Een gok met 50 vrouwen

Ruim tien jaar geleden besloot de redactie van het feministische maandblad Opzij naar analogie van de '200 van Mertens' de '100 vrouwen van Opzij' te publiceren. Een heidens karwei maar het resultaat mocht er zijn. Het nummer kreeg veel aandacht, wijlen Nico Scheepmaker wijdde er zelfs zijn column aan.

Voor hij zich daaraan zette, besloot hij het aantal geportretteerde vrouwen te tellen. Ach heden, hij telde 117 vrouwen in plaats van 100 en maakte daar vrolijk melding van. Minder vrolijk waren de reacties onder vrouwen die niet waren uitverkoren “en prinses Irene wel!” Ten burele stond de telefoon niet stil, de thee - goed voor de maag in stresssituaties - was niet aan te slepen.

Is de redactie van Elsevier zich bewust geweest van de gok toen zij besloot deze week '50 vrouwen die in Nederland de eeuw maakten' te publiceren? Het aantal klopt in ieder geval maar op de keuze valt nogal wat af te dingen. Buiten kijf staat dat Annie M.G. Schmidt, Fiep Westendorp (illustratrice), Marga Klompé, Hannie van den Horst (Margriet) en Amy Groskamp-ten Have ('Hoe hoort het eigenlijk') in het rijtje thuis horen. Dat geldt ook voor Anja Meulenbelt, wier boek De schaamte voorbij voor tienduizenden vrouwen een eye-opener was. En voor Henriëtte Roland Holst, alsmede voor Marga Bruyn-Hundt die aan de wieg heeft gestaan van de feministische economie. Maar geldt dat ook voor Greet Hofmans? Haar 'verdienste' is hooguit geweest dat zij heeft bijgedragen aan de ontluistering van de monarchie in die zin dat de leden van het koninklijk huis sinds de jaren '50 worden beschouwd als normale mensen. Bij Renate Rubinstein kun je ook vraagtekens plaatsen: zij grossierde in meningen, hield vast aan foute meningen (Weinreb) en schuwde niet onwaarheden te ventileren. Anna Blaman past zeker in de portrettengalerij maar wie ook niet had misstaan was Cissy van Marxveldt, de eerste Nederlandse schrijfster die op een losse toon inzicht gaf in het leven van tieners. Joop ter Heul is, dankzij haar, een genre geworden. De Jopopinoloukicoclub een begrip.

Ronduit gênant is dat Joke Smit ontbreekt, alsmede Hedy d'Ancona: de oprichters van ondermeer Man-Vrouw-Maatschappij en Opzij.

Aan vechtlust ontbreekt het CDA-fractieleider Jaap de Hoop Scheffer niet, blijkt uit het interview dat Elsevier met hem had. Het CDA gaat weliswaar 'niet hakken en breken' maar waar mogelijk zal gestookt worden in het paarse huwelijk. Het publiek zal er de komende tijd getuige van zijn dat het CDA op eigen kracht ('de kracht van het idee') zal varen. “Wij zouden geen knip voor de neus waard zijn als ons succes afhankelijk is van hún ideeënarmoede of een economie die terugloopt. Het CDA heeft potjandorie zelf een aantal dingen te bieden.” Welke die zijn, wordt niet duidelijk - maar dat kan nauwelijks verbazen met een fractieleider die zijn vakantie heeft doorgebracht in de Peel. Niet bepaald een omgeving die inspireert tot originele gedachten of interessante visies.

Veel (bekende) feiten over Srebrenica in de weekbladen. VN pleit voor een parlementaire enquête omdat pas dan duidelijk zal worden “wat de diverse Dutchbatters precies hebben gedaan en volgens wiens orders (...)” HP/De Tijd waarschuwt minister De Grave van Defensie geen genoegen te nemen met een halfslachtig onderzoekje. Doet hij dat wel, “dan zou de geest van Srebrenica het ministerschap van De Grave net zo kunnen vergallen als dat van zijn voorganger”, aldus HP/De Tijd. De Groene wijst strafrechtelijk onderzoek tege Dutchbatters categorisch van de hand: “Als er dan iemand in Nederland zou moeten worden vervolgd vanwege schuld aan de slachting van Srebrenica, dan is het Voorhoeve wel, samen met de VN-gezagvoerders met wie hij dagelijks overlegde in zijn Haagse oorlogsbunker.”

Na lezing van alle stukken over 'juli 1995' doemt een variant van het gezegde 'Wee de mens die in handen van mensen valt' op - wee de soldaat die in handen van politici valt.