Rooie oortjes

In de autobiografie van Roald Dahl, Boy geheten, komt een passage voor waarin de hoofdpersoon zich met een paar schoolvriendjes te buiten gaat aan kattekwaad. Zij stoppen een dode muis in een voorraadfles van een onsympathieke, oude snoepverkoopster. Wanneer dit het schoolhoofd ter ore komt, krijgen de kwajongens een aframmeling ten overstaan van de hele school. Voor hedendaagse kinderen is dit een volstrekt onbegrijpelijk incident. “Waarom kreeg hij op school straf en niet van z'n ouders”, vroeg mijn zoontje in opperste verbazing en verontwaardiging. “De meesters hebben toch niets te maken met wat kinderen in hun vrije tijd doen?”

Het viel nog niet mee om uit te leggen dat de lange arm van de schoolmeester zich vroeger tot ver voorbij de schoolpoort uitstrekte, en dat kinderen na straatvergrijpen behalve op school vaak ook thuis nog eens gestraft werden. En als de pastoor er lucht van kreeg, gooide die er ook nog eens een penitentie tegenaan. Zo werkten de drie pijlers van de maatschappij, gezin, school en kerk, eendrachtig samen in handhaving van de regels. Kom daar nog eens om! Maar voor kinderen was het vreselijk, zoals mijn zoontje terecht concludeerde.

Dezelfde dag gingen we ons oriënteren op de schoolagendamarkt, waar het tenslotte het seizoen voor is, en we kwamen niets tegen wat de begeerte van de kinderen opwekte (zoveel keuze, zoveel flauwekul). Wel werd mijn aandacht getrokken door de zogenaamde 'Rooie-oortjes'-agenda. Die had ik nooit eerder gezien. Op de voorkant staat een tekening van een jongen die een formule van boven naar beneden schrijft langs de voluptueuze rondingen van een hooggehakte, kortgerokte wiskundelerares. Op de achterkant een stuk met enorme borsten boven een afgestroopte, zwart-kanten beha. Binnenin seksistische moppen en nog veel meer scabreuze, slecht getekende tekeningen van voornamelijk grootborstige, neusloze tiepjes in uitdagende, dan wel gênante contorties.

Het geheel is van een peilloze platheid en vulgariteit. Mijn ergernis gold niet zozeer het Rooie-oortjesgenre zelf, want dat kom ik maar al te vaak tegen als ik tussen de stripalbums zoek naar een 'Jan, Jans en de kinderen' of naar een Asterix, maar het feit dat er een schoolagenda van gemaakt wordt.

Wat middelbare scholieren onder elkaar in hun vrije tijd uitspoken aan gniffelende onrijpheid is hun eigen zaak. Natuurlijk vertellen ze elkaar zouteloze seksmoppen, waarin 'vrouwtjes' figureren. Laten ze, nu de Webber ten onder is gegaan, vooral hun zakgeld besteden aan de Penthouse en aan de big-boobsblaadjes. Maar een schoolagenda hoort bij het publieke domein. Die slingert op de schoolbanken en wordt steeds opengeslagen om iets in te noteren, al was het maar, in het geval van de rooie-oortjesagenda, om de namen van klasgenotes en leraressen als onderschrift bij de geile tekeningen in te vullen. Lachen!

Een rooie-oortjesagenda hoort niet in het klaslokaal, net zo min als een Pirelli-kalender in een apotheek. Dit ondermijnt de werksfeer en het laatste restje professionaliteit dat nog op middelbare scholen te vinden is. Een scholier die zo'n agenda gebruikt demonstreert het papieren equivalent van de opgestoken middelvinger. Verbieden dus, zou ik zeggen, onder het motto: er is voor alles een plaats en een tijd en onder schooltijd kunnen we toevallig geen geilheid in woord en beeld gebruiken.

Niet dat zo'n verbod een schijn van kans heeft. Als een leraar zijn eigen boek kaft met een Playmate, zou hij onmiddellijk aangeklaagd worden wegens seksuele intimidatie. Als leerlingen een T-shirt met Fuck you!-opschrift aantrekken of een middenrif blootlatend gedecolleteerd disco-hesje, valt dat onvermijdelijk onder de individuele expressie van hun armzalige identiteit. Wie er aanmerkingen op maakt, wordt om z'n oren geslagen met de Rechten van de Mens.

De lange arm van de leraar is afgestorven tot een softenonarmpje. De school heeft geen zeggenschap over gedrag- of kledingcodes binnen de eigen muren. Alles geofferd op het altaar van de vrijheid om je eigen onbeschofte zelf te zijn.