Het einde van een tijdperk

Het leven was grauw. De Fransen waren chagrijnig en vol twijfel over zichzelf en over hun rol en plaats in de wereld. Maar toen, in één jubelnacht na het winnen van het wereldkampioenschap voetbal, werd het leven blauw, de kleur van het Franse team. Ineens herwonnen de Fransen hun zelfvertrouwen en krabbelden ze geestelijk overeind. Op de fundamentele vraag naar de eigen identiteit, 'Wie ben ik?', gaven zij een origineel, zij het nogal beperkt antwoord: 'Wij zijn wereldkampioen' in de meest wereldomspannende, prestigieuze en populaire sport, het voetbal.

Het goede gevoel werd nog versterkt door een belangrijk ethisch aspect met een onmiskenbaar binnenlands-politiek tintje. Het Franse team was, Jacques Chirac zei het zelf, niet enkel tricolore, driekleurig, het was multicolore, veelkleurig - waarmee hij zinspeelde op de etnisch gevarieerde samenstelling van de ploeg, die in de ogen van vele Fransen het beste antwoord vormde op de racistische, xenofobische campagne van het Front National.

In een baaierd van collectieve positieve emoties uitten de Fransen, die sedert de bevrijding in 1944 nooit meer spontaan zo massaal de straat op waren gegaan, hun sterke behoefte aan zelfrespect en zelfvoldaanheid. Alleen de sport vermag tegenwoordig nog sterke collectieve emoties op te roepen. Het gejubel over deze overwinning ging echter veel dieper dan het voetbal en bracht gevoelens aan het licht die voorheen slechts bij patriottisch-ideologische of zelfs -religieuze conflicten werden tentoongespreid. Het is dan ook geen wonder dat de populariteit van zowel de Franse president als de premier sterk gestegen is. Ten dele als gevolg van het kampioenschap, maar ook dankzij een allengs duidelijker economisch herstel, dat zelfs al enig effect begint te krijgen op de werkloosheidscijfers.

Onder elkaar lijken Jacques Chirac en Lionel Jospin een nieuw machtsevenwicht te hebben gevonden, waarmee de Fransen zo te zien vrede hebben - het ligt ergens tussen de geest van de Vijfde en die van de Vierde Republiek in. De premier regeert vrijuit en de president, de hoogste autoriteit, geeft Frankrijk op een warme, hartelijke en doortastende manier gestalte. Voor Frankrijks Europese partners is de ontwikkeling van deze zomer goed nieuws, want hoe meer zelfvertrouwen Frankrijk bezit, hoe gemakkelijker het waarschijnlijk wordt in de omgang.

Toch heeft deze positieve ontwikkeling ook minder rooskleurige kanten. Juist nu Frankrijk een zekere mate van zelfvertrouwen heeft herwonnen, slaat het met bezorgdheid of zelfs wantrouwen zijn naaste partner en buurland Duitsland gade, terwijl het tegelijkertijd met een zekere irritatie aanziet hoe Tony Blair in Groot-Brittannië hoog te paard zit.

De kans dat in Duitsland het bewind van Helmut Kohl binnenkort ten einde komt, baart de Fransen zorgen. Onlangs, tijdens een particulier diner in Parijs, maakte de minister van Buitenlandse Zaken van een belangrijk Midden-Europees land - wel wetend dat de Franse elite niets liever hoort - geen geheim van zijn ongerustheid over het einde van het tijdperk-Kohl. Wat de Fransen het meest vrezen is trouwens niet de overwinning van Gerhard Schröder en de terugkeer aan de macht van de SPD onder leiding van een goeddeels onbekende figuur. Nu Kohl meer dan zestien jaar aan het bewind is geweest, spreekt het vanzelf dat Frankrijk, zijn voornaamste partner, zich zorgen maakt over het verdwijnen van zo'n geruststellende en voorspelbare staatsman. De Fransen vrezen niet zozeer de politieke teloorgang van een man en zijn team, als wel het einde van een Duits tijdperk. Kohl heeft, in de ogen van de Fransen, twee grote zaken tot stand gebracht: hij heeft de Duitse hereniging bespoedigd en tegelijkertijd de mogelijk negatieve uitwerking van een hervonden, volledige Duitse soevereiniteit op het denken van de Duitsers in de hand gehouden of zelfs vertraagd. Het einde van wat sommigen in Duitsland aan de kaak hebben gesteld als het tijdperk van 'nationaal-masochisme' heeft een bijzondere betekenis voor Frankrijk en voor de toekomst van Europa. Provocerend gesteld kan men zich afvragen of Europa kan overleven met twee Frankrijken in plaats van één. Anders gezegd: met een Duitsland dat zich, wat nationaal zelfbewustzijn en zelfs groeiende eigendunk betreft, in toenemende mate zal gaan gedragen zoals Frankrijk nu doet.

Voorzover er enig wantrouwen bestaat jegens Groot-Brittannië, is dat van geheel andere aard, en komt het grotendeels voort uit de ideologische wedijver tussen twee linkse bewegingen die elk aan de macht zijn. Ongeacht een eventuele verbetering in de persoonlijke betrekkingen tussen Blair en Jospin, blijft de Franse Socialistische Partij afkerig van iedere poging om in haar gelederen 'Blairisme' en de bijbehorende programma's in te voeren. De Franse socialisten verzetten zich tegen een officieel aggiornamento dat vergelijkbaar zou zijn met de stap waarmee de Duitse SPD in 1959 in Bad Godesberg voor de sociaal-democratie koos. De voornaamste reden hiervoor is dat de Franse socialisten in de praktijk weliswaar al bekeerd zijn, maar dat zij hun ideologische zuiverheid niet wensen af te zweren. Zo niet in woorden dan toch in daden is er heel weinig verschil tussen het economische beleid van Dominique Strauss-Kahn, Jospins machtige minister van Economische Zaken en Financiën, en dat van Tony Blair. Hoewel de daden van Labour in Groot-Brittannië niet openlijk als inspiratiebron kunnen worden erkend, weerspiegelen ze in feite in bijna alle opzichten Jospins eigen pragmatische keuzes. Of men nu, op zijn Frans, met de markt werkt of, op zijn Engels, voor de markt - de verschillen liggen meer in de volksaard dan in het beleid dat de twee landen feitelijk voeren.

Frankrijk heeft nóg een reden tot bezorgdheid over de huidige ontwikkelingen in Duitsland en Groot-Brittannië: de gestaag verbeterende verstandhouding tussen Londen en Bonn, die Frankrijk niet anders dan in zijn nadeel kan opvatten. Daarom beziet het met een wantrouwig oog de akkoorden tussen de beurzen in Londen en Frankfurt, evenals de nauwere samenwerking tussen de Duitse en de Britse luchtvaart- en defensie-industrie. In de wereld van de financiën en de internationale machtspolitiek heeft de uitstraling van het wereldkampioenschap zich nog niet doen voelen.