Hoge Raad wijst eis dochter Soekarno af

JAKARTA, 20 AUG. De Indonesische Hoge Raad heeft de eis van oppositieleider Megawati Soekarnoputri niet ontvankelijk verklaard in een door haar aangespannen rechtszaak tegen de regering wegens het beramen van haar afzetting als voorzitter van de christelijk-nationalistische partij PDI in 1996. Volgens de hoogste Indonesische rechter zijn rechtbanken niet bevoegd om te oordelen over het beleid van regeringsvertegenwoordigers. De Hoge Raad liet wel toe dat de zaak tegen Megawati's rivaal Soerjadi en zestien andere PDI-bestuurders voor de rechter komt.

Een rechterlijke uitspraak over de mogelijke onrechtmatigheid van een door de autoriteiten georkestreerd PDI-congres in juni 1996, dat Megawati als voorzitter verving door Soerjadi, zou tot gevolg hebben dat zij door de overheid erkend zou moeten worden als de rechtmatige voorzitter van de partij. De minister van Binnenlandse Zaken, generaal b.d. Syarwan Hamid, heeft echter onlangs verklaard dat wat hem betreft er best twee PDI's mogen meedoen aan de parlementsverkiezingen, die zijn aangekondigd voor volgend jaar mei. Megawati heeft die optie van de hand gewezen.

Het opzijzetten van Megawati in juni 1996 leidde ertoe dat haar aanhangers gedurende een maand het nationale partijkantoor van de PDI in het centrum van Jakarta bezetten. Toen zij daaruit op 27 juli verdreven werden door handlangers van het leger, verkleed als leden van de rivaliserende PDI-fractie, leidde dat tot de grootste rellen die Jakarta in twintig jaar had gezien. Bij de ontruiming werden vijf mensen gedood terwijl zeker twintig personen nog altijd worden vermist.

Megawati spande vervolgens in oktober 1996 een rechtszaak aan tegen zestien regeringsgetrouwe PDI-leden, de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken en de commandenten van de Indonesische strijdkrachten en politie. De rechtbank oordeelde echter dat het ging om een interne kwestie van de partij. Megawati tekende tegen die uitspraak met succes beroep aan: vorig jaar bepaalde het Gerechtshof dat de rechtbank de zaak wel degelijk in behandeling moet nemen. Tegen die beslissing tekenden op hun beurt de minister van Binnenlandse Zaken en de commandenten van leger en politie beroep aan. De Hoge Raad heeft nu dat arrest gedeeltelijk vernietigd. Het beroep aangetekend door Soerjadi werd overigens niet ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn.