De politie is iedere avond kinderwacht in Koekelberg

In de Brusselse gemeente Koekelberg treedt de politie op tegen kinderen die 's avonds laat op straat rondhangen. De maatregel wordt met gemengde gevoelens ontvangen.

KOEKELBERG, 20 AUG. Zijn ronde jongensgezicht staat strak van woede. “Waarom moest ik mee naar het politiebureau?” briest de twaalfjarige Özgür. Hij begrijpt best dat de agenten vinden dat hij na tien uur 's avonds niet meer op straat moet rondhangen. “Maar dat hadden ze toch gewoon kunnen zeggen, dan was ik zelf wel naar huis gegaan.” Nu bracht de politie hem thuis en werden zijn ouders berispt. “Voortaan moet ik om kwart voor tien thuis zijn.”

Nieuwsgierig slenteren andere tieners dichterbij. Handen in de zakken van hun trainingsbroek, een pet diep over de ogen getrokken. “De politie heeft mijn bal afgepakt”, roept Jamal. Hij wijst op een bord. “Niet op het gras lopen en verboden voor fietsen”, leest hij. “Er staat niets over voetballen.”

Steeds sterker worden de verhalen nu. De elfjarige Serkan vertelt dat hij bijna gewurgd is door een buurtbewoner, die vond dat hij te veel lawaai maakte. Özgür trekt Serkans T-shirt omhoog en wijst op een litteken. “Hij heeft ook nog een hartoperatie gehad.”

De politie in de Brusselse gemeente Koekelberg treedt sinds kort op tegen kinderen tot een jaar of veertien die na tien uur 's avonds alleen op straat ronddolen. Onder begeleiding van politie in burger worden de jongeren naar huis gebracht. De maatregel werd ingesteld om kinderen te beschermen tegen bijvoorbeeld drugsdealers en om avondlijke buurtoverlast tegen te gaan. Zo werd onder andere een zevenjarige jongen die 's nachts op auto's stond te dansen door de politie naar zijn ouders teruggebracht.

“We zijn hiermee begonnen omdat tijdens het wereldkampioenschap voetbal kinderen van een jaar of vier tot twee uur 's nachts op straat waren, terwijl hun ouders dronken in het café zaten”, zegt Daniel Gillard, preventieambtenaar van de gemeente Koekelberg. Van het woord kinderavondklok wil hij niet horen. “Het geldt niet voor jongeren die bijvoorbeeld met een oudere broer naar de film gaan.”

Koekelberg, met 16.000 inwoners de kleinste gemeente van Brussel, is een relatief rustige buurt. In deze wijk met ruim een kwart buitenlanders zijn nooit rellen geweest van migrantenjongeren, zoals eind vorig jaar nog in Cureghem, waar straatgevechten uitbraken nadat een jonge man door de politie was doodgeschoten. Ook in de aan Koekelberg grenzende gemeente Molenbeek is het onrustig geweest. Maar volgens Gillard is het niet uitgesloten dat ook in zijn gemeente rellen uitbreken, want veel van de jongeren die op het plein samenscholen wonen in Molenbeek. “Zeker als provocaties door jongeren van buiten de gemeente aanhouden. We hebben al een telefoontje gehad met de mededeling: de bom gaat ontploffen.”

Pagina 4: 'Het wordt onmogelijk hier te wonen'

Een agent die door de wijk patrouilleert vertelt dat de overlast in Koekelberg zich concentreert rond het Novilleplein. “Tot 's nachts hangen daar jongens rond en richten vernielingen aan”, zegt hij. “Rond het plein wonen veel oudere mensen die niet tegen de overlast kunnen.” Veel van de jongeren die op het plein samenscholen komen uit Marokkaanse en Turkse families. Hun ouders reageren positief op de nieuwe maatregel. “Sommigen wisten niet eens dat hun kind nog zo laat buiten was.”

