De rugzaktoerist belt nu mobiel

Hij heeft zojuist een tatoeage op zijn rug laten zetten. Bij Hanky Panky, natuurlijk. Een verplicht onderdeel van The Amsterdam Experience, volgens Tony Messiglia (18). Tweehonderd gulden betaalde hij ervoor - een schijntje. In Detroit zou hij het dubbele kwijt zijn.

Na Zwitserland ('saai') en Italië ('irritant') is Nederland (chilled) de halte op zijn tweemaandse rondreis door Europa. Veel heeft Tony nog niet gezien en dat zal er ook wel niet van komen. Hier, in het jeugdhotel The Flying Pig op de Nieuwendijk in Amsterdam, vindt hij alles wat hij nodig heeft: goedkoop bier (2,50 gulden, tijdens Happy Hour 1,50 gulden), een lighoek met zachte kussens om lekker een jointje te roken en het gezelschap van jongeren uit de hele wereld. “Dit is Amsterdam.”

Per dag geeft de Amerikaan zo'n honderd gulden uit, 25 gulden voor de overnachting, 25 gulden aan weed en zo'n vijftig gulden voor eten en drinken. Hij leeft zo zuinig mogelijk, want hij moet wat geld overhouden voor zijn bezoek aan Praag, de laatste stop voor zijn vertrek naar huis.

Stefan Schnegg (30), ook te gast in The Flying Pig, let niet op zijn geld. Dat is niet nodig: de Zwitser is architect in Bern en verblijft in het hostel omdat hij het leuk vindt, niet omdat het goedkoop is. “Hier kan ik nog eens een praatje maken. In een hotel zou ik in mijn eentje op mijn kamer zitten.” Toen hij nog een vriendin had, verbleven ze wel altijd in hotels, maar “dat hoeft gelukkig niet meer”.

In Amsterdam zijn er deze zomer naar schatting van de VVV meer dan 1,5 miljoen rugzaktoeristen. Volgens Paul Hermanides (41), eigenaar van het jeugdhotel de Arena in Amsterdam-Oost, worden deze backpackers steeds belangrijker voor de stad. “De tijd is voorbij dat de gemeente rugzaktoeristen zo snel mogelijk van de Dam wilde vegen.” De grenzen tussen rugzaktoerisme en 'gewoon' toerisme vervagen. “Jongeren hebben meer te besteden, maar beginnen ook meer te eisen.”

De VVV van Amsterdam maakte onlangs bekend dat in 1997 vier miljoen toeristen de stad bezochten. Ze besteedden er zes miljard gulden. Veertig procent van de bezoekers was jonger dan dertig jaar. Toeristen boven de dertig jaar geven gemiddeld zo'n 220 gulden per dag uit, toeristen onder de dertig zo'n 160 gulden. Maar het verschil wordt kleiner.

Hermanides weet dat hij zijn klanten steeds meer moet bieden. In 1992, toen hij de Arena overnam van de gemeente Amsterdam, vroeg geen enkele gast om luxe of privacy. Nu zijn deze eisen normaal en heeft Hermanides zijn Arena moeten aanpassen: meer tweepersoonskamers (met eigen douche en wc), minder bedden op een slaapzaal en verscheidene extra's (Internet, onbeperkt koffie drinken).

Willem Kerkvliet (29), eigenaar van The Flying Pig, kan zijn geluk niet op met het jongerentoerisme. Hij begon in 1994 en heeft nu al twee vestigingen: op de Nieuwendijk (160 bedden) en in de Vossiusstraat in Amsterdam-Zuid (120 bedden). “Maar ik kan nog wel drie hostels vullen”, zegt Kerkvliet. Het liefst met wat meer tweepersoonskamers in plaats van slaapzalen, want daar is steeds meer vraag naar. Al zijn die veel duurder: 75 gulden per nacht. Een bed op de grootste slaapzaal kost 25 gulden.

Kerkvliet begrijpt wel waar ze al dat geld vandaan halen. “Amsterdam is waarschijnlijk de goedkoopste hoofdstad van Europa. Engelse en Amerikaanse jongeren lachen zich hier rot. Hun geld is plotseling het dubbele waard.”

Bovendien hebben rugzaktoeristen gewoon meer geld dan vroeger. “Tegenwoordig hoor ik in de gangen mobiele telefoons afgaan.” Alsof het niks is. Met de creditcard wordt de reservering betaald en het lijkt wel of alle jongeren een e-mail-adres hebben. Als service heeft Kerkvliet daarom twee computers in het café laten neerzetten. De gasten kunnen gratis e-mailen en Internetten.

De jeugdige toeristen mogen dan meer te besteden hebben, de freebees zijn nog steeds de belangrijkste klantentrekkers. Behalve gratis e-mail heeft de Flying Pig in de keuken een plank met daarop de voedingsmiddelen die gasten hebben achtergelaten. Iedereen mag pakken wat hij nodig heeft. “Soms eten ze rijst met ketchup, soms iets beter. Het is in elk geval gratis.”

Ze zijn er nog wel, de backpackers die op een paar tientjes per dag de wereld rondreizen, maar het worden er steeds minder. De grotere luxe in de budgethotels trekt een wat ouder publiek met een andere mentaliteit. Ook toeristen van boven de dertig kiezen tegenwoordig voor een hostel. “Ze vinden het meer laid-back dan een gewoon hotel”, zegt Kerkvliet.

“De gasten zijn conservatiever geworden”, zegt de Nieuw-Zeelandse Marjory Visser (42), eigenaresse van het International Budget Hotel op de Leidsegracht. “Vroeger kwamen ze alleen naar Amsterdam om te blowen.”

Het bevalt haar best. Natuurlijk, toeristen willen nog steeds in Amsterdam een joint roken, maar de sfeer is veel minder 'hangerig' geworden. “Ze gaan soms zelfs naar een museum.”

Het International Budget Hotel is iets kleiner en duurder dan de Flying Pig en de Arena. Een tweepersoonskamer kost 120 gulden, een bed op een slaapzaal (van maximaal vier bedden) 40 gulden. Dat betalen de gasten graag - 'het is tenslotte een vijfsterrenlocatie' - maar dan willen ze er wel wat voor terugzien. Boxspring-bedden ('net als in een chic hotel'), een zwaar slot op de voordeur en kamers waarin niet mag worden gerookt. Comfort, hygiène en veiligheid - de romantiek van het rugzaktoerisme is er wel een beetje van af.

Dat heeft ook zijn charme, vindt Visser. Onlangs waren vier Nieuw-Zeelandse dames te gast. Gemiddelde leeftijd: 74 jaar ('Good old Kiwi's'). Reuze gezellig, al was Visser wel een beetje bang dat ze de steile trappen van het hostel niet zouden overleven. “Maar daar kan ik voorlopig niets aan veranderen.”

In de Flying Pig stuurt Jake Leon (24) een e-mailtje naar zijn familie in Washington. Hij vertelt ze thuis hoe cute Amsterdam is: lieve kleine huisjes, knusse steegjes en vriendelijke mensen. Alleen de slaapzaal is een minpuntje. Het is niet echt romantisch om met je vriendin in een stapelbed te liggen. “Als we wat meer geld hebben, nemen we volgende keer een hotel.”