Blijf toch pingelen, Kinkladze!

Vanavond begint de Nederlandse voetbal- competitie met de wedstrijd Heerenveen-FC Twente. Wordt het een seizoen waarin de jacht op geld de boventoon voert of valt er nog te genieten van spontaan voetbal?

ROTTERDAM, 20 AUG. Wie wordt er kampioen van Nederland? Dat is de voornaamste vraag die de voetballiefhebbers in Nederland bezighoudt. Want daar spelen ze toch voor, de voetballers van Ajax, PSV en Feyenoord en van de clubs die gelijke tred willen houden met de kapitaalkrachtigste grootmachten? Dat mogen we tenminste aannemen. Maar het kan zijn dat het de voetballers uit Georgië, Denemarken, Rusland, Kroatië, Roemenië, Nigeria of waar dan ook niets uitmaakt of ze kampioen van Nederland worden. Als ze maar geld verdienen, opvallen en in de toekomst nog meer geld kunnen verdienen - desnoods in een ander land waar het gemiddeld bruto jaarsalaris hoger ligt dan de 290.000 gulden die de eredivisievoetballer vorig jaar verdiende.

Beroepsvoetballers voetballen voor geld. Het is natuurlijk een waarheid als een koe. Waarom zouden ze anders voetballen? Niet omdat ze van sport houden, graag hun vaardigheden met de bal tonen, de beste voetballer zijn, willen scoren en willen winnen. Die tijd lijkt voorbij. Een jongetje gaat tegenwoordig niet meer alleen voetballen omdat hij het zo leuk vindt, de beste wil zijn en beroemd wil zijn - hij wil vooral rijk worden. “Kijk eens papa, wat ik kan. Zo doet Ronaldo het. En zo doet Ronald de Boer het. Word ik nou ook goed? Word ik ook rijk?” Hopelijk wel, antwoordt een moderne, zakelijk denkende vader dan.

De jeugd heeft voorbeelden genoeg. Met een shirtje van Ronaldo of Zidane om de schoudertjes droomt ze van glorie en rijkdom, van paradijselijke stranden, grote huizen en snelle auto's. Ze verneemt hoe de broers Ronald en Frank de Boer lak hebben aan een contractuele afspraak met hun club Ajax omdat ze het niet meer naar hun zin hebben en elders meer geld kunnen verdienen. Ter illustratie: in een enquête op de website van de jongerenomroep Veronica vond een grote meerderheid dat de De Boers toe zijn aan een nieuwe uitdaging en daarom recht hebben op een voortijdig vertrek bij Ajax.

Het is de mentaliteit van nu. De voetballer van nu is vooral bezig met geld. Clubliefde is een ouderwets begrip. Wie voetbalt, voetbalt voor zichzelf. Het is aandoenlijk voetballers het collectieve gevoel in hun elftal en de grootheid van hun club te horen prijzen, maar ze menen er geen barst van. Want voetballen in dienst van het collectief is uiteindelijk voetballen in dienst van jezelf. Wie wint of zelfs kampioen wordt, hoopt gewoon dat hij er vooral zelf financieel beter van wordt.

Voetballen doen de profs op basis van zekerheden. Fouten maken betekent kans op de reservebank en vermindering van salaris. Voetballen is daarom zelden leuk meer. Grijs geworden door de tactische vondsten van de coaches, grauw door het risicoloze combinatiespel. Zelfs aanvallen mag nog slechts zonder avontuur. Voetballen is niet leuk meer als solisten en individualisten niet meer hun gang durven gaan. Combineren kan iedereen leren die tegen een bal kan schoppen. Soleren is een kunst, maar die wordt nauwelijks meer gewaardeerd en beloond door de coaches. Wie soleert, ondermijnt het collectief.

Tijdens het afgelopen wereldkampioenschap zetten coaches helaas de toon. Elk televisiestation had wel een paar coaches in dienst om over tactiek en spelopvatting te praten. Ze spraken over voetbal zoals medische specialisten op een symposium in den vreemde. Niets nieuws hadden ze gezien, niets bijzonders. En altijd spraken ze over voetbal alsof zij de enigen waren die het wisten. Die coaches begrijpen niet dat naar voetballen kijken niet een kwestie is van er verstand van hebben, maar domweg er van genieten. Waarom toch altijd het verstand aanspreken als het over vermaak gaat en niet het gevoel? Is voetbal dan zo verzakelijkt? Weg met die coachpraatjes. We kunnen zelf wel zien wat leuk is, nietwaar?

Het maakt ook niet uit wie er voetballen bij Ajax, Feyenoord, PSV of welke club ook. Als ze maar iets leuks laten zien. Neo-Ajacied Kinkladze heeft de naam een solist te zijn. Houden zo! En zo zullen er nog wel meer voetballers in de Nederlandse competitie gekomen zijn om hun talenten te tonen. Misschien bereiken ze niet het niveau van de sterren die in Spanje, Italië en Engeland veel geld verdienen, maar zolang ze iets van zichzelf laten zien en zich niet ondergeschikt maken aan het collectief is er nog hoop.

Het verhaal dat het publiek zich niet kan identificeren met buitenlanders lijkt achterhaald. Een speler die opvalt door zijn acties is voordat hij het weet de lieveling van de supporters. De een heet Kinkladze of Babangida, de ander heet Machlas of Curovic, dan wel Kalou of Cruz, De Bilde of Nilis. Het publiek snakt naar voetballers die iets opmerkelijks doen, voetballers die boven de grauwe massa uitsteken, naar helden en rolmodellen, Amsterdammer, Rotterdammer, Georgiër of Nigeriaan.

Gezien de reputatie van de spelers die in de nieuwe Nederlandse competitie uitkomen, is er geen reden tot wanhoop. De beste Nederlanders spelen weliswaar in het buitenland, maar zolang hun (buitenlandse) vervangers van de coaches de kans krijgen hun talenten te tonen is er nog genoeg om zich op te verheugen. Ajax mag dan waarschijnlijk zonder de broers De Boer verder moeten, de nieuwe selectie is sterk genoeg om weer het kampioenschap te veroveren. Daarnaast lijkt Feyenoord eindelijk weer over een sprankelend gezelschap te beschikken, PSV over een degelijk elftal en Vitesse over een weer sterke ploeg.

Er is aanleiding om een leuke competitie te verwachten. Het is alleen de vraag of de voetballers aan die verwachtingen willen beantwoorden. Denken ze nog aan de sportieve eer of denken ze alleen aan geld en aan een toekomst bij een grote buitenlandse club? Het zou mooi zijn, heel mooi, als profspelers bleven beseffen dat ze nog steeds op het veld lopen om het volk te vermaken. Zoals artiesten die elk seizoen een nieuw nummer moeten laten zien om het publiek niet van zich te vervreemden.