Werktuigen van Neanderthalers gevonden

In het Belgische plaatsje Veldwezelt, op enkele meters afstand van de grens bij Maastricht, zijn werktuigen gevonden van Neanderthalers, die daar 100.000 à 130.000 jaar geleden hebben gekampeerd. Vooral de geologische context van de vondsten is belangwekkend.

VELDWEZELT, 19 AUG.Met een omgekeerde schoffel schraapt Erik Meijs, ambtenaar bij de provincie Limburg en van huis uit fysisch geograaf, in de schuine wand van de afgraving. “Als je een tik hoort moet je oppassen. Negenennegentig van de honderd keer is het een kiezelsteen, maar de honderdste keer heb je een artefact. Dan ga je in een horizontale richting verder zoeken. Waar één afslag van een vuursteen ligt, moeten er meer liggen en uiteindelijk hoop je het werktuig te vinden.”

Zo vond Meijs drie jaar geleden in de leemgroeve van Veldwezelt het eerste artefact tussen het afval van de groeve. Samen met Jean-Pierre de Warrimont en Kim Groenendijk, die een belangrijke rol hebben gespeeld bij de befaamde opgravingen in de Maastrichtse Belvedèregroeve, was hij op zoek naar nieuwe archeologische vindplaatsen. Toen De Warrimont korte tijd later in dezelfde groeve het eerste artefact in situ vond, wist het drietal dat hier zeer waarschijnlijk Neanderthalers hadden geleefd.

Omdat de groeve enkele meters van de grens op Belgisch grondgebied ligt, op de westelijke oever van het door de aanleg van het Albertkanaal drooggevallen riviertje Hezerwater, werden de Belgische autoriteiten ingeschakeld. Het Laboratorium voor de Prehistorie van de Katholieke Universiteit van Leuven nam de zorg voor de opgraving op zich en heeft daar nooit spijt van gekregen, zegt de Leuvense hoogleraar prof. E. Vermeersch. Dinsdag presenteerde hij enkele van de honderden artefacten die tot nu toe zijn gevonden: speerpunten, klingen, vuistbijlen en schrabbers voor het villen van dieren. De instrumenten zijn vervaardigd volgens de zogenaamde Levallois-techniek, waarbij vuursteenknollen worden voorbewerkt om het gewenste werktuig te verkrijgen. Volgens Vermeersch is het ook opvallend dat de werktuigen aan twee kanten zijn bewerkt, hetgeen er volgens hem op duidt dat ze zijn gemaakt door Neanderthalers die uit het oosten kwamen en niet uit het zuiden, waar de werktuigen maar aan één kant werden bewerkt. In Nederland zijn tot nu toe alleen in de Belvedèregroeve sporen van Neanderthalers in situ gevonden, in België zijn diverse plaatsen bekend. In de buurt van Luik zijn vuursteenateliers teruggevonden waar Neanderthalers duizenden artefacten hebben achtergelaten en in Spy zijn menselijke resten teruggevonden. Maar wat de vondst in Veldwezelt uniek maakt, is volgens Vermeersch de geologische context waarin de menselijke sporen zijn aangetroffen. In een diep uitgegraven sleuf is op de wand enkele honderdduizenden jaren aardgeschiedenis gedetailleerd af te lezen.

Het Hezewater heeft afzettingen achtergelaten die nauwelijks zijn verstoord. Lichte en donkere lagen geven de schommelingen van het klimaat aan. Juist boven de laag van de voorlaatste ijstijd, het Saalien, liggen drie dunnere lagen die het interglaciale tijdperk Eemien heeft achtergelaten totdat de laatste ijstijd, het Weichselien, woeste sporen door de bodem trok. In de onderste en de bovenste van de drie Eemien-lagen zijn de artefacten gevonden. Dat betekent volgens Vermeersch dat 130.000 jaar geleden hier Neanderthalers verbleven en dat zij 30.000 jaar later weer terugkwamen, vermoedelijk om met instrumenten van ter plaatse gevonden vuursteen te jagen op de dieren die door het rivierdal trokken.

Botresten van mens of dier zijn niet gevonden omdat die door langdurige blootstelling aan de lucht zijn verweerd. Wel zijn tot nu toe sporen op sommige werktuigen aangetroffen die duiden op houtbewerking. Van de schrabbers kan doorgaans aan de hand van de krassen worden vastgesteld welke dieren ermee zijn gevild, maar volgens De Warrimont zijn de nu gevonden exemplaren te kort gebruikt om dergelijke sporen terug te vinden. Met een brok vuursteen geeft hij een kleine demonstratie. Met één tik slaat hij er een platte scherf af en snijdt daarmee met één haal ene stukje van zijn schoenveter af. De Warrimont: “Met vier van die scherven kun je een hert villen. Doe dat maar eens na met een Zwitsers mes!”