Overlevenden van holocaust; Verzekeraar koopt joodse polissen af

NEW YORK, 20 AUG. De Italiaanse verzekeraar Generali betaalt 100 miljoen dollar aan joodse organisaties, overlevenden en nabestaanden van slachtoffers van de holocaust voor claims uit de Tweede Wereldoorlog die nooit zijn uitbetaald.

De verzekeringsmaatschappij bereikte daarover gisteren een akkoord, dat bekendgemaakt werd door advocaat Edward Fagan van de slachtoffers en later bekrachtigd werd door een rechtbank in New York. Generali verplicht zich in de overeenkomt ook de namen bekend te maken van polishouders. Generali heeft onlangs een cd-rom vervaardigd met daarop meer dan 300.000 namen van mensen die in de oorlog een polis hebben gekocht. Afgelopen maandag nog had Bobby Brown, die zich namens de Israelische premier Netanyahu bezighoudt met restitutie van bezittingen van holocaust-slachtoffers, in een brief aan Generali gevraagd om zijn oorlogsarchieven te openen.

De Italiaanse maatschappij is de eerste van vijftien verzekeringsmaatschappijen in Europa die de claims honoreert. De verzekeraars zijn tot nu toe steeds zeer terughoudend geweest over hun activiteiten tijdens de oorlog. Veel van de claims tegen Generali komen uit Oost-Europa. De maatschappij was daar in die tijd de grootste verzekeraar. Volgens de Amerikaanse senator Alfonse D'Amato, die bij de onderhandelingen betrokken was, gaat het “om arbeidersgezinnen, die niet in staat waren een Zwitserse bankrekening te openen”. Eerder deze week noemde D'Amato een overeenstemming met Generali “een doorbraak met precedentwerking”, omdat daarmee voor het eerst een groot verzekeringsbedrijf zou toegeven dat het nooit heeft uitbetaald voor de polissen die in de oorlog zijn gesloten.

De verzekeringsmaatschappijen worden onder druk gezet door een dreigend proces voor het Federale Hof in Manhattan, waarin ze worden beschuldigd met opzet informatie achter te houden. Overlevenden van de holocaust en nabestaanden van slachtoffers dreigden bovendien met een zogeheten class-action tegen de verzekeraars, waarbij het onduidelijk is hoeveel claims precies zullen worden ingediend.

Onlangs bereikte de Zwitserse verzekeraar Zürich een akkoord. De verzekeraars vielen niet onder de regeling die de grote Zwitserse banken vorige week met joodse organisaties hebben gesloten. De banken betalen de komende drie jaar 2,5 miljard gulden. Maar die maatschappij had slechts een gering aandeel in de markt van levensverzekeringen. Een onafhankelijke commissie, ingesteld door Zürich zelf, becijferde dat de maatschappij vlak voor en tijdens de oorlog niet meer dan 0,2 promille van de levensverzekeringsmarkt in handen had.

Dat Zürich en Generali tot overeenstemming zijn gekomen, betekent een breuk in het verzekeraarsfront. Tot voor kort opereerden de grote Europese bedrijven (waaronder het Zwitserse Winterthur, het Duitse Allianz en het Franse Axa) gezamenlijk. Zij konden het echter niet met de Amerikaanse verzekeringskamer eens worden.

Pagina 5: Nederland kent eigen regeling

De Amerikaanse verzekeringskamer eiste dat in de speciale geschillencommissie over dit onderwerp de meerderheid joods zou moeten zijn. De verzekeraars vreesden dat hun dat te veel geld zou gaan kosten, aangezien de commissie vergaande beslissingsbevoegdheid zou krijgen.

In Nederland hebben verzekeringsmaatschappijen claims van nabestaanden en slachtoffers na de oorlog in eerste instantie afgewezen, omdat niet altijd bewezen kon worden dat de betrokkenen overleden waren. Verder waren polissen door verzekeringmaatschappijen afgekocht bij een bank die de Duitse bezetter had overgenomen, nadat in 1943 rijkscommissaris Seyss-Inquart had gedecreteerd dat alle joodse verzekeringen moesten worden beëindigd. Daarnaast wezen verzekeringsmaatschappijen na de oorlog claims af met het argument dat premies niet waren voldaan. Na de oorlog werden de slachtoffers die hun verzekeringen terugwilden in het gelijk gesteld door de Raad voor het Rechtsherstel. Nog geen oplossing is er gevonden voor een aantal 'slapende rekeningen', die nimmer zijn geclaimd. (AP, AFP, Reuters)