De zestiende minister

Het zich drie maanden voortslepende proces dat heeft geleid tot de vorming van het tweede kabinet-Kok is nog een poos vertraagd door schermutselingen over de vraag of D66 twee dan wel drie ministersposten zou krijgen. Het werden er uiteindelijk drie en zo geviel het dat vijftien bewindslieden zich voor de gebruikelijke fotosessie rond het staatshoofd schaarden.

Op de bij die gelegenheid geschoten plaatjes ontbreekt de zestiende minister. Hij is lid van alle drie coalitiepartijen en beheert de portefeuille Kunstgrepen. Bij de formatie van het kabinet heeft hij vele malen met succes bemiddeld, en de levensvatbaarheid van de net aangetreden regeringsploeg ligt de komende jaren voor een belangrijk deel in zijn handen. De inbreng van minister Von Münchhausen is op bijna elke bladzijde van het regeerakkoord herkenbaar.

De onderhandelaars stonden dan ook voor een bijkans onmogelijke opgave. De cijferfetisjisten van het Centraal Planbureau rekenden voor dat bij een gematigde economische groei van gemiddeld twee procent per jaar de overheid aan het eind van de kabinetsperiode 1998-2002 ongeveer 25 miljard gulden meer kan uitgeven zonder dat de belastingtarieven omhoog hoeven. En dat bij een tekort dat als aandeel van het nationale inkomen gelijk blijft.

Dit komt doordat een deel van de groei automatisch aan de overheid toevalt. Bij stijgende bestedingen brengen BTW en accijnzen vanzelf meer op, hogere inkomens hebben tot gevolg dat ook de loon- en inkomstenbelasting meer opbrengen. Klare zaak.

Het Planbureau gaf echter tevens aan dat van de 'ruimte' van 25 miljard liefst 21 miljard gulden nodig was om het bestaande beleid ongewijzigd te kunnen voortzetten en om eerder gemaakte afspraken, bijvoorbeeld over investeringen in de infrastructuur, te kunnen honoreren. De 4 miljard gulden die overbleef was een druppel op de gloeiende plaat vol geldverslindende beloften uit de verkiezingsprogramma's. Wil een partij het tekort verkleinen, dan gaat het daarmee gemoeide bedrag van de 'ruimte' af. Het voor de komende herziening van het belastingstelsel benodigde smeergeld alleen (vijf miljard) ging de beschikbare 'ruimte' al te boven. Zo zou er geen cent overblijven om de klassen te verkleinen, voor het aanstellen van meer agenten en voor verbeteringen in de zorgsector.

Vanaf het moment dat dit probleem in volle omvang op tafel lag, vervulde Von Münchhausen een glansrol. PvdA, VVD en D66 werden het eens over maatregelen die samen zeventien miljard gulden opslokken: 2,5 miljard om het tekort te reduceren, per saldo 4,5 miljard voor belastingverlaging en liefst tien miljard voor extra overheidsuitgaven. De klassen in het basisonderwijs worden kleiner (als er tenminste voldoende leerkrachten te vinden zijn), er is geld voor 3.500 extra agenten en in de zorgsector ontstaan zelfs meer dan twintigduizend nieuwe banen.

Tussen de voor het voorgenomen beleid benodigde zeventien miljard en de aanwezige 'ruimte' van vier miljard zat een gat van dertien miljard gulden. Dit is op papier als volgt dichtgevaren. Fraudebestrijding moet bijna een miljard opbrengen. Bezuinigingen op bestaand beleid dienen ongeveer zeven miljard gulden op te leveren. Dat maakt samen acht miljard, bij een te dekken gat van dertien miljard. Voor de nog ontbrekende vijf miljard gulden rekent het kabinet op 'inverdieneffecten': gunstige gevolgen van het uitgestippelde overheidsbeleid voor de schatkist.

Volgens de onvermoeibare cijferaars van het Planbureau leidt het kabinetsbeleid elk jaar tot 0,3 procent meer groei. Dat lijkt niet veel, maar over een hele kabinetsperiode gerekend neemt het nationale inkomen met ongeveer tien miljard gulden extra toe. De belastingen brengen meer op, en er is minder geld nodig voor werkloosheidsuitkeringen. Per saldo bedragen de inverdieneffecten volgens de modellen van het Planbureau vijf miljard gulden.

Deze effecten staan met reden in een kwaad daglicht. In een niet al te grijs verleden hebben kabinetten zich op deze manier herhaaldelijk rijk gerekend. Dat gaf soms grote problemen, omdat de werkelijkheid zich niet pleegt te houden aan de modellen van economen.

Verder is het grootste deel van de ingeboekte bezuinigingen zo hard als een pakje boter dat een uur in de zon heeft gelegen. De opstellers van het regeerakkoord denken ongeveer vier miljard te vinden door de overheid en de instanties die de sociale zekerheid uitvoeren doelmatiger te laten werken.

Bijna niemand betwijfelt dat dit mogelijk is, maar het regeerakkoord blijft steken in algemene bezweringsformules en geeft - behalve voor het ministerie van Landbouw - niet concreet aan welke banen kunnen vervallen. Hoogst onzeker is of Nederland zijn bijdrage aan de financiering van de Europese Unie met bijna anderhalf miljard gulden kan verlagen. Dit bedrag is echter wel gebruikt om de financiële verantwoording van het regeerakkoord rond te krijgen.

Met de zegen van Planbureau-directeur Henk Don heeft het kabinet zich deze zomer aan de eigen haren uit het moeras van de overheidsfinanciën getrokken. Stort het gezelschap neer dan staat één ding vast: de zestiende minister is politiek niet verantwoordelijk. Zijn vijftien collega's zijn dat des te meer.