Ongelukkige jeugd is een zegen

Opgefokt: Myths of childhood, aflevering: Damage, morgen, Nederland 1, 21.33-22.23u.

Slecht nieuws voor advocaten, therapeuten en anderen die hun voordeel doen met hervonden kinderleed. Volwassenen zijn géén gevangenen van hun kindertijd. Een ongelukkige jeugd is eerder een zegen dan een handicap. Want zoals fysieke inspanningen spieren kweken, oefenen slechte ervaringen de ziel in mentale weerbaarheid.

Het gebeurt niet vaak dat een documentaire de tijdgeest zo genadeloos een spiegel voorhoudt als in Opgefokt. Myths of childhood. Een bonte optocht van psychologen, pedagogen en therapeuten uit de Verenigde Staten, Engeland en Australië trekt voorbij met de tegendraadse boodschap dat de invloed van kinderleed wordt overschat. Zich daarover bekommeren is in de meeste gevallen bezigheidstherapie, klinkt het, voortgekomen uit de slachtoffercultuur.

Met meer aandacht voor woord dan voor beeld onderbouwen de Australische documentairemakers hun stelling. Natuurlijk stort iedere depressieveling zich op zijn jeugd, want daar is altijd wel iets kwalijks te vinden. En wat is er makkelijker dan de verantwoordelijkheid afschuiven op onomkeerbare en onweerlegbare ervaringen uit de kindertijd?

Maar direct ontzenuwen deskundigen als Penelope Leach (Baby and Child), Thomas Moore (Care of the Soul) en Martin Seligman (The optimistic Child) de betekenis ervan. Jeugdherinneringen zijn zonder context, poneren ze. Ze registreren vooral wat indertijd afweek van de norm en zijn bovendien in de loop van ieders leven voortdurend aan verandering onderhevig.

De jeugdervaring van een vrouw van een jaar of dertig illustreert dat treffend. Ze vertelt dat zij in haar herinnering is opgegroeid in een huis vol geweld. Haar vader schoot zijn pistool leeg op een muur in het bijzijn van vrouw en kinderen terwijl hij dreigde: 'Hé kids, ik schiet jullie moeder dood.' “In mijn herinnering gebeurde het telkens”, vertelt de vrouw. “Maar het is heel goed mogelijk dat het slechts één keer is gebeurd.”

Geen van de wetenschappers gaat zover dat elke akelige jeugdervaring wordt afgedaan als zonder gevolgen. Oorlog, verwaarlozing zoals in de Roemeense, Russische en Chinese kindertehuizen, en ook ontvoering kunnen levensbepalend zijn, vertelt een van de wetenschappers. Zij onderzocht hoe het 26 schoolkinderen vijf jaar na hun ontvoering verging. Ze hadden zestien uur doorgebracht op een begraafplaats. “Sommigen hadden een gitzwart toekomstbeeld. Ze dachten dat ze vroeg dood zouden gaan, verkeerden voortdurend in angst dat ze een van de kidnappers op straat tegenkwamen terwijl die alledrie in het gevang zaten.”

Een antwoord op dergelijke problemen blijft in de documentaire uit. Net als op de vraag hoe psychiatrische volksziekte nummer 1, depressiviteit, dan wel bestreden moet worden. Niet blijven hangen bij vroeger, zeggen de betrokkenen, niet navelstaren op het waarom, maar gewoon doen. “Stoppen met de dingen waar je depressief van wordt”, klinkt het. “Dat is pas bedreigend. Stel je voor dat je ineens minder productief zou moeten worden.” En dat is weer stof voor een nieuwe documentaire.

    • Wubby Luyendijk