Trou Moet Blijcken

Adam Small (geb. 1936)

Die Here het gaskommel

Lat die wêreld ma' praat pêllie los en vas

'n sigaretjie en 'n kannetjie Oem Tas

en dis allright pêllie dis allright

ons kannie worry nie

'n sigaretjie en 'n kannetjie Oem Tas

en 'n lekker meid en lekker anner dinge

oe!

lat die wêreld ma' praat pêllie los en vas

wat daarvan

wat daarvan

wat maak dit saak

soes die Engelsman sê it cuts no ice

die Here het gaskommel

en die dice het verkeerd gaval vi' ons

daai's maar al

so lat hulle ma' sê skollie pêllie

nevermind

daar's mos kinners van Gam en daar's kinners van Kain

so dis allright pêllie dis allright

ons moenie worry nie

Omdat Verwoerd Afrikaans sprak en het ANC Engels, leeft bij veel Nederlanders het simplistische idee dat het Afrikaans de taal van de onderdrukker is en het Engels de taal van de bevrijders. Dat is een idee waar een heleboel op valt af te dingen. Het Engels kent als taal van het kolonialisme en de financiële wereld ook in Zuid-Afrika zo zijn geschiedenis - na enig nadenken zal men het kunnen beamen.

Maar wat de meeste Nederlanders niet eens meer weten is dat het Afrikaans juist van veel bruinmense de eerste huistaal is - een taal ook van de armen en de underdogs. Juist het Afrikaans breekt door alle sociale en geografische grenzen heen. Dat het Engels - de vierde taal na Zulu, Xhosa en Afrikaans - niettemin oprukt is een mondiale ontwikkeling die alleen maar een propagandistisch duwtje krijgt dankzij het feit dat die apartheidslui oudtestamentisch spraken. Wat taal-hegemonie betreft wordt er vals spel gespeeld in Zuid-Afrika.

Zuid-Afrikaanse dichters en schrijvers hebben veel te lijden gehad van de politici en de door hen opgeroepen culturele boycot. Als schrijver werden ze in Nederland met de nek aangekeken, terwijl je toch op je vingers kunt natellen dat je met gedichten geen apartheid maakt. Nu zijn het opnieuw de dichters en schrijvers die gevaar lopen, omdat er - opnieuw door de politiek - onachtzaam met hun taal wordt omgesprongen. Er heerst een opportunistisch streven het Engels de vrije teugel te laten, in dienst van beurs, rugby, showbiz en CNN. Het zou niet erg zijn als men daarin slaagde omdat het Afrikaans ten dode was opgeschreven. Een taal die zijn kracht en functie heeft verloren dient onbetreurd te verdwijnen. Een taal die alleen nog functioneert als politiek instrument sterft vanzelf af. Maar het Afrikaans is een levende taal van levende dichters en schrijvers.

Het zijn de dichters en verhalenvertellers die de taal levend hebben gehouden, ook gedurende al de tijd dat Verwoerd en zijn bende bezig waren de taal te verstarren en tot een dode taal der vaderen te maken. Een taal die leeft verandert, pleegt overspel en doet niet aan apartheid. Het Afrikaans is een jonge taal, met alle lenigheid vandien. In de jaren zestig begonnen de eerste dichtbundels in het Kaaps Afrikaans te verschijnen, de spreektaal van de straat. Ook vandaag kun je jonge, gekleurde rappers in Kaapstad horen zingen We are the sexy boys En ons is unemployed Die mense we annoy We are the sexy boys - met een Engels aandeel dat een concessie lijkt aan de platenmaatschappij. Het 'echte' Kaaps werd in de poëzie voor het eerst vastgelegd door dichters als Adam Small met zijn bundel Kitaar my Kruis (1961), waaruit bijgaand gedicht. Het Afrikaans, zo blijkt, kent een absorptiegemak die in het Nederlands ondenkbaar is.

Lat die wêreld ma' praat pêllie los en vas 'n sigaretjie en 'n kannetjie Oem Tas Los en vas praten is zomaar iets beweren, maar wat aankletsen. Oom Tas komt van Tassenberg, een rooie pinard. Liters Tassies werden er in de jaren vijftig gedronken. Pêllie is de aanspreekvorm van vriend. Maatje. Kameraad. Het vindt vanzelf z'n oorsprong in het Engelse pal -

so lat hulle ma' sê skollie pêllie - skollie, daarentegen, komt uit het Nederlandse schoelje. Een skollie is een straatboef, een lid van een gang, en in de jaren vijftig en zestig ook wat wij een nozem noemden. Nog meer woorden die enige uitleg behoeven? Wellicht in die prachtige sleutelzin

die Here het gaskommel en die dice het verkeerd gaval vi' ons - de Here heeft geschommeld, die kaarte skommel is de kaarten schudden, skommel is ook Afrikaans voor masturberen, hoe dan ook, de dobbelsteen viel verkeerd daar's mos kinners van Gam en daar's kinners van Kain

- er zijn immers kinderen van Cham en er zijn kinderen van Kain. Cham geldt als stamvader van de Afrikaanse volkeren, 'ons'. Die Here het gaskommel is, als vaak bij Adam Small, een gedicht met veel herhalingen, refreinen, uitroepen. Het leunt aan tegen de uitbundigheid en de losheid van de negro spiritual. Ondanks de zorgvuldige constructie blijft de voornaamste indruk die van een improvisatie. En vooral: het is erg humoristisch. Er werkt haast niets zo aanstekelijk als het sarcasme en de hilariteit van Adam Small. Zijn langs-de-neus-weg-humor is het meest onderschatte aspect van zijn poëzie.

Het is helemaal niet allright met de positie van de bruinmense onder de knoet van Kaïns nageslacht. Uitbundig zingend dat alles mooi is zoals het is loopt in Die Here het gaskommel een miljoenenleger van skollies net zo lang rond de muren van Jericho tot die muren het door gebrek aan aandacht begeven.