericht zijn afgewezen en die nog niet zijn uitgezet. Justitie heeft al laten weten hier niets in te zien.

De Tweede Kamer op haar beurt boog zich al eerder over de kwaliteit van de ambtsberichten. Het algemene ambtsbericht over Iran bijvoorbeeld leidde tot veel commotie. In de herfst van 1997 zette toenmalig staatssecretaris Schmitz (Justitie) de uitzettingen naar Iran stop, nadat was gebleken dat de ambassade in Teheran de uitgezette vluchtelingen niet kon 'monitoren'. In het regeerakkoord hebben PvdA, VVD en D66 nu afgesproken dat ambtsberichten in individuele zaken “sneller moeten worden uitgebracht om vertraging in de procedure te voorkomen”. Bovendien wil Paars II bekijken “welke verbeteringen bij het ministerie van Buitenlandse Zaken nodig zijn”.

De aanbevelingen van de Ombudsman kunnen daarbij als leidraad dienen. Oosting stelt onder meer voor minimaal twee vertrouwenspersonen per ambassade in te schakelen die elkaars werk kunnen controleren en overnemen. Buitenlandse Zaken zou informatie, afkomstig uit één bron, niet langer voor 'waar' mogen opnemen. Bovendien zouden asielzoekers vaker inzage moeten krijgen in de ambtsberichten over hun zaak.

Medewerkers op de ambassades in Nigeria en Iran kunnen zich daarin vinden, zo blijkt uit het rapport van de Ombudsman. In Lagos, de hoofdstad van Nigeria, mag alleen de naam van de lokale vertrouwenspersoon niet worden onthuld uit angst voor omkoperij of bedreigingen.

Op de ambassade in Teheran, dat sinds het debacle in de herfst van 1997 alleen nog de echtheid van documenten onderzoekt, wil men niet vertellen waarom onderzochte documenten niet authentiek zijn. Op dit moment is circa 90 procent van de aangeboden documenten vals, aldus een medewerker. Bij een grotere openbaarheid zou de kwaliteit van de vervalsingen alleen maar beter worden.