Milieuvriendelijk laagvliegen

Hogesnelheidstreinen openen nieuwe verten voor de funreiziger. Londen en Parijs liggen naast de deur. Voor wie bereid is voor dag en dauw te vertrekken, is het zelfs mogelijk vier hoofdsteden op één dag te bezoeken.

Parijs is Parijs niet meer. Sinds de TGV je in drie uur van Rotterdam naar het Gare du Nord brengt, is Parijs een variant op Maastricht: heel leuk, maar verder gewoon een stukje Nederland. Parijs is niet langer dat verre oord waar je na een treinreis van 5,5 uur licht gekraakt aankwam. Nu tandenborstel en pyjama thuis kunnen blijven, wordt de reiziger bij aankomst overvallen door lichte teleurstelling: was dit alles?

Die teleurstelling is niets anders dan schijnheilige heimwee naar de tijd dat reizen nog een calvinistische aangelegenheid was: eerst lijden, dan de beloning. Schijnheilig, want wie geroken heeft aan de mogelijkheid van een middagje shoppen in St. Germain of een krantje lezen op het terras van Café de Flore, wil volgende week weer.

De hogesnelheidstrein opent nieuwe verten voor de funreiziger. Een dagje op en neer naar Disneyland of een rondje Frankrijk: de verhouding tussen de prijs van het treinkaartje en de tijd die ter plekke kan worden doorgebracht, ligt op z'n zachtst gezegd wat scheef, maar het kán. En dat is wat telt voor de funreiziger, die op het dwangmatige af nieuwe records op zijn naam wil schrijven: op één dag tien plaatsen met een A bezoeken of zoveel mogelijk diesellijntjes bereizen.

Vier hoofdsteden op één dag kan nu ook, dankzij de TGV. Wie om 5.18 uur in Amsterdam instapt, ziet Brussel, Londen en Parijs en is rond 23 uur terug. Inbegrepen is een toenemende verwardheid die zich het best laat omschrijven als een ruimtelijke jetlag, een gevolg van het feit dat de menselijke geest nog niet gewend is om op één dag Buckingham Palace èn het Elysée te zien en links èn rechts te kijken alvorens te beginnen met oversteken.

De eerste drie uur zijn alles behalve fun. De boemel van Amsterdam naar Brussel stopt onderweg zeven keer. Maar na Brussel begint het grote genieten. Met een dikke 200 km/u schuiven het Belgische, Franse en, minder snel, het Engelse landschap aan de Eurostar voorbij. Alleen het uitzicht en de aanwezigheid van een noodrem verraden dat we niet in een vliegtuig zitten. Verder is alles er: de crew, de business class menukaart, de tax free winkels in de vertrekhal, de bagage- en paspoortcontrole en het signaal now boarding. Tijdens deze vorm van milieuvriendelijk laagvliegen kunnen interessante waarnemingen worden gedaan: bijvoorbeeld dat het Belgische gras minder groen is dan het Nederlandse, dat de buxusmode in de Britse tuinen wordt gedomineerd door het kipmodel en dat de lama oprukt in het Europese landschap.

Twee uur overstaptijd in Londen en twee uur in Parijs openen perspectieven: een bezoek aan de Tower Bridge en de Eiffeltoren, shoppen in de Rue de Rennes en New Bond Street of lunchen in Kensington en dineren in het Quartier Latin.

Besloten wordt de lat iets hoger te leggen en op zoek te gaan naar de gevleugelde stiermens-beelden uit het Assyrische Khorsabad, waarvan er vier in het British Museum staan en vijf in het Louvre. Ooit bewaakten ze het paleis van koning Sargon II (721-705 voor Chr.) in Khorsabad, in de tijd dat het Assyrische Rijk zich uitstrekte over een flink deel van het huidige Midden-Oosten. In 1843 werden de beelden, drie meter hoog en 16 ton zwaar, opgegraven door de Fransman Paul Emile Botta en verscheept naar Europa. Niet alle vondsten kwamen aan: één lading zonk tijdens een transport met een gammele schuit en ligt nog altijd op de bodem van de Tigris.

Opdracht uitgevoerd, op naar de vierde hoofdstad. Om 12.53 uur plaatselijke tijd vertrekken we van Waterloo Station naar Parijs. Bij nadering van Parijs begint de ruimtelijke jetlag ernstige vormen aan te nemen. Na tweemaal een tijdzone te zijn gepasseerd en tweemaal te zijn overgeschakeld van Frans op Engels en andersom, begint mijn mentale discdrive de beelden door elkaar te gooien, hetgeen nog wordt gestimuleerd door het feit dat mijn Franse overbuurman een Engelse krant leest. Terwijl mijn coupé-genoten witte Bourgogne en rode Médoc drinken, probeer ik het verwarde hoofd te koelen met mineraalwater.

Toch ligt het niet aan mijn ruimte-lag, maar aan het personeel van het Louvre dat mijn missie in Parijs bijna voortijdig strandt. Hoewel ik vijftig minuten voor sluitingstijd bij het museum arriveer, krijg ik geen kaartje meer omdat het museum wegens grote drukte eerder wordt ontruimd. Na enig aandringen krijg ik nog vijf minuten om de beelden uit Khorsabad te vinden. Ik ren gangen in, trappen op en verdwaal tussen de forse collectie 19de-eeuwse Franse sculptuur alvorens op de afdeling Antiquités Orientales te belanden. Daar staan ze, vijf stuks, waarvan er drie van gips blijken te zijn. Taureau androcéphale ailé heten ze hier en vergis ik me of kijken ze vriendelijker dan in Londen?

Jetlag of niet, nu de missie is volbracht, drink ik een glas Pouilly Fumé op het terras van café Marly, met uitzicht op de piramide van het Louvre. Ik bedank de ober in het Engels en constateer dat ik er ernstiger aan toe ben dan ik dacht.

Na een tweede glas wijn op de terugweg biedt alleen het ijzeren reisschema nog houvast. 23.08 uur, this must be Amsterdam.