Hongaren maken van kogelslingeren een volksfeest

BOEDAPEST, 20 AUG. Kogelslingeren is het stiefkind van de atletiek. Maar gisteravond zorgde dit onderdeel bij de EK in Boedapest voor een klein volksfeest. Thuisland Hongarije boekte een dubbele zege en Tibor Gecsek (goud) en Balász Kiss (zilver) trokken gezamenlijk met de nationale vlag langs de volle tribunes in het Népstadion. “Ik probeer te begrijpen wat er is gebeurd”, zei de overgelukkige winnaar Gecsek. “Ik moet het straks thuis nog een keer terugzien, want anders geloof ik het allemaal niet.”

Normaal wordt het kogelslingeren bij een kampioenschap vóór de rest van het programma afgewerkt. Het is te gevaarlijk voor de andere nummers op het veld. Bij de EK in Hongarije is kogelslingeren het topnummer. De zware mannen mogen met hun ijzeren kogels 's avonds optreden. Er zijn twee speciale scholen in het land die talenten opleiden. De Hongaarse werpers behaalden door de jaren heen vele successen. Dat was gisteravond, tot opluchting van de duizenden fans die op de tribunes achter de ring hadden plaatsgenomen, niet anders.

Het werd een heroïsche strijd. Kiss, de favoriet, nam met zijn eerste worp van 80,96 meteen de leiding. Zijn landgenoot Gecsek bleef er in zijn eerste poging maar twee centimeter achter. Daarna verbeterde Gecsek nog drie keer, met zijn vijfde worp als uitschieter. De 82,87 bleek een fantastisch persoonlijk record. “Ik wilde niet met een paar centimeter verschil verliezen en ik wist dat ik heel ver moest gooien om Balász te verslaan.” Kiss, de olympisch kampioen van '96, kwam uiteindelijk niet verder dan 81,26, wel ruimschoots voldoende voor het zilver.

Voor winnaar Gecsek betekende de overwinning een prachtige rentree. Hij was in 1995 in Berlijn betrapt op doping en werd voor vier jaar geschorst. De Hongaar had echter geluk dat de IAAF daarna alle straffen tot twee jaar terugbracht. “Ik ben in die periode blijven trainen. Ik wist dat ik eens weer aan grote wedstrijden zou meedoen.” De Duitser Karsten Kobs (verste worp 80,13) was heel blij met het brons. “Ik heb nog nooit voor de ogen van zo veel mensen gegooid. Dit is de mooiste dag van mijn leven.”

Ook de Française Christine Arron beleefde voorlopig het hoogtepunt uit haar carrière. De 24-jarige sprintster won de gouden medaille op de 100 meter in een prachtig nieuw Europees record. Haar tijd van 10,73 betekende bovendien dat Arron na Florence Griffith-Joyner en Marion Jones de nummer drie op de wereldranglijst aller tijden is geworden. “Mijn kracht zit niet in mijn haar, zoals bij Samson”, vertelde de op Guadeloupe geboren winnares, die zich voor de EK van een goudkleurig kapsel had voorzien. “Dit succes heb ik te danken aan het vele trainen en aan mijn coach.”

Irina Privalova raakte gisteravond zowel haar Europese titel als record kwijt. De Russin liep in de baan naast Arron en had lange tijd de leiding. In het laatste stuk werd ze voorbijgelopen. Privalova was na haar langdurige blessure echter tevreden met het zilver en haar tijd van 10,83. Bij de mannen ging het goud op de sprint naar de Brit Darren Campbell. Hij volgde zijn coach Linford Christie op als titelhouder. Campbell, die een semi-prof in het voetbal was, liep een tijd van 10,04. Afgezien van Christie heeft verder nog geen Europeaan de 100 meter onder de tien seconden afgelegd.

Ester Goossens plaatste zich gisteravond overtuigend voor de finale van de 400 meter horden. Haar derde plaats in de serie in 54,85 - slechts eenhonderdste boven haar nationale record - was ruim voldoende. De 26-jarige atlete wil niet aan een medaille denken. “Ik ga voor een Nederlands record, de rest zie ik wel.” De finale van de 400 meter horden is morgenavond.

Marcel Laros kon vanochtend zijn tranen niet bedwingen. Hij had zich zoveel voorgesteld van zijn optreden op de 3.000 meter steeplechase. De 26-jarige atleet eindigde als negende in de eerste serie in 8.38,89, een tijd die hij bij wijze van spreken normaal fluitend loopt. Woest smeet hij na de finish zijn shirtje op de baan. Pas na een half uur was Laros tot spreken in staat. “Ik weet het niet meer. Op deze manier heeft het eigenlijk geen zin meer. Ik moet eens heel goed nadenken wat me nu te doen staat.”