Presidentschap van Clinton heeft reeds te lang geduurd

In bepaalde opzichten is het gedrag van president Clinton verwerpelijker dan dat van president Nixon indertijd, stelt de Amerikaanse politiek commentator David S. Broder. Clinton heeft het aanzien van het ambt geschaad. Daarmee heeft hij zich onhoudbaar gemaakt.

President Bill Clinton heeft met een half openhartige uiteenzetting van zijn relatie met Monica Lewinsky een wanhopige poging gedaan aan de macht te blijven. Hij hoopt hiermee aanklachten die uiteindelijk zouden kunnen leiden tot een afzettingsprocedure te voorkomen.

In zijn korte en weinig zeggende toespraak van afgelopen maandagavond merkte hij op dat het nu weer tijd was om aan de slag te gaan met werkelijk serieuze staatszaken. Daarnaast zei hij dat de zaak waarom het allemaal ging, een kwestie was die slechts 'ons' betrof, daarmee doelend op zichzelf en zijn familie.

Was dat maar zo. Clinton heeft er echter zelf een Amerikaanse kwestie van gemaakt, een nationale last: allereerst door weinig respect te tonen voor het hoge ambt dat hij bekleedt en ten tweede door maandenlang te weigeren wat alleen hij kon doen: de zaak volledig ophelderen.

De journalisten Bob Woodward en Carl Bernstein, die indertijd de Watergate-affaire voor de Washington Post versloegen, pleitten de afgelopen maanden diverse malen voor het in acht nemen van de juiste verhoudingen. De zaak moest binnen proporties blijven. En inderdaad, een van beide kanten vrijwillige seksuele verhouding tussen twee volwassenen, waar het in de kern om gaat, is niet hetzelfde als het organiseren van een geheime operatie vanuit het Witte Huis en het vervolgens betrekken van de FBI en CIA bij het toedekken van deze onwettelijke acties. Maar in een ander opzicht is datgene wat Clinton heeft gedaan in elke stap even slecht als wat Richard Nixon heeft gedaan.

Net zoals Nixon vanaf het prilste begin van de Watergate-zaak wist wat er precies was gebeurd, wist president Clinton vanaf het allereerste moment dat hem vragen werden gesteld over de Witte Huis stagiaire wat precies tussen hen was voorgevallen. In plaats van te bekennen, loog hij. Hij loog niet alleen tegen de advocaten van Paula Jones, hij loog ook tegen het publiek, tegen zijn meest naaste politieke vrienden. Hij maakte de leiders van de Democratische Partij en zijn regering onderdeel van zijn bedriegerij. Het eigenbelang dat hier uit spreekt is stuitend.

Twee medewerkers van Clinton die altijd loyaal aan hem waren en met toewijding voor hem hebben gewerkt, voormalig Witte Huis stafchef Leon Panetta en voormalig adviseur George Stephanopoulos, waren in januari, toen de zaak begon te spelen, de eersten die de president opriepen direct schoon schip te maken door alles te vertellen wat hij wist. Zij voorzagen toen al de risico's voor hun eigen partij als Clinton louter dacht aan het redden van zijn eigen positie.

Anderen die op dat moment nog voor de Clinton-regering werkten, waren even bevreesd, maar spraken dit minder openlijk uit. Een lid van het kabinet dat de ontkenningen van de beschuldigingen door Clinton had aangehoord zei destijds in vertrouwen: “Hij zat daar, loog tegen ons, maar niemand van ons zei er wat van.”

Vice-president Al Gore, die toch zijn persoonlijke twijfels moet hebben gehad, heeft herhaaldelijk in het openbaar zijn vertrouwen uitgesproken in zijn hoogste baas. Daarmee heeft hij een nu nog niet te schatten schade toegebracht aan zijn eigen kansen om als toekomstig president te worden gekozen.

Na de toespraak van afgelopen maandag zei de woordvoerder van het Witte Huis dat de president zich voelde alsof een zware last van zijn schouders was afgevallen. Maar die verlichting is niets vergeleken met de last van leugens waarmee Clinton anderen die hun volle vertrouwen in hem uitspraken, heeft opgezadeld. Wat dit betreft is het gedrag van Clinton volledig te vergelijken met dat van Nixon.

Het is zelfs in een bepaald opzicht erger. De activiteiten van Nixon waren, ofschoon strafbaar, gemotiveerd door en gekoppeld aan de uitoefening van de presidentiële macht. Nixon kende de functie die hij uitoefende en wilde vóór alles voorkomen dat hij na verkiezingen het presidentschap zou moeten afstaan aan degenen die hij als zijn vijanden beschouwde.

Clinton gedroeg en gedraagt zich op een manier alsof hij nog steeds niet beseft wat het betekent om president te zijn van de Verenigde Staten. Het hoge ambt dat hij heel zijn leven heeft nagestreefd - voor wat eigenlijk? Om aan de haal te gaan met een stagiaire die de leeftijd heeft van zijn eigen dochter, een daad waarvoor elke directeur van een bedrijf of hoge militair onmiddellijk zou worden ontslagen?

De vraag hoe het met hun huwelijksleven is gesteld, is inderdaad een kwestie tussen Clinton en zijn vrouw Hillary. Maar de 'Oval Office' waar hij zijn ontmoetingen met Monica Lewinsky had, behoort tot de natie. Toen hij tegenover het Amerikaanse volk verklaarde dat hij “geen seksuele relatie met die vrouw, mevrouw Lewinsky had gehad”, sprak hij op een officiële bijeenkomst in het Witte Huis, ons Witte Huis.

Bettie Currie, zijn secretaresse die hij probeerde te betrekken bij de ontkenningsoperatie, wordt door de belastingbetaler betaald. Hetzelfde geldt voor de advocaten van het Witte Huis en de medewerkers van de geheime dienst die bovendien toekomstige presidenten veel minder behulpzaam zullen kunnen zijn vanwege de vergeefse juridische strijd die Clinton heeft gevoerd om te voorkomen dat zij zouden moeten getuigen.

Zoals president Nixon, heeft president Clinton belangrijke dingen voor het land gedaan. Maar in alle opzichten heeft hij het aanzien van het presidentschap en de autoriteit ervan verkleind. Clinton mag dan volgens eigen zeggen de draad weer oppakken, maar als hij stelt dat het onderzoek naar zijn activiteiten al veel te lang heeft geduurd, kunnen deze laatste woorden met even veel recht van toepassing worden verklaard op zijn eigen ambtstermijn.