Om tien uur 's ochtends is het rustig op het langwerpige Novilleplein, omringd door flats met vitrages en sanseveria's voor de ramen. Een moeder kijkt vanaf een bank hoe haar dochtertje rondfietst. “Het was de hoogste tijd dat de politie iets ondernam”, zegt de vrouw. “Het wordt stilaan onmogelijk hier te wonen. Jongeren maken zo veel lawaai, dat mijn dochter niet kan slapen. Zelf durf ik na vijven niet meer op straat.” Ook een vrouw die verderop haar auto staat te wassen juicht de maatregel tegen 'hangjongeren' toe. “Ze maken zo veel lawaai dat wij elkaar in huis niet meer verstaan.” Vorig jaar werd het plein opnieuw ingericht, vertelt ze. “Met gras en bloemen. Daar is niets meer van over.”

Rond twaalven slenteren de eerste jongeren het Novilleplein op. Twee jongens spelen politie, met plastic handboeien en een fluitje. In een hoek van het plein rinkelt de alarmbel van een SOS-paal. Op het eerste gezicht is dit parkje met kastanjebomen, een hondentoilet en veel banken niet bijzonder aantrekkelijk. “Maar we hebben niets anders”, moppert de twaalfjarige Jamal. “Een voetbalstadion, dat zouden ze voor ons moeten aanleggen. Of in ieder geval iets waarmee we kunnen spelen.” Met een nors gezicht nadert een jongen van een jaar of twintig. “Deze kinderen zijn niet het probleem”, mengt hij zich in het gesprek. “Het zijn de buurtbewoners die altijd klagen. Kinderen mogen toch buiten spelen?”

Hij is niet de enige die kritiek heeft op de maatregel. Jongerenwerkers zeggen dat een avondklok de problemen niet oplost en ze noemen de kans groot dat de kinderen gewoon naar een andere buurt trekken. De Liga voor de rechten van de mens vindt dat fundamentele vrijheden worden aangetast. De organisatie vraagt zich af of de maatregel wel wettig is, want er is geen wet die kinderen verbiedt 's avonds laat buiten te komen en er is geen besluit genomen door de gemeenteraad. Volgens preventie-ambtenaar Gillard valt alles binnen de bestaande wetgeving. Hij erkent wel dat jongeren in zijn gemeente geen geschikte speelruimte hebben. “Daarom organiseren we regelmatig gratis activiteiten als een dag naar zee.”

Andere Belgische gemeenten lijken niet van plan het voorbeeld van Koekelberg te volgen. In Brussel-centrum zegt de politie dat in deze grotere gemeente sowieso al veel gepatrouilleerd wordt. De Antwerpse politie ziet meer in bestaande projecten als 'pleintjeswerking' en het 'school-adoptieplan', waarbij agenten een bepaalde school onder hun hoede nemen. De burgemeester van Luik zegt het experiment in Koekelberg wel met bijzondere aandacht te volgen.

Gisteravond rond negenen was er plotseling commotie op het Novilleplein. Drie aanhangers van de linkse splinterpartij Parti du travail de Belgique zijn opgepakt, omdat ze jongeren zouden aansporen zich te verzetten tegen de avondklok.

Burgemeester Jacques Pivin is zelf naar het plein gekomen om de gemoederen te bedaren. “We leven toch in een democratie”, schreeuwt een roodharige twintiger hem toe. “De nieuwe wet is discriminatie van ouderen tegen kinderen.” De burgemeester stelt voor met twee jongeren op het gemeentehuis verder te praten. De jongens komen even later terug. “Niets”, antwoorden ze op de vraag wat het gesprek heeft opgeleverd.

Rond tienen is het weer redelijk rustig op het plein. Twintigers staan in een kring te praten terwijl kleinere jongens voetballen, vanaf balkons gadegeslagen door de buurtbewoners. Een Marokkaanse vrouw met hoofddoek past op haar dochters van elf en vijftien. “Ik let op dat ze niet gekidnapt worden”, zegt ze. Zij vindt dat ouders blij moeten zijn met het politie-optreden. “Wat willen ze dan, dat Marc Dutroux hun kinderen oppakt?”

De vrouw spoort de spelende jongens aan naar huis te gaan. “Ik zeg het voor jullie bestwil.” Om half elf voetballen de kinderen nog steeds. Ook Özgür drentel nog over het plein. “Er is nu toch geen politie.”