Moderne Robinson blijft ouderwets

Daniel Defoe's Robinson Crusoe. Regie: George Miller, Rod Hardy. Met: Pierce Brosnan, William Takaku, Polly Walker. Uitgebracht op huurvideo door Warner Home Video.

Daniel Defoe's Robinson Crusoe is, volgens de Australische makers George Miller en Rod Hardy, de eerste speelfilm die op Papoea Nieuw-Guinea is opgenomen. De natuur speelt overtuigend voor onbewoond eiland; zee, strand, bos en waterval zien eruit alsof ze sinds de schepping nooit veranderd zijn. Het lijkt een tijdloos landschap, niet aangeraakt door mensen. Daar spoelt Pierce Brosnan aan en terwijl hij met behulp van gereedschap uit zijn vergane schip aan zijn kasteel bouwt, worden zijn ogen alsmaar blauwer in zijn alsmaar bruinere kop. Tot zover volgen Miller en Hardy Defoe's verhaal tam na en vraag je je af waarom Crusoe's eenzaam avontuur nog een keer verfilmd moest worden. Dat verandert als de held Vrijdag ontmoet. Miller en Hardy hebben bedacht dat Defoe's boek uit 1719 wel klassiek is, maar niet tijdloos. De verhouding tussen Crusoe en Vrijdag verhindert dat. In de roman is Vrijdag een wilde die door Crusoe braaf wordt gemaakt. Hij is de knecht, en Crusoe is de meester. In de film is Vrijdag een wilde die door Crusoe niet braaf gemaakt hoeft te worden. Want hij is nobel.

De modernisering die Miller en Hardy voor Defoe bedacht hebben, is zo ouderwets dat het tweetal er beter van af had kunnen zien. Verwachten de makers nu echt dat wij ontroerd zijn als Crusoe onthult dat 'meester' niet zijn echte naam is? Nog steeds mag Vrijdag (William Takaku) nooit zijn eigen taal spreken, in zijn Klukkluk-Engels blijft hij voor eeuwig de ondergeschikte van Crusoe. Het verhaal van Defoe blijft in deze versie een koloniale mythe en het lijkt wel of de makers zelfs nooit gehoord hebben van de bewerkingen die schrijvers als Coetzee, Tournier en Walcott ervan gemaakt hebben.

De wilde mag hier als Crusoe's vriend poseren, en voor die vriendschap moet hij van de bedenkers een hoge prijs betalen. Want Vrijdags dood is het enige einde dat zij hebben kunnen bedenken zonder Crusoe volledig uit zijn eeuw te sleuren. Crusoe keert terug naar Engeland. Bedroefd staart hij daar in de haard. Maar Vrijdag is niet voor niets gestorven. 'He brought you back to me', zegt Crusoe's lieve vrouw, daarmee een eind makend aan een film die naar twee andere films doet verlangen: een accurate weergave van Defoe's boek en een intelligente twintigste-eeuwse bewerking ervan.