Goedkoopte en lonkende Euro-subsidie blijken verleidelijk; Hongarije lokt Oostenrijkse boer

Oostenrijkse boeren kochten begin jaren negen- tig honderden hectaren grond op in het naburige Hongarije. De Oostenrijkse Anne Lise en haar beide zonen kunnen nu aan de overzijde van de grens bioboeren op grond die vijf- tot tienmaal goedkoper is. Bovendien liggen er Euro- subsidies in het verschiet.

FERTÖD, 20 AUG. Op de boerderij van Anne Lise Michlits in het Oostenrijkse Pamhagen heerst topdrukte. Oma legt de laatste hand aan een stevige warme lunch als de twee zonen van Anne Lise met hun tractoren de binnenplaats opdraaien. Ze hebben er al uren op zitten op het gloeiend hete land. Meteen na de lunch vertrekken ze weer om te werken tot het donker wordt en de grensovergang naar Hongarije dichtgaat. De oogst is in volle gang en iedereen werkt mee.

Nog niet zo lang geleden was Pamhagen letterlijk het einde van de wereld. Het boerendorp lag in het Burgenland ingeklemd tussen de Neusiedler See en het IJzeren Gordijn langs de Oostenrijks-Hongaarse grens. Nooit kwam er iemand voorbij. Behalve dan in 1956, toen stromen Hongaren wegvluchtten voor het Rode Leger. De Oostenrijkers bij Pamhagen legden een noodbrug aan om de Hongaarse vluchtelingen binnen te helpen. Maar zodra de Russen hun gezag hadden hersteld, ging het IJzeren Gordijn weer hermetisch op slot.

In deze oogsttijd rijden de verschillende leden van het gezin van Anne Lise soms wel tien keer per dag over de grens op nog geen honderd meter van Pamhagen. Er is een speciale rij voor hun tractoren. Even papiertje laten zien en klaar is kees. Vijf minuten over de grens op Hongaars grondgebied hebben ze vierhonderd hectaren landbouwgrond liggen. De jongens Michlits zien er op toe dat goedkope Hongaarse landarbeiders de oogst voorzichtig binnenhalen.

Anne Lise kan voor de prijs van één Oostenrijker twee Hongaren aan het werk zetten. Het land dat ze bewerken is vijf- tot tienmaal zo goedkoop als het land aan de Oostenrijkse kant van de grens.

Erg lang hoefden de bewoners van het benauwde Oostenrijkse hoekje bij het IJzeren Gordijn niet na te denken toen in 1993 spotgoedkope Hongaarse landbouwgrond in de aanbieding kwam. De een na de ander kochten ze honderden hectaren op.

De Hongaren die het land aanboden, waren boeren die het grootste deel van hun leven hadden doorgebracht op collectieve boerderijen. Daar waren ze samengedreven toen het communistische regime het land had gecollectiviseerd. Zodra het communisme was verdwenen, besloot de conservatieve regering van József Antall begin jaren negentig het land terug te geven aan de boeren. Een ingewikkeld compensatiesysteem bracht het land weer in handen van privé-boeren. Maar die wisten niet goed wat ze aanmoesten met de stukjes van vijf en tien hectaren die ze kregen.

Hongarije was volop in transitie en er was geen bankwezen dat de nieuwe onafhankelijke boeren verder kon helpen bij investeringen en grondaankoop. Landveilingen die oorspronkelijk bedoeld waren voor Hongaarse boeren om nieuwe bedrijven te kunnen opzetten, werden het speelterrein van stromannen van buitenlandse boeren die stonden te trappelen om Hongaarse grond te kopen. Tot 1994 hadden deze buitenlandse kopers nagenoeg vrij spel. Toen greep de politiek in en op dit moment kunnen alleen Hongaarse privé-personen grond kopen voor landbouwdoeleinden. Voor buitenlanders en Hongaarse bedrijven - vaak toch weer verbonden met buitenlandse belangen - blijft de deur voorlopig op slot.

De Oostenrijkse Anne Lise heeft op tijd weten toe te slaan. In Oostenrijk zelf heeft ze 40 hectare wijngaard, vlak over de grens het tienvoudige. Omdat haar Hongaarse land in de grensstreek ligt, mag ze de landbouwproducten die daar vandaan komen - in het kader van een afspraak over grensverkeer - ongehinderd Oostenrijk binnenvoeren. Ze heeft de keus. Graan van mindere kwaliteit gaat naar Hongarije, waar een gegarandeerde minimumprijs geldt. Producten van betere kwaliteit gaan naar Oostenrijk en de Europese markt, waar de kwaliteitseisen veel hoger liggen, maar ook de prijzen.

