Sprintkanon Privalova kan weer lachen

Irina Privalova is met een tijd van 10,77 de snelste Europese sprinter aller tijden. Een zware blessure leek een einde te maken aan haar loopbaan. Maar ze gaf niet op.

BOEDAPEST, 19 AUG. Ze moest weer opnieuw leren lopen. “Stapje voor stapje, als een kind.” Irina Privalova vertelt met veel emotie over haar lange revalidatie. De 29-jarige Russin is trots dat ze de 100 meter weer in elf seconden kan lopen. Ongevraagd rolt ze zelfs haar broekspijp op om het lange litteken op haar rechterbovenbeen te tonen.

Haar carrière leek vorig jaar maart in Parijs te eindigen. Privalova lag in de 60-meterfinale van de WK indoor voor op de Amerikaanse Gail Devers toen ze met een rauwe schreeuw op de grond viel en naar haar bovenbeen greep. Met een brancard werd ze de zaal uitgedragen. In Nederland, het land van haar manager Jos Hermens, constateerde sportarts Peter Vergouwen een zware hamstringblessure.

Na terugkeer in Moskou gaven de artsen Privalova weinig kans meer op een volledig herstel. Een militaire arts was toch bereid haar te opereren. Hij wilde wel proberen de schade te herstellen. De operatie duurde ruim twee uur. “Daarna wilde de dokter eerst eten voordat hij zou vertellen hoe het er voorstond”, zegt Vadim Paratsjoek, de trainer en levensgezel van de atlete. “Een assistent vertelde dat dat een goed teken was.”

Haar spieren waren voor negentig procent afgescheurd. Na de operatie moest Privalova zeven weken in het gips. Tot haar schrik bleek haar been na die periode heel dun geworden. Vooral in mentaal opzicht volgde toen een zwaar herstelproces. “Ik zag op televisie mijn collega's hard lopen en ik kon niet eens meer wandelen”, vertelt Privalova. “Elke stap moest ik opnieuw leren.” Toch dacht ze geen moment aan opgeven. “Ik hou van lopen en ik hou van hard lopen.” “En ze houdt van héél hard lopen”, voegt Paratsjoek er lachend aan toe.

Dat bewees Privalova in de zes jaar dat ze in de sprinttop meedraaide. De grootste successen waren het zilver (200 meter) en het brons (100) bij de WK van '95. Haar snelste tijd op de korte sprint, 10,77 uit 1994, staat nog steeds als Europees record.

Afgelopen november, zeven maanden na haar blessure, deed ze ongeveer 24 seconden over de 100 meter. Voor Privalova betekende die tijd op dat moment een wereldtijd. Daarna liep ze steeds sneller. “Ik heb steeds onthouden hoe het voelt om hard te lopen en dat gevoel kwam in mijn herinnering steeds dichterbij.” Ze vierde haar rentree in de internationale atletiek bij de Grand Prix van Monaco en was er ook in Zürich bij. Ze kwam steeds net boven de elf seconden uit - met 11,04 als snelste tijd. Het was weer wennen aan de snelheid. “Ik voelde steeds weer andere spieren in mijn been.”

Privalova is net op tijd fit om in Boedapest haar Europese titel van '94 te kunnen verdedigen. Maar als dat niet lukt, is het ook goed. Winnen is even niet belangrijk. Privalova wil ritme opdoen en vooral geen blessures oplopen. “Het gaat om het gevoel. Zo wil ik zelfvertrouwen krijgen om er volgend seizoen weer vol tegen aan te gaan. Nu train ik misschien nog op vijftig procent, dat moet straks honderd worden.”

Er is inmiddels een nieuwe sprintkoningin gekroond, Marion Jones. De Amerikaanse ex-basketbalster wint momenteel alles wat er te winnen valt. “Ze is niet te verslaan, in ieder geval niet dit jaar”, zegt Privalova met een knipoog. Ze denkt straks wel een goede kans te maken tegen Jones. “Ik ben een optimiste.” Met aan haar zijde een andere oude dame van de atletiek, de 38-jarige Jamaicaanse Merlene Ottey, zal ze de strijd aangaan met de jeugd. “Ervaring is ook belangrijk.” Aan stoppen denkt ze voorlopig nog niet. “Als je naar Merlene kijkt, kan ik het nog wel even door.”

Veelbetekend was de grijns op haar gezicht waarmee Privalova gisteren als winnares in Boedapest over de finish kwam in haar serie van de 100 meter.