Rapport Ombudsman: Onderzoek vluchtverhalen niet behoorlijk

DEN HAAG, 19 AUG. De ministeries van Buitenlandse Zaken en Justitie handelen “niet behoorlijk” bij het onderzoeken van vluchtverhalen van asielzoekers in het land van herkomst. Dit constateert de Ombudsman in een vandaag verschenen rapport.

De zogenoemde individuele ambtsberichten zijn van groot belang voor de asielzoeker. Justitie bepaalt mede op basis van deze onderzoeken of hij al of niet mag blijven in Nederland.

Daartoe vraagt het ministerie van Justitie aan de collega's van Buitenlandse Zaken vluchtverhalen en documenten van asielzoekers in het land van herkomst op echtheid te controleren. Het departement schakelt daarvoor zijn ambassades in, die op hun beurt weer een lokale vertrouwenspersoon aannemen. Deze doet het daadwerkelijke onderzoek. “De lokale vertrouwenspersonen”, schrijft de Ombudsman, “vervullen zo een cruciale rol”.

Ambassades zouden daarom twee vertrouwenspersonen moeten hebben, die elkaars werk kunnen controleren, meent de Ombudsman. Deze extra controle vindt nu alleen in Iran plaats.

De selectie van de vertrouwenspersonen geschiedt in de ogen van de Ombudsman op verantwoorde wijze. Wel laakt hij de aanstelling van anderen door de vertrouwenspersoon. In een enkel geval wist de ambassadeur niet dat anderen aan het onderzoek meewerkten.

De asielzoeker krijgt, wegens geheimhouding van onderzoekmethoden en geraadpleegde bronnen, vaak ook geen inzicht in het individuele ambtsbericht, constateert de Ombudsman. Daardoor kunnen zij zich nauwelijks verweren tegen eventuele onjuistheden in het onderzoek.

Ombudsman M. Oosting stelde het onderzoek - onder meer gebaseerd op 59 dossiers van asielzoekers - op eigen initiatief in naar aanleiding van de toenemende kritiek van rechtshulpverleners op de individuele ambtsberichten. De rechtseenheidkamer van de Vreemdelingenkamer uitte drie maanden geleden kritiek op de ambtsberichten.

De ombudsman erkent de moeilijkheden die een onderzoek naar het vluchtrelaas van een asielzoeker kan opleveren. Zo mogen de autoriteiten in het land van herkomst niet weten dat de betrokkene in Nederland om asiel heeft gevraagd, anders zouden zij hem na uitzetting naar zijn land lastig kunnen vallen. “Ook zijn officiële bronnen niet altijd betrouwbaar of volledig.”

Een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken zegt: “De ombudsman erkent dat in de landen waar het om gaat het bijna per definitie niet eenvoudig is om ter plaatse onderzoek te doen.” De door Oosting voorgestelde verbeteringen, zoals het aanstellen van meer vertrouwenspersonen per land, noemt hij “constructieve suggesties”.