Pagina 13: Bio-boeren in Hongarije lucratief

De Oostenrijkse boeren hebben het 'bio-boeren' ontdekt. Ecologische landbouw krijgt in Oostenrijk de hoogste EU-subsidies, en daarvoor zijn de Oostenrijkers best bereid om hun gewassen minder te bespuiten. De familie Michlits is sinds vier jaar bio-boer. Ook vlak over de grens in Hongarije is het 'bio-boeren' in bij de Oostenrijkers. Niet omdat er veel Hongaren zijn die zich een biologisch dynamisch brood kunnen veroorloven, maar om zich vast voor te bereiden op het Europese subsidiespel. Als Hongarije over een jaar of vier lid wordt van de Europese Unie, kunnen ook hier flinke subsidies worden opgestreken.

Károly Szabó staat in een enorm graanveld te wachten bij zijn vrachtauto, terwijl zijn maat István ergens in de verte de oogst binnenhaalt. De rode combine eet zich gestaag een weg door het goudgele graan en komt met regelmatige tussenpozen graankorrels spugen in de vrachtwagen.

De Hongaren halen met zijn tweeën de oogst binnen voor hun Oostenrijkse baas, ook een inwoner van Pamhagen. Gisteren hebben ze tot elf uur 's avonds doorgewerkt, vandaag zijn ze om zes uur begonnen. Hun ogen zijn rood van de hitte en de slaap. Maar ze hebben het er graag voor over want ze verdienen bij de Oostenrijker veel beter dan bij een Hongaarse baas. Bovendien leren ze hoe moderne landbouw er uitziet en ze leren anders omgaan met bestrijdingsmiddelen.

Ook deze Oostenrijker is bio-boer. Károly kent hem van de tijd dat hijzelf als goedkope arbeidskracht aan de andere kant van de grens werkte. Daar heeft de Oostenrijker een flinke wijngaard die nu braak ligt. Hij ontvangt hoge subsidies om geen wijn te produceren in verband met de Europese wijnplas.

De Hongaar heeft het vertrouwen van zijn Oostenrijkse baas gewonnen en is nu opzichter over bijna 800 hectare grond aan de Hongaarse kant. Hij had best zelf zoveel land willen kopen, maar dat was niet mogelijk, legt hij uit. Iedereen die net als hij uit de collectieve boerderijen kwam, had dan wel een stukje land van misschien tien hectare meegekregen, maar verder niets. Geen werktuigen en geen geld om te investeren. “In feite zijn de boeren in Hongarije er nu nog slechter aan toe dan bij de collectivisatie van 1959. Toen raakten ze hun land kwijt, maar kregen er tenminste een baan voor terug. Nu hebben ze een beetje land terug, maar kunnen niet zelfstandig overleven.”

Een paar kilometer verderop is Sándor Tóth in zijn eentje bezig op een drassig veldje. Hij is 72 en hoeft niet echt meer van het land te leven. Toch heeft hij bij de grote uitverkoop van een paar jaar geleden ook een paar perceeltjes weten te bemachtigen. Hier een stukje bos, daar een stukje rietland, verderop een bessenlandje en ergens anders ook nog een kwekerijtje. Al met al toch zeker dertig hectare en de oude Tóth is dan ook de hele dag met zijn oude tractor onderweg van het ene stukje naar het andere.

In deze zomertijd ziet hij de Oostenrijkers her en der neerstrijken en de oogst binnenhalen. “Ze laten zich zelden zien. Behalve om te zaaien en te oogsten. Gisteren waren ze daar nog bezig”, wijst hij in de richting van golvende maïs- en graanvelden. De Hongaarse boer vindt het op zich niet erg dat de Oostenrijkers actief zijn in het grensgebied. Voor de landbouw is dat tenslotte niet slecht. Wat hem wel steekt is dat de landbouwgrond in buitenlandse handen verdwijnt. “Hongaarse grond moet wel Hongaars blijven.”

Hij heeft met lede ogen moeten aanzien hoe de Oostenrijkers via Hongaarse stromannen aan hun grond zijn gekomen. Vooral de directeuren van de vroegere collectieve boerderijen - nu coöperaties - wisten met al hun connecties vaak goed zaken te doen. “Alle vier zonen van de directeur van de coöperatie hier verderop rijden in dure dikke auto's.” Zelf wacht hij op het moment dat Hongarije over een paar jaar lid zal zijn van de Europese Unie. Dan kan ook hij zijn producten afzetten aan de andere kant van de grens en zal zijn grond een zelfde waarde krijgen als de Oostenrijkse grond een paar honderd meter verderop.