Rebels Congo wil praten

GOMA/KINSHASA, 20 AUG. De door Rwanda en Oeganda gesteunde opstandelingen in Congo hebben gisteravond laten weten te willen onderhandelen met president Kabila, voor wiens verdrijving uit Kinshasa zij begin deze maand naar de wapens grepen. In het oostelijke Goma, het hoofdkwartier van de rebellen, zei een van hun woordvoerders, Kabila's voormalige minister van Buitenlandse Zaken Bizima Karaha, met de belaagde president te willen onderhandelen over een staakt-het-vuren. “Wij vinden dat de enige oplossing voor dit probleem een politieke is”, aldus Karaha.

De rebellen doen deze verrassende mededeling op het moment dat in West-Congo, bij de garnizoensstad Mbanza Ngungu, 120 kilometer ten zuidwesten van de hoofdstad Kinshasa, een hevige veldslag woedt tussen opstandige troepen en eenheden van Kabila's leger.

De verdedigers van Kinshasa hebben sinds twee dagen de beschikking over lichte gevechtsvliegtuigen, naar verluidt afkomstig uit Zimbabwe.

Regeringswoordvoerders van Zimbabwe, Angola, Namibië, Zambia en Kenia hebben gisteren laten weten dat zij Kabila willen bijstaan tegen wat zij “Rwandese en Oegandese agressie” noemen. Hierdoor dreigt een verdere internationalisering van het conflict in Congo.

De rebellen noemen aanblijven van Kabila, wiens vertrek tot voor kort nog als hun politieke hoofddoel gold, nu onderhandelbaar. “Of Kabila wel of niet aan de macht blijft, moet worden besproken aan de onderhandelingstafel”, zei Karaha gisteravond. “Hij maakt deel uit van het probleem en kan dus deel uitmaken van de oplossing.”

Pagina 4: 'Kabila moet ons erkennen'

Kabila's woordvoerder, minister van Informatie Didier Mumengi, zei in een eerste reactie dat hij het aanbod van de rebellen nog niet had besproken met de president. Die houdt zich al enkele dagen, samen met leden van zijn kabinet en generale staf, op in Lubumbashi, de hoofdstad van de zuidelijke provincie Katanga. Mumengi veronderstelde dat Kabila alleen wil onderhandelen met vertegenwoordigers van Oeganda en Rwanda, die in Kinshasa als de aanstichters van de revolte gelden, “en niet met hun Congolese instrumenten”.

Karaha gaf geen bijzonderheden over het onderhandelingsaanbod, maar zei wel dat Kabila de rebellenbeweging dient te “erkennen” voordat de besprekingen kunnen beginnen. “Kabila erkent niet eens dat we bestaan. Misschien erkent hij dat pas als we in Kinshasa zijn”, aldus Karaha, die eraan toevoegde dat bemiddeling door een derde land welkom is.

Een commandant van de rebelleneenheden aan het westelijke front, Dieudonné Kabengele, zei gisteravond laat dat zijn troepen de garnizoensstad Mbanza Ngunggu, ruim 100 kilometer ten zuidwesten van Kinshasa, na hevige gevechten hadden ingenomen. Het bericht was vanmorgen nog niet bevestigd door andere bronnen. Als het juist is, zou het laatste bolwerk van het regeringsleger vóór Kinshasa zijn gevallen.

De militaire opstand tegen Kabila werd op 2 augustus in de Oost-Congolese steden Goma en Bukavu ontketend door soldaten van de plaatselijke minderheidsgroep der Banyamulenge (Congolese Tutsi's van Rwandese afkomst) en werd van meet af aan gesteund door troepen uit Rwanda. Intussen zijn de meeste steden van Oost-Congo, waaronder Buna aan de grens met Oeganda, in hun handen.

Het rebellenleger dat vanuit het westen oprukt door de provincie Beneden-Congo, waar het alle strategische steden en Congo's grootste waterkrachtcentrale controleert, bestaat hoofdzakelijk uit voormalige soldaten van wijlen president Mobutu Sese Seko. Mobutu werd in mei vorig jaar door Kabila's troepen uit Kinshasa verdreven en overleed enkele maanden later als balling in Marokko. (AFP, AP, Reuters)