'Het lijkt wel of doping erger is dan moord'

Na de EK atletiek zal hij zich bij Juventus melden. Atletiektrainer Henk Kraaijenhof heeft bij de grote Italiaanse voetbalclub een adviserende rol gekregen op het gebied van voeding en conditie. “Als je Merlene Ottey heb meegemaakt, lig je niet wakker van Del Piero.”

BOEDAPEST, 20 AUG. Henk Kraaijenhof woont op een steenworp afstand van de Amsterdam Arena. Toch heeft niet Ajax, maar Juventus hem als adviseur op het gebied van conditie en voeding binnengehaald. “Geen profeet wordt in eigen land geëerd”, zegt hij. “Dat is niet erg. In Nederland ben je bij een voetbalclub meteen zo'n looptrainer, maar bij Juventus lopen ze niet zo veel. Daar draait het meer om krachttraining.”

Hij kijkt zijn ogen uit in de luxe wereld van het topvoetbal en is onder de indruk van de omstandigheden die hij bij Juve aantrof. “Het is fantastisch”, aldus Kraaijenhof, die bij de beroemde Italiaanse club is aanbevolen door een functionaris van de internationale atletiekfederatie IAAF. “Kosten noch moeite zijn gespaard. Ze hebben er de meest moderne apparatuur en de denkbeelden erachter zijn uitstekend. Ik hoor altijd dat voetballers liever lui dan moe zijn, maar dat verhaal is bij Juventus een mythe.”

“Voetballers worden steeds meer atleten”, constateert de trainer. “Dat is ook niet zo raar. Het aantal wedstrijden neemt toe en dus moet er ook meer worden getraind. Dat betekent wel dat de tijd om te rusten in het gedrang komt. Dat goed te regelen wordt het geheim van de voetbalclub van de toekomst.” Daar gaat hij Juventus mee helpen. Kraaijenhof zal in totaal ongeveer een maand per jaar bij de club aanwezig zijn. Hij was er al twee keer, in april en onlangs in juli in het trainingscomplex nabij Turijn. Alle grote namen liepen er rond. “Als je Merlene Ottey hebt meegemaakt, die zo'n 35 medailles heeft gewonnen, lig je niet wakker meer van Del Piero.”

De verbintenis met Juventus kwam hem goed van pas. In de atletiek is het moeilijk een belegde boterham te verdienen. Topsprintster Ottey, die speciaal naar Boedapest is gekomen om een paar dagen met Kraaijenhof te trainen, zoekt een privé-begeleider. “Ik zou best voor haar naar Monte Carlo willen verhuizen”, zegt de lange Nederlander. “Maar wie moet dat betalen? In het tennis kan zelfs de nummer honderd van de wereld zich een persoonlijke trainer veroorloven, de nummer twee in de atletiek dus niet.”

Toch is hij deze sport steeds trouw gebleven. “Noem het een vorm van prettig gestoord zijn. Ik ben geen betere trainer dan de collega's in Nederland, maar mijn gedrevenheid is wel tien keer zo groot.” Het kost hem weleens moeite. “Het paard blijft weliswaar even sterk, maar de tegenstroom wordt sterker. Het gebrek aan kennis en gedrevenheid bij bestuurders in de atletiek is groot. Er heerst een meedogenloze ambtenarij. Die overtollige mensen moeten snel weg, anders ziet de toekomst er slecht uit.”

Daarom maakt hij nu graag een zijsprong naar het voetbal. Als kind voetbalde Kraaijenhof zelf in clubverband, bij FC Rijnmond uit Hoogvliet. Een onverdeeld succes was het niet. “Zelfs mijn ouders kwamen al niet meer kijken”, vertelt hij met veel zelfspot. “Ik was rechtsbuiten, maar misschien was doelpaal wel de beste positie voor me geweest. Ik was een soort kruising tussen Mister Bean en John Cleese.”

Vervelende bijkomstigheid van zijn intrede in het voetbal is dat zijn naam meteen in verband werd gebracht met het vermeende dopinggebruik bij Juventus. Kraaijenhof wordt regelmatig genoemd als trainer wiens atleten verboden middelen slikken. Hij heeft dat altijd ontkend, maar weet er in elk geval wel veel van. Een felle Kraaijenhof: “Ik weet veel van voeding. En ook veel van biomechanica. Daar hoor je niemand over. Ik wil gewoon alles weten. Ik ben tegen dopinggebruik. Maar het heeft geen zin om mezelf steeds te verdedigen. De verhalen worden toch wel verteld.”

Kraaijenhof wordt vaak door mensen om advies over doping gevraagd. “Als ik voor elk van hen duizend gulden zou krijgen, had ik een aardig bedrag. Ik stuur ze weg: 'Sodemieter jij gauw op', zeg ik dan. Waaruit zou moeten blijken dat mijn mensen doping gebruiken? Kijk op foto's van ze van nu en vijf jaar geleden en je zal zien dat ze niet erg zijn veranderd. Ze gaan ook niet van de ene op de andere dag veel sneller lopen.” Hij kan het niet bewijzen, maar hij vindt het verdacht dat sommige van zijn atleten vaak worden gecontroleerd. De Surinaamse Leatitia Vriesde kreeg onlangs zelfs vier keer in tien dagen bezoek van een dopingfunctionaris.

Kraaijenhof wordt “kotsmisselijk” van de verhalen over doping in de sport. “Is er nou echt niets anders om zoveel drukte over te maken? Het lijkt wel of het gebruik van doping erger is dan een moord plegen. Er hoeft tegenwoordig maar één gek iets te roepen en er komt weer een onderzoek. Ja, die Del Piero en Vialli hebben wel erg dikke benen. Die Finse kogelstoter daar ook. Zo blijf je dus aan de gang. Er is in de vijver altijd wel een waterhoentje dat kwaakt. Het komt vaak voort uit jaloezie. Denk je dat Zeman zijn beschuldigingen ook had gedaan als hij met Roma boven Juventus had gestaan? Die man hoort voor twee jaar te worden opgesloten voor smaad, laster en belediging.”

Er moet wat gebeuren, anders gaat de sport kapot, zegt Kraaijenhof. “Je kan iedereen die over EPO praat of er zelfs maar aan denkt in de gevangenis zetten. Maar dan verplaatsen de spullen zich van de soigneurs naar criminelen. Want er zal altijd vraag naar blijven. En dan kunnen er echt ongevallen gebeuren. Wie weet wat voor rommel er dan tussenzit.” Dus is er maar één andere oplossing, stelt Kraaijenhof: doping vrijgeven. “Ik weet dat het een slechte oplossing is, maar wel de minst slechte. Ik denk overigens niet dat er echt veel zou veranderen. Elke 18-jarige is vrij om hier aan de bar een liter wodka op te drinken. Maar gebeurt dat? Dus zullen we ook niet met z'n allen naar de apotheker rennen.”

“Het is jammer”, zegt hij tot slot, “dat we tegenwoordig nooit verder komen dan doping. Ik heb nog zo veel interessants te vertellen.” Kraaijenhof is onder meer gespecialiseerd in kruiden. “Die gebruik ik in de sport, maar ik help er ook kankerpatiënten mee om de negatieve effecten van chemo- en stralingstherapieën tegen te gaan. Dat is eigenlijk veel leuker dan mijn werk in de sport. Bij kankerpatiënten is geen sprake van naijver. Met elkaar proberen we mensen beter te maken.”