Seksindustrie in Azië steeds belangrijker inkomensbron

ROTTERDAM, 19 AUG.Prostitutie in Zuidoost-Azië is de laatste decennia zo sterk gegroeid dat de seksbusiness er het gewicht heeft van een omvangrijke commerciële sector die substantieel bijdraagt aan werkgelegenheid en inkomen van de regio. Dat meldt de Internationale Arbeidsorganisatie ILO in Genève in een vandaag gepubliceerde studie. Die bijdrage van de seksindustrie kan oplopen tot 14 procent van het bruto binnenlands product. Met name zorgwekkend noemt de ILO de toename in kinderprostitutie.

“Kinderen zijn in tegenstelling tot volwassenen duidelijk kwetsbaarder en hulpelozer tegenover de gevestigde structuren en belangen in de sekssector en lopen meer risico slachtoffer te worden van slavernij, gebruik van drugs, fysiek geweld of marteling”, aldus Lin Lim, onder wier supervisie de ILO-studie het licht zag.

Gegevens over kinderprostitutie zijn schaars. De ILO-studie houdt het op 75.000 prostitués in de Filippijnen en 35.000 in Thailand. In Indonesië wordt geschat dat eentiende van de prostitués jonger dan 17 jaar is en in Maleisië zou zelfs de helft jonger zijn dan 18 jaar. De Geneefse organisatie knoopt daar echter aan vast dat deze vier onderzochte landen nu wel gerichte actie ondernemen om de kinderprostitutie te bestrijden.

De studie schat het totaal aantal prostitués in de Filippijnen op een half miljoen, op 200.000 à 300.000 in Thailand, op 140.000 tot 230.000 in Indonesië en op 43.000 tot 142.000 in Maleisië. Als het aantal mensen dat indirect bij de seksbusiness is betrokken wordt meegerekend varieert de totale bijdrage van de sekssector in de onderzochte vier landen naar ILO-schatting van 2 tot 14 procent van het bruto binnenlands product. De sector is daarmee verantwoordelijk voor het inkomen van miljoenen mensen in de vier onderzochte landen.

In Thailand sturen stedelijke prostitués bijvoorbeeld ruim 600 miljoen gulden per jaar maar hun families op het platteland, wat in veel gevallen meer is dan ontwikkelingsprogramma's van de overheid ter plaatse spenderen. In Indonesië schat de ILO de totale omzet van de seksindustrie op 1,2 tot 3,3 miljard dollar.

In de ILO-studie wordt de vrees geuit dat de huidige economische crisis in Azië en het verlies van arbeidsplaatsen zullen leiden tot een vergrote instroom van vrouwen in de prostitutie om hun families te kunnen blijven onderhouden. Omgekeerd voorziet de ILO geen afname van het mannelijke bezoek aan bordelen. “Ervaringen tijdens eerdere recessies wijzen erop dat armoede mannen niet heeft weerhouden van bezoek aan prostituees. Die plegen hun tarieven aan te passen aan de koopkracht van hun klanten.”

De ILO wijst er verder op dat bij de reclassering van kinderprostitués het bieden van onderwijs en werkgelegenheid niet afdoende is en dat ook moet worden gewerkt aan het herstel van eigenwaarde, met name in de moeilijke overgangsperiode waarin de oude bestaansbron is afgesloten en een nieuwe nog moet worden opgebouwd.