Werknemersparticipatie

Op papier is paars voor participatie van werknemers in het kapitaal van hun onderneming, maar in de praktijk liet het links-liberale kabinet zich leiden door financiële motieven, niet door de ambitie om tot een versmelting van ideologieën te komen. Ook in het nieuwe regeerakkoord is er geen geld voor uitgetrokken.

Ex-werknemers van Aegon zijn ervoor naar de rechter gestapt. Overheidsbonden klagen over de verdiensten die hun achterban mist doordat zij er nooit van hebben kunnen profiteren. En de Tweede Kamer riep het kabinet de afgelopen jaren steeds krachtiger op stimulerende maatregelen te nemen. Maar per saldo zijn de onderwerpen werknemersparticipatie en aandelenopties voor werknemers geen hoofdstukken geworden in het Handboek van Paars.

Op papier is paars een fan. “De regering staat in beginsel positief tegenover vormen van participatie van werknemers in het kapitaal van de onderneming waar zij werkzaam zijn. De betrokkenheid bij het wel en wee van de onderneming wordt er door bevorderd”, antwoordde minister Zalm (VVD, Financiën) enkele weken geleden op Kamervragen over de miljarden guldens die optieregelingen voor directeuren en werknemers in het bedrijfsleven waard zijn.

In de dagelijkse praktijk liet het links-liberale kabinet zich echter leiden door financiële motieven, niet door de ambitie om tot een versmelting van ideologieën te komen. Begrippen als bezitsvorming en volkskapitalisme uit liberale kring blijken zich niet te laten mengen met sociaal-democratische voorkeuren voor verkleining van maatschappelijke verschillen en meer directe invloed op het bedrijfsbeleid. Het enige wapenfeit van Paars I is de invoering van een nieuw, zwaarder belastingregime voor aandelenopties.

“Voor Paars II ben ik niet optimistischer”, zegt directeur Mark van Beusekom van het Nederlands Participatie Instituut in Den Haag, dat ijvert voor de ontwikkeling van werknemersparticipatie in Nederland. Vlak voor de verkiezingen heeft de Kamer een motie aangenomen om de huidige spaarloonregeling uit te breiden en ook te gebruiken voor werknemersparticipatie in bedrijven. Het kabinet zag daar toen niets in. Om budgettaire redenen. “In de formatie heeft Paars II daarvoor geen dekking gezocht”, verzucht Van Beusekom. De kosten van de verruimde regeling worden geschat op 50 miljoen tot 60 miljoen gulden. Hij hoopt dat D66, de indiener van de motie, het onderwerp weer op de agenda wil zetten.

Aandelenopties en werknemersparticipatie liggen in elkaars verlengde. Opties geven werknemers het recht om tegen vooraf vastgestelde prijzen aandelen in hun eigen bedrijf te kopen. De financiële attractie van opties zit 'm in het verschil tussen de (lage) waarde waartegen de werknemer de aandelen koopt en de (hogere) koersen van de aandelen op de effectenbeurs.

Als hij zijn opties omzet in aandelen en deze effecten vervolgens op de beurs verkoopt, ontvangt hij de vermogenswinst en die is in Nederland fiscaal onbelast. Daarbij gaat het om formidabele bedragen: M. Metze becijferde enkele maanden geleden in HP/De Tijd dat de opties van directeuren van Nederlandse beursfondsen op dat moment 3,3 miljard gulden waard waren en de opties van overige werknemers nog eens 3,4 miljard gulden.

Critici vinden dat opties aan directeuren en werknemers een korte-termijnoptiek geven die in strijd is met de langlopende betrokkenheid bij het wel en wee van de onderneming die juist het doel is. Dat manco van opties wordt ondervangen door werknemersparticipatie, waarin het personeel echt (mede)aandeelhouder wordt in de onderneming en op enige manier een stem in het kapittel krijgt.

Eenendertig van de beursgenoteerde bedrijven (19 procent van het totaal) heeft een regeling om de financiële participatie voor (vrijwel) alle werknemers te stimuleren, zo blijkt uit onderzoek van het Participatie Instituut. Bij driekwart van de beursfondsen zijn deze vormen van participatie slechts weggelegd voor de top van het bedrijf.

Buiten de effectenbeurs zijn belangen van werknemers populairder. Eind 1996 hadden ongeveer 2.000 bedrijven met tien medewerkers of meer een vorm van werknemersparticipatie (doorgaans via opties voor managers). Het aantal was vier keer zo hoog als in 1994, terwijl 1.500 tot 2.000 bedrijven toen plannen hadden om binnen drie jaar werknemers te laten deelnemen.

Het kabinet en het maatschappelijk middenveld van werkgevers en werknemers hebben de afgelopen jaren de invoering van werknemersparticipatie niet dichterbij gebracht. Zelf heeft het kabinet de afgelopen vier jaar geen gebruik gemaakt van de kansen die in eigen kring, bij de verkoop of verzelfstandiging van staatsbedrijven, opdoken. Bij de privatisering van staatsbedrijven, het meest voor de hand liggende moment om overheidsbeleid in de praktijk te brengen, won de wens van een maximale verkoopopbrengst het steevast van andere overwegingen.

Aandelenbelangen in DSM, KPN en KLM werden aan beleggers of aan het bedrijf zelf verkocht, niet aan werknemers. Bij de KLM heeft de overheid vorige maand meegeholpen om een innovatieve aandeelhoudersstructuur op te zetten die het Nederlandse karakter van het bedrijf moet garanderen. De Rabobank, die tot in lengte van jaren wordt geacht een oer-Hollandse financiële instelling te blijven, speelt als financier een cruciale rol in de bewaking van het erfgoed. Waarom geen participatie gestimuleerd door de werknemers, die hetzelfde nationale doel kunnen dienen? Bij het automatiseringsbedrijf Roccade (het voormalige Rijks Computercentrum), dat nu volledig in staatshanden is maar prominent op het privatiseringslijstje staat, weigerde de overheid een aandelenoptieplan of een plan voor werknemersparticipatie in te voeren.

De zwaardere belasting op aandelenopties treft ook de werknemers en de complexiteit van de regeling schrikt bijvoorbeeld Amerikaanse bedrijven af die de werknemers van hun Nederlandse dochter willen opnemen in hun optieregelingen. “Zij staan perplex van deze wetgeving”, bleek Van Beusekom onlangs op studiereis in Amerika.

Ook het bejubelde poldermodel lijkt voor het Nederlandse Participatie Instituuut eerder een hindernis dan een stimulans. De centrale werkgevers- en werknemersorganisaties spelen een hoofdrol in het poldermodel, zo concludeert Van Beusekom. Maar werknemersparticipatie past daarin niet zo goed. “Het tast hun traditionele rol aan. Voor de werkgevers ligt de zeggenschap die is verbonden aan het aandelenbezit gevoelig, voor de vakbonden is het de vraag of werknemers die zelf aandelen hebben nog wel lid blijven.”

In automatiseringsbedrijven en bij ondernemingen in de financiële wereld hebben werknemersopties, en soms ook werknemersparticipatie, wel belangstelling losgemaakt. “Met name van bedrijfjes in de automatisering en van detacheringsbureaus krijg ik veel verzoeken om informatie”, vertelt Van Beusekom. “Om hele recht-toe-recht-aan redenen: zij hebben problemen om personeel te krijgen en te houden.” Bij verzelfstandigingen van bedrijven die door hun moederconcern op eigen benen worden gezet, is werknemersparticipatie “een vraagstuk dat altijd op tafel komt.”

De fiscaal zwaardere belasting van opties en het beoogde doel van binding op langere termijn heeft directe participatie door het personeel als aandeelhouder inmiddels populairder gemaakt, is de indruk van Van Beusekom. Maar het enthousiasme dat hij tijdens zijn trip aan de Amerikaanse westkust, in het hart van Silicon Valley, proefde, nee, dat heerst niet in Nederland. “Daar praat niemand over iets anders dan opties